Studentenvereniging 2.0: drinken en studeren

29 jan 2016

Je wordt vooral lid van een studentenvereniging om te drinken, te feesten, ‘lullo’ naar elkaar te roepen en nog meer te drinken. Toch? Nee, de tijden zijn veranderd. Ook Van Binsbergen wordt vandaag de dag aangemoedigd om werk te maken van zijn studie – en met succes.

De studentenvereniging anno 2016 houdt het niet bij feesten en borrels alleen. Onder druk van studieversnellende maatregelen uit Den Haag zorgen de verenigingen voor studieclubjes, tentamentrainingen, eigen bibliotheken en studiesamenvattingen. Minerva uit Leiden, de chique moeder aller studentenverenigingen, is het meest sprekende voorbeeld. In de enorme sociëteit in de stad is een prachtige kamer ingericht als bibliotheek – compleet met oude jachttrofeeën, luxe schrijftafels en meters oude en nieuwe boeken. Het oogt wat vreemd, zo’n academische ruimte in een pand waar verder iedere kamer naar schraal pils ruikt, en waar links en rechts nog een leeg flesje Heineken in een hoek is achtergebleven. Maar er staan heerlijke stoelen in de bieb, er is koffie, goede verlichting en – ook belangrijk – het is er niet zo enorm druk als in menige universiteitsbieb. Talentpool In vrijwel iedere studentenstad organiseren studentenverenigingen projecten of bijeenkomsten die het studieleven van hun leden makkelijker maken. Het Amsterdamse A.S.C./A.V.S.V. biedt bijvoorbeeld scriptiebegeleiding en tentamentrainingen aan en heeft een fonds waar studenten een financieel beroep op kunnen doen, voor studieprojecten die geld kosten. Bij het Groningse Albertus Magnus verandert borrelruimte De Kroeg tijdens de tentamenperiodes in een drukbezocht studielokaal. Veritas uit Utrecht heeft een speciale talentpool samengesteld uit haar leden, waarvoor speciale, inhoudelijke activiteiten georganiseerd worden.

Tap dicht, boek open! Foto: Erik van ’t Hullenaar

Ruben Hoekman, preses van de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV), zegt dat soortgelijke initiatieven in een trend passen. ‘Het studieklimaat is veranderd, dat is duidelijk. Studeren wordt steeds minder vrijblijvend en de verenigingen hebben zich daarop aangepast. Een scholier die volgend jaar gaat studeren, gaat het druk krijgen en kan zich afvragen of het wel slim is om bij een studentenvereniging te gaan. Veel verenigingen hebben daar volgens mij een prima antwoord op gevonden. Ze moeten ook wel, want een studentenvereniging bestaat natuurlijk bij de gratie van de student.’ Wieke Stolwijk, vice-preses van Albertus Magnus, beaamt dat. ‘Simpel gezegd: als niemand zijn vakken haalt, dan hebben wij binnen een paar jaar geen leden meer.’ Maar dat is niet het hele verhaal. De verenigingen vinden dat ze wel degelijk verantwoordelijk zijn voor de studieprestaties van hun leden. ‘Wij willen als studentenvereniging de plek zijn waar een lid zich maximaal kan ontplooien en ontwikkelen’, zegt Eva Hooft van Huijsduijnen van A.S.C./A.V.S.V. ‘Dat betekent ook dat we ze handvatten geven die daarbij kunnen helpen. Het is vervolgens aan de student om daar iets mee te doen. Of niet, dat kan natuurlijk ook.’ Wennen Even wennen is het wel, studeren ‘op de toko’. Ook voor de leden zelf. ‘Ik merk heel goed dat onze leden de sociëteit nog niet associëren met studeren’, zegt Amelie Borel Rinkes, tweede assessor van Minerva. Druk is het niet in hun bieb. ‘Het is nog heel nieuw allemaal. Maar de mensen die de studieruimte al wel ontdekt hebben, komen vaker terug.’ Ook in Utrecht is het nog even zoeken. ‘Uit alle enquêtes onder onze leden blijkt dat er behoefte is aan studiegerelateerde projecten’, zegt Lorena Verschoor, bestuurslid bij Veritas. ‘Maar als we iets organiseren, dan valt de opkomst vaak tegen.’ In Groningen zijn ze wat verder. Bij Albertus Magnus zit het geïmproviseerde studielokaal op de sociëteit met vijftig man regelmatig helemaal vol.

Bij het Groningse Albertus Magnus verandert de kroeg tijdens tentamenperiodes in een drukbezochte studieruimte.
Bij het Groningse Albertus Magnus verandert de kroeg tijdens tentamenperiodes in een drukbezochte studieruimte. Foto: Wieke Stolwijk.

Met de invoering van het leenstelsel dit collegejaar, is de noodzaak voor verenigingen alleen maar groter geworden om naast een volle feestagenda ook een wat serieuzer aanbod te regelen. Ook in Nijmegen. De Nijmeegse verenigingen Ovum Novum en Carolus Magnus maken inmiddels werk van studiebegeleiding. Want hoewel het aantal nieuwe leden bij Ovum Novum en Carolus Magnus dit jaar niet schrikbarend terugliep, kijken de verenigingen met enige vrees naar volgend jaar. Als de huidige eerste lichting leenstelselstudenten hun lidmaatschap moeilijk blijkt te kunnen combineren met studie en bijbaantjes, zal dat via vrienden, buren en familie bij de volgende generatie eerstejaars terechtkomen. En die kunnen dan hun conclusies trekken. Succes De Nijmeegse verenigingen kunnen zich optrekken aan het feit dat het – ook zonder extra studiebegeleiding op de sociëteit – loont om tijdens je studie lid te zijn van een gezelligheidsvereniging. Het effect van de combinatie verenigingslidmaatschap en studiesucces is verschillende keren onderzocht. Steeds was het resultaat duidelijk: leden scoren op hun studie beter dan niet-leden. Al in 1968 noteerde hoogleraar rechtspsychologie Hans Crombag in zijn onderzoek Studiemotivatie en studieattitude: ‘Geconcludeerd werd, dat de gezelligheidsverenigingen, ondanks hun negatieve invloed op de studieattitude, aan hun actieve leden extra motivationele factoren leveren, die aan de studieresultaten ten goede kunnen komen.’ Dato de Gruijter van de Universiteit Leiden was in 2006 de laatste die de link tussen studiesucces en verenigingslidmaatschap onderzocht. Ook hij nam waar dat leden van een (Leidse) vereniging beter presteren dan niet-leden. Ze halen eerder hun propedeuse en hun master en stoppen minder vaak voortijdig met hun studie. Dit onderzoek dateert van vóór de invoering van de studieprojecten die verenigingen momenteel organiseren. Bij een actueel onderzoek zou dit verschil mogelijk nog groter zijn. Het college van bestuur van de Universiteit Leiden spoorde aan het begin van het studiejaar niet voor niets alle studenten per brief aan toch vooral lid te worden van een gezelligheidsvereniging.

Foto: Mona van den Berg
De bibliotheek in de sociëteit van Minerva. Foto: Mona van den Berg

Het lijkt – voor een niet-lid – opmerkelijk. Want hoe kan iemand die van jaarclubborrel naar dispuutsdinertje holt nog tijd hebben om te studeren? Dat een lidmaatschap van een studentenvereniging tijdrovende verplichtingen met zich meebrengt, ontkent niemand. Maar blijkbaar heb je er in ieder geval tijdens de tentamenperiodes ook profijt van. Hoe kan dat? Hetzelfde schuitje ‘Je wordt bij een vereniging het eerste jaar echt wel uit de wind gehouden’, zegt Hoekman van de LKvV. ‘Tijdens tentamenperiodes worden er doorgaans geen grote feesten gepland. En je mag vaak pas in tijdrovende commissies zitting nemen als je je propedeuse hebt gehaald. Wanneer iemands studieresultaten achterblijven bij diens drinkgedrag, dan wordt die persoon daar door ouderejaars op aangesproken en voorzichtig richting de UB gedirigeerd.’ Daarnaast helpen de leden van een vereniging elkaar graag op weg – zo zeggen zij zelf althans. ‘Je zit allemaal in hetzelfde schuitje’, zegt Eva Hooft van Huijsduijnen. ‘Er is altijd wel iemand die je mee naar de universiteit neemt als je eigenlijk liever in bed was blijven liggen. Daarnaast worden op de vereniging goede studieresultaten altijd uitgebreid gevierd. Als iemand zijn propedeuse of bachelor haalt, dan is dat een happening. En dat motiveert andere studenten.’

Bij veel verenigingen stellen ouderejaars hun boeken beschikbaar voor jongere leden. Foto: Mona van den Berg
Bij veel verenigingen stellen ouderejaars hun boeken beschikbaar voor jongere leden. Foto: Mona van den Berg

Borel Rinkes van Minerva zegt iets soortgelijks. ‘Eerstejaars komen vaak in een huis terecht met oudere studenten die hen op sleeptouw nemen en uitleggen hoe het werkt op een universiteit. Als je rechten studeert, is het zo goed als zeker dat er een ouderejaars in je huis woont die dat ook doet. Die zal je helpen. Dat is de cultuur die hier heerst – je helpt elkaar.’ Netwerk Onderwijskundige Lilian Eggens promoveerde in 2011 op haar proefschrift The Student X-Factor aan de Rijksuniversiteit Groningen. Eggens constateerde dat een groot sociaal netwerk een positieve invloed heeft op iemands studiemotivatie en -succes. En waar leer je meer mensen kennen dan op een gezelligheidsvereniging? ‘Hoe de relatie tussen een groter netwerk en betere studieresultaten precies loopt, is vrijwel niet aan te tonen’, zegt Eggens. ‘Maar dat het effect er is, is duidelijk. Ik vermoed dat een deel van je netwerk als vangnet kan dienen zodra je het even niet meer ziet zitten. Je kunt terugvallen op je contacten en vragen stellen als je iets niet snapt. Als je een groot netwerk hebt, voelt het alsof je er niet alleen voor staat en dat werkt stimulerend op allerlei gebieden. Het is bijvoorbeeld ook al langer bekend dat mensen met een groot sociaal netwerk zich fysiek sterker voelen en minder vaak ziek worden.’ Het maakt overigens wel uit hoe dat netwerk eruitziet, volgens het onderzoek van Eggens. ‘Vooral de leeftijd is belangrijk. Hoe ouder je netwerk, hoe groter de kans op vertraging. Simpel gezegd: aan ouderen van rond de vijftig heb je niet zoveel als het op studieadvies aankomt. Wat dat betreft zit je bij een studentenvereniging natuurlijk perfect. Daar zit je met leeftijdsgenoten die allemaal in dezelfde fase van hun leven zitten.’

Foto: Mona van den Berg
Foto: Mona van den Berg

De studentenvereniging als studieclub vol gelijkgezinden die elkaar motiveren en oppeppen; dat zal de twijfelende leenstelselstudent als muziek in de oren klinken. Probleem is alleen dat we het zo niet mogen noemen. Het einde van vrijwel ieder interview voor dit verhaal gaat ongeveer als volgt: ‘Uhmm… Mag ik nog wel even benadrukken dat we toch vooral een gezelligheidsvereniging zijn?’ Eén bestuur belt er speciaal nog even voor terug. Een studentenvereniging is en blijft toch vooral een gezelligheidsvereniging, of we dat wel even duidelijk hebben. ‘Het karakter van de studentenvereniging is echt niet veranderd’, zegt Borel Rinkes van Minerva. ‘Het is niet zo dat er meer of minder wordt geborreld dan vroeger. Het is alleen wel zo dat langstuderen steeds zeldzamer wordt, omdat studenten dat simpelweg niet meer kunnen betalen. Als wij als vereniging kunnen helpen langstuderen te voorkomen, dan moeten we dat doen.’ / Tim van Ham


De Nijmeegse verenigingen mogen dan wat achter de rest van het land aanhollen als het aankomt op studiebegeleiding, het is zeker niet zo dat ze stilzitten. Carolus Magnus  en Ovum Novum openen tijdens tentamenperiodes al jaren de deuren voor studerende leden, en beide verenigingen bieden ook verschillende tentamentrainingen aan voor vakken waar veel eerstejaarsstudenten moeite mee hebben. Daarnaast heef Ovum Novum sinds 2011 een studiecommissie die ouderejaars studenten koppelt aan eerstejaarsstudenten, om ze te begeleiden bij hun studie. Carolus Magnus heeft sinds deze winter vol ingezet op hun studiebegeleidende aanbod.  Zo komt er onder andere een digitaal platform waarop studenten hun samenvattingen en aantekeningen kunnen delen.


 

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!