Bussemaker ziet basisbeurs niet terugkomen

07-02-2017, 12:02

Foto: Frans Peeters

Jet Bussemaker wil niet koste wat kost opnieuw minister van Onderwijs worden: ‘Ik zeg niet direct nee, maar ik sta ook niet te springen.’ Ze kijkt tevreden terug op wat ze heeft bereikt en hoopt dat het volgende kabinet haar erfenis niet verkwanselt.

Het zit er bijna op. Al vierenhalf jaar is Jet Bussemaker minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de Partij van de Arbeid. En nu komen de verkiezingen eraan. ‘Het is wel moeilijk te beseffen, je zit overal nog middenin. Ik dacht dat het rustiger zou worden, maar dat is helemaal niet zo.’ Eigenlijk merkt ze alleen in de Tweede Kamer dat het al bijna 15 maart is. De debatten veranderen van toon. ‘De Kamerleden zijn intussen campagne aan het voeren met elkaar’, stelt ze vast.

‘Ik kan me niet voorstellen dat het CDA de basisbeurs weer invoert’

De grote vraag is wat er na de verkiezingen gaat gebeuren met haar beleid. Welke koers kiest haar opvolger? Het gaat dan vooral om het leenstelsel dat ze heeft doorgevoerd, oftewel het ‘studievoorschot’. Nieuwe studenten krijgen geen basisbeurs meer, zodat de overheid honderden miljoenen overhoudt om in het hoger onderwijs te stoppen.

Trots
‘Het is de grootste hervorming in de studiefinanciering van de afgelopen dertig jaar’, zegt Bussemaker trots. Vele pogingen voor haar mislukten, zoals bijvoorbeeld de langstudeermaatregel van haar voorganger Halbe Zijlstra. Ze kreeg een telefoontje van Arie Pais, veertig jaar geleden minister van Onderwijs voor de VVD. ‘Hij had toen al zoiets willen doen, maar het was hem niet gelukt.’

Sommige partijen willen na de verkiezingen de basisbeurs weer invoeren, zoals het CDA en de SP. Daar heeft Bussemaker geen goed woord voor over. ‘Ik kan me niet voorstellen dat het CDA dat echt gaat doen. Dan moeten alle investeringen weer worden teruggedraaid of de ov-studentenkaart is niet meer veilig. En de SP heeft altijd grote woorden, maar vier jaar geleden wilde die partij zomaar achthonderd miljoen euro op onderwijs bezuinigen. Lijkt me ook geen goed idee.’

‘De SP heeft altijd grote woorden’

Al met al ziet ze het niet gebeuren. ‘Ik kan niet in een glazen bol kijken, maar we hebben vier partijen achter ons.’ Het studievoorschot komt immers uit de koker van regeringspartijen VVD en PvdA plus oppositiepartijen D66 en GroenLinks. ‘Minstens twee van die partijen zullen wel in het volgende kabinet terechtkomen.’

Ze sluit haar ogen niet voor de scherpe randjes, bezweert ze. ‘Je mag me aanspreken op gehandicapte studenten of jongeren waarvan de ouders niet hebben gestudeerd. Er gaan komend jaar weer meer jongeren studeren en dat is positief, maar we blijven in de gaten houden hoe het met deze groepen studenten gaat.’

Jet Bussemaker-DvA-159756
Bussemaker op de foto met een asielzoeker en bewoner van Heumensoord, vorig jaar.

Nepnieuws
Ze zou willen dat de propagandapraatjes nu ophouden. ‘De tijd van nepnieuws is echt voorbij. Bij de discussie over het studievoorschot zijn er heel grote woorden gebruikt waar het allemaal toe zou leiden. Ik ben een keer mbo’ers tegengekomen die met SP-jongeren op stap waren. Ze hadden allemaal begrepen dat hun basisbeurs óók zou verdwijnen. Ik dacht: hebben ze het niet goed begrepen of zijn ze bewust misleid?’

Het gaat niet meer om politiek, vindt ze. ‘Het gaat erom dat we studenten goed voorlichten. En daar valt nog wel iets te verbeteren. We hebben vloggers ingehuurd, advertenties geplaatst, brieven gestuurd, Skype-bijeenkomsten gehouden… Toch blijkt het erg moeilijk om alle jongeren te bereiken. Sommigen denken nog altijd dat je vroeger niets hoefde te lenen en nu alles. Toch zonde als ze daardoor niet durven te studeren.’

Op het spel
Ze verwacht dus niet dat de basisbeurs een comeback maakt na 15 maart. Wat staat er dan op het spel voor het hoger onderwijs? ‘De belangrijkste keuze is of je wilt investeren of niet. Gaat de ov-studentenkaart verdwijnen? Komt er toch weer een langstudeerboete? Collegegeldverhogingen heb ik nog niet langs zien komen, maar ik sluit niet uit dat er partijen zijn die dat willen.’

‘Ik vind het fantastisch als studenten van de TU Delft iets uitvinden, maar…’

En niet onbelangrijk: hoe kijken de partijen tegen het hoger onderwijs aan? ‘Er zijn partijen die een opleiding vooral zien als opstapje naar de arbeidsmarkt. CDA en VVD willen strenger kijken of studies wel opleiden tot werk, en ze willen geld verschuiven naar technische universiteiten, want dat is goed voor de economie. Maar bijvoorbeeld kleine talenstudies moeten we ook beschermen. Ik vind wel dat kleine opleidingen meer moeten samenwerken, want ik kan het niet verkopen als een hoogleraar en twee docenten samen een opleiding met een stuk of drie studenten runnen, terwijl ergens anders de collegezalen uitpuilen. Maar die kleine opleidingen moeten er wel zijn. Denk aan Arabisch. Dat was geen populaire studie, maar nu hebben we mensen nodig die de taal van het Midden-Oosten spreken. Of denk aan de uitbraak van ebola in Afrika: we hebben antropologen nodig die begrijpen hoe je de verspreiding daar kunt tegengaan. Ik vind het fantastisch als studenten van de TU Delft weer iets moois hebben uitgevonden, maar in het hoger onderwijs mag het niet alleen daarom draaien.’

Opnieuw minister
Wil ze in het volgende kabinet opnieuw minister van Onderwijs worden? ‘Ik denk dat die kans vrij klein is. Je moet ook realistisch zijn’, zegt ze met een verwijzing naar de peilingen van de PvdA. ‘Het hangt ook van het regeerakkoord af dat er straks ligt. Ik ga niet in een kabinet zitten dat de wetenschap in de uitverkoop zet en naar het ministerie van Economische Zaken overhevelt.’

Maar zou dat ooit gebeuren als haar eigen partij in de regering komt? ‘Nee, dat is waar. Maar dan nog sta ik na vier mooie jaren niet te springen, al zeg ik ook niet bij voorbaat nee. Soms heb je gewoon weer nieuwe mensen nodig. Ik ben zeven jaar bewindspersoon geweest en ik ben voor diversiteit.’

Dan gaat ze weer aan het werk. Ze is nog met één belangrijk wetsvoorstel bezig. Tweejarige hbo-opleidingen (associate degrees) moeten een eigen status krijgen in de wet, zodat ze niet langer een slap aftreksel zijn van complete vierjarige opleidingen. Het moet nog lukken, denkt Bussemaker. ‘Er zijn geen grote meningsverschillen en het is superbelangrijk dat het nu geregeld wordt.’ Desnoods gebeurt dat nog na de verkiezingen, tijdens de vorming van het nieuwe kabinet. / HOP, Bas Belleman

Meer lezen over leenstelsel? Bekijk dan ons dossier.

1 reactie

  1. Jan schreef op 8 februari 2017 om 22:30

    Bussemakers die trots is dat ze voor elkaar kreeg wat een vvd voorganger niet lukte. Het is maar waar de pvda zich mee aan wil spiegelen. Waar haalt ze het vandaan om als zogenaamde sociaaldemocraat trots te zijn op de grootste slag die in Nederland na de oorlog is toegebracht aan de sociale mobiliteit. Nooit meer pvda. Maar vergis je niet, de zogenaamde studentenvriend jesse klaver heeft ook meegeholpen met het afbreken van de studiefinanciering.

Geef een reactie