Al vijftig jaar museum én onderwijszaal

05-10-2017, 13:59

Foto: Tim Rijnhart

Het Museum voor Anatomie en Pathologie bestaat vijftig jaar. Dat wordt gevierd met een boek én een nieuwe expositie: teratologie. Conservator Lucas Boer: ‘Onderwijs heeft altijd voorop gestaan.’

Het is feest, want het Museum voor Anatomie en Pathologie bestaat vijftig jaar. Als je even niet oplet, zou je er zo voorbij lopen: het museum zit een beetje weggestopt in het studiecentrum van de medische faculteit. Studenten kunnen er al vijftig jaar organen, ziektes en afwijkingen bekijken. Maar het museum wordt ook steeds vaker door bezoek van buitenaf bezocht. De verjaardag van het museum wordt gevierd met een boek, een nieuwe expositie en verschillende evenementen.

‘We zijn altijd een museum geweest dat sterk is in onderwijs.’

Lucas Boer, de jonge, enthousiaste conservator van het museum, bladert door het gloednieuwe boek. Met verhalen van medewerkers van de afgelopen vijftig jaar. Secretaresses, conservatoren, betrokken onderzoekers. Hoe hebben zij het museum beleefd, wat hebben ze gedaan en wat is er in de afgelopen vijftig jaar veranderd? Boer durft wel te zeggen: ‘We zijn altijd een museum geweest dat sterk is in onderwijs.’

Bij de nieuwe expositie  — teratologie, de afdeling van de ‘aangeboren aandoeningen’ — blijkt dat nog extra. Boer: ‘Tot nu toe stonden deze baby’s  in het pathologisch museum, want ja, ze wijken ook af van het normale. Maar toen we gingen inventariseren, vonden we ze eigenlijk zo bijzonder. Nu hebben we ze een eigen ruimte gegeven.’ Door de toevoeging van CT- en MRI-scans krijgen de bezoekers nu de kans om het hele verhaal achter de baby’s op sterk water te begrijpen.

Preparaten

Eerder legde Boer ons al uit waarom het zo belangrijk is om aandacht te besteden aan het verhaal rond de preparaten. Want, stelt hij, je kunt ook de hele ruimte vol met potten zetten. Maar dat is niet meer van deze tijd. Boer: ‘Het is belangrijk dat mensen iets kunnen leren. De preparaten die je bij ons kunt zien, zijn moeilijke objecten. Dat zijn geen schilderijen waar je aandacht als vanzelf naartoe gaat. Daarom moeten we ze goed uitleggen, en ze op zo’n manier presenteren dat mensen ze wíllen zien. Onderwijs heeft bij ons altijd vooropgestaan.’

Studenten kunnen er iedere dag terecht, want de tijd bij de snijtafels is beperkt

En dat blijkt nodig. Studenten kunnen er iedere dag terecht om echte organen te zien, want de tijd bij de snijtafels is beperkt. Maar het museum doet ook veel voor scholieren, en andere geïnteresseerden van buitenaf. Boer: ‘We willen in de toekomst ook gaan werken met patiënt-educatie. Dat patiënten hierheen kunnen komen om hun ziektebeeld in het echt te zien, en daar persoonlijke uitleg bij te krijgen, in plaats van alleen op een CT-scan.’

Hoe je al die doelgroepen bedient, blijft een vraag. Boer: ‘Een museum moet continu in beweging zijn. Dat je nu nog precies dezelfde potten hebt als 60 jaar geleden, is passé. Wij zijn het enig anatomisch museum dat nog nieuwe preparaten maakt.’ Zo blijft het museum zich vernieuwen en naar buiten treden. Ook in de volgende vijftig jaar.

Het Museum voor Anatomie en Pathologie bevindt zich in het Studiecentrum van het Radboudumc en is gratis te bezoeken van maandag t/m vrijdag. Zie de website voor meer informatie.  Het jubileumboek “Ontleed in Verwondering” is in het museum te koop. Met verhalen over de drie deelcollecties aangevuld met beeldmateriaal.

Geef een reactie