Wat de zeehondjes van Pieterburen ons vertellen over hoe taal is ontstaan
Zeehondenpups die veel tijd met elkaar doorbrengen, roepen met eenzelfde ‘accent’. Ze wachten ook netjes hun beurt af voor ze geluid beginnen te maken. Bioloog Koen de Reus (31) deed onderzoek in opvangcentrum Pieterburen om meer te leren over de communicatie van zeehonden.
In de jaren tachtig was er zeehond Hoover die opzien baarde door menselijke spraak te imiteren. De ‘talking seal’ was opgevangen door een Britse visser en begon hem na te praten. ‘Hello, hello there, come over here’, riep de zeehond. Zijn woorden klonken als hondengeblaf, maar waren wel duidelijk herkenbaar.
‘De zeehond is toen bijgeschreven in het illustere rijtje van dieren die vocaal kunnen leren’, vertelt onderzoeker Koen de Reus, die is verbonden aan het Max Planck Instituut. ‘In dat rijtje staan ook de vleermuis, de olifant, de walvis, de dolfijn, de kolibrie en de papegaai. Dat zeehonden over dit vermogen beschikten, was nieuw.’
De Reus ging ruim dertig jaar later zelf met de vriendelijk ogende zeedieren aan de slag. Als afgestudeerd bioloog – hij studeerde onder meer in Londen – deed hij onderzoek naar de geluiden van zeehondenpups in Zeehondencentrum Pieterburen. Op de eerste zonovergoten lentedag deze winter ontvangt hij journalisten op de nieuwe locatie van de zeehondenopvang in Lauwersoog om over zijn mediagenieke onderzoek te vertellen.
Duizend uur
‘Ik wilde weten wát zeehonden precies kunnen op het gebied van communicatie’, vertelt hij terwijl hij zijn bezoek rondleidt langs de verschillende pierenbadjes waar zeehonden hun ronde kopjes boven het water uitsteken. ‘Daar was nog weinig over bekend.’
‘Vaak liep ik om zes uur ’s ochtends al met mijn microfoon tussen de dieren’
Samen met zijn collega’s nam hij meer dan duizend uur aan audiomateriaal op bij pups van de gewone zeehond in Pieterburen. ‘Vaak liep ik om zes uur ’s ochtends al met mijn microfoon tussen de dieren.’
De Reus hielp ook mee bij de verzorging van de zeehonden: poep opruimen, medicijnen klaarmaken, eten geven. Pups die verzwakt zijn, kunnen in eerste instantie alleen een zalmpapje eten, vertelt hij. Pas later kunnen ze een hele haring aan.
De geluiden die hij opnam, kan hij vandaag niet live laten horen, want momenteel zitten in de zeehondenopvang alleen oudere zeehonden. Die maken nauwelijks geluid. ‘Tussen mei en augustus worden de kleintjes binnengebracht’, zegt De Reus. ‘Dat zijn dieren die op het strand worden gevonden door wandelaars.’
Huilers heten ze, omdat ze zo hartverscheurend om hun moeder roepen. ‘Dat doen ze om te laten weten waar ze zijn. De pups worden op het land geboren. De moeder gaat steeds de zee in om te jagen op vis. Als ze terugkomt om haar jong te zogen, kan de pup zich hebben verplaatst in de kolonie.’
De Reus verzamelde de geluiden van 64 verschillende pups. Aan het eind van zijn onderzoek was hij in staat de helft van de dieren te herkennen aan hun roep. ‘Niet elke pup zegt op dezelfde manier oewoew’, vertelt hij met een lach.
Waar hij op lette, was hoe de geluiden zich ontwikkelden tijdens de periode dat de kleintjes in de opvang zaten. Hij kwam erachter dat de roepen van dieren die bij elkaar in de buurt zitten, steeds meer op elkaar gaan lijken. ‘We hadden drie gescheiden locaties in Pieterburen. De pups konden elkaar binnen die locaties horen, maar niet tussen de locaties.’
Ze ontwikkelden binnen hun eigen groep als het ware een accent, zoals Arnhemmers en Nijmegenaren ook een andere tongval hebben.
Wat ook opviel tijdens zijn onderzoek, is dat zeehondenpups netjes hun beurt afwachten voor ze gaan roepen, net als mensen dat doen wanneer ze communiceren. Op die manier hebben ze meer kans dat ze worden herkend door hun moeder. Met zijn studie hoopt hij een bijdrage te leveren aan onderzoek naar de evolutie van taal. ‘Door de communicatiesystemen van verschillende soorten te vergelijken met dat van ons, kunnen we daar meer over leren.’
Vroege Vogels
Terwijl hij praat, hijst Koen de Reus zich in een waterdichte overall en trekt hij laarzen aan. Een verslaggever van Vroege Vogels heeft zich gemeld; die wil geluidsopnames maken van het voeren van de zeehonden. En dus sjouwt de onderzoeker twee emmers haring naar een bassin. ‘Dit is samen acht kilo’, zegt hij in de microfoon van de radioverslaggever.
De Reus stond zo’n beetje alle landelijke dagbladen al te woord, plus het Jeugdjournaal en zelfs de BBC. Zijn onderzoek stemt vrolijk en alle journalisten vinden het leuk een dagje naar Friesland te komen om de aandoenlijke zeehonden te ontmoeten.
‘Natuurlijk is het fijn om hier te werken’, vertelt de Reus als hij de emmers heeft geleegd bij de zeehonden. ‘Ik ben een paar keer mee geweest met het uitzetten als ze weer genoeg zijn aangesterkt. Dan zoeken we een zandbank of een strandje en worden ze vrijgelaten. Dat geeft ontzettend veel voldoening.’
‘Als kind heb ik eens anderhalf uur naar een zeehondenkolonie zitten kijken zonder te bewegen’
Bij wijze van vervolgonderzoek lijkt het hem interessant om zeehonden in het wild te bestuderen. Hoe klinken hun roepen daar? En is er misschien ook sprake van non-verbale communicatie tussen de dieren? De moeilijkheid van zo’n onderzoek is dat je last kunt hebben van wind en regen en dat je de zeehonden niet wilt verstoren, zegt hij. Of het er ooit van komt, durft hij niet te zeggen.
De Reus is op 20 februari gepromoveerd bij het Max Planck Instituut. Hij heeft net een huis gekocht in Nijmegen en heeft momenteel een baan aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Negen jaar werkte hij af en aan in Pieterburen. Voorlopig is voor hem de cirkel rond. ‘Als kind woonde ik een tijdje met mijn ouders in Canada. We gingen eens naar een natuurpark. Daar heb ik anderhalf uur naar een zeehondenkolonie zitten kijken zonder te bewegen. Mijn ouders vonden het niet meer dan logisch dat ik met zeehonden ging werken.’

