De rijzende ster van Sara Issaoun

20 jun 2019

Ze publiceerde in het Astrophysical Journal, stond in The New York Times en was betrokken bij de grootste astronomische mijlpaal in lichtjaren: de allereerste foto van een zwart gat. En promovendus Sara Issaoun is pas 25 jaar.

Sarah Issaoun draait haar laptop in het rond. Het Skypebeeld toont haar kantoor in Boston, Massachusetts. Kale, witte muren, saaie kantoormeubels: niets doet vermoeden dat dit een werkkamer is in het Harvard Center for Astrophysics, onderdeel van misschien wel de meest prestigieuze universiteit ter wereld. Radboud-promovendus Issaoun (25) is er een maand op werkbezoek, zoals al eerder tijdens haar studie. ‘Het gebouw maakte ooit deel uit van een katholieke school’, zegt ze. ‘Het is niet zo’n fijn gebouw, erg oud, met veel smalle gangen.’

Het Huygensgebouw is beter?

‘Ja, veel mooier, haha.’

Veel academici dromen ervan op een universiteit als Harvard te werken. Kun je beschrijven hoe het is om dat daadwerkelijk te doen?

‘Het is niet zo anders als thuis. Wat betreft de faciliteiten en de koffie is het niet geweldig. De mensen die hier werken, dat is wat het bijzonder maakt.’

Je ontmoet de beroemdste astronomen bij het koffieautomaat?

‘Ja. In mijn gebouw werken enkele Nobelprijswinnaars die je in de wandelgangen tegenkomt. Schrijvers van mijn studieboeken, auteurs van beroemde publicaties en sprekers van beroemde lezingen: ze zitten allemaal hier.’

Waar een bezoek aan Harvard voor de gemiddelde academicus een mijlpaal betekent, is het voor Issaoun niet eens zo bijzonder. Haar carrière nam in korte tijd een duizelingwekkende vlucht. Afgelopen januari was ze hoofdauteur van een veelbesproken paper, over de oriëntatie van de aarde ten opzichte van het zwarte gat in het centrum van de Melkweg, Sagittarius A*. En in april haalde ze het wereldnieuws als teamlid van het consortium Event Horizon Telescope (EHT), met de eerste foto van een zwart gat.

‘In mijn gebouw werken enkele Nobelprijswinnaars die je in de wandelgangen tegenkomt’

Een week na haar bezoek aan Harvard schuift Issaoun aan voor een interview in dat ‘veel mooiere’ Huygensgebouw. We willen weten hoe een 25-jarige zulke indrukwekkende wetenschappelijke wapenfeiten op haar naam krijgt. Hoe klom ze van dromend kind zo snel op tot superster in de sterrenkunde? Issaoun heeft vanuit Arnhem, waar ze bij haar ouders woont, haar telescoop meegetorst. Een fors apparaat, bijna een meter hoog, dat ze als twaalfjarige van haar vader kreeg. ‘Een cadeau uit Singapore’, vertelt ze. ‘Mijn vader dacht meteen aan mij toen hij hem zag staan.’

De telescoop

Sara Issaoun is acht jaar als ze op haar basisschool in Montreal een opdracht krijgt. Maak van karton ons zonnestelsel na, compleet met planeten en de zon. De schoolopdracht over die verre, gekke planeten maakt indruk. Nog dezelfde dag gaat Issaoun met haar moeder naar de plaatselijke bibliotheek. Ze komen thuis met een stapel van vijftien kinderboeken over en kleine Sara verslindt de boeken vol foto’s van planeten en sterrennevels. Vanaf dat moment wil Issaoun astronoom worden.

Foto: Julie de Bruin

De telescoop is dan ook een goed gekozen souvenir. De jonge Issaoun neemt hem vaak mee naar het St-Benoît-park, vlakbij huis. Daar tuurt ze urenlang naar verre sterrenstelsels.

Is je werk als astronoom zoals je je dat als kind voorstelde?

‘Nee, helemaal niet. Als kind denk je dat astronomen door telescopen turen en foto’s maken van sterren. Maar tijdens je studie leer je dat astronomen kijken met andere lichtsoorten: radio- en infraroodstralen. Die verzamelen we met grote schotels, die het licht omzetten in data. Ik werk vooral met die data en computers, niet met een telescoop.’

Kun je uitleggen wat je precies met die data doet?

‘Als we met onze telescopen observeren, slaan we een heleboel data op. Voor de foto van het zwarte gat was dat bijvoorbeeld vijf petabytes aan data – vergelijkbaar met het geheugen van vijfduizend laptops. Die data bestaat voor het overgrote gedeelte uit ruis. Vervolgens maken we modellen voor alle factoren die die ruis kunnen veroorzaken, zoals verstoringen door de telescoop zelf, of de weersituatie boven de telescoop. Die verwijderen we, en wat overblijft is het signaal waar je naar op zoek bent.’

Voelde je geen teleurstelling toen het werk heel anders bleek dan je vroeger dacht?

‘Nee, nooit! Ik heb nooit getwijfeld. Stel je voor: we kijken naar objecten en gebeurtenissen die zo ver weg zijn dat je ze niet met je eigen ogen kunt zien, en proberen te begrijpen wat ze over onze wereld zeggen. Dat gegeven heeft me altijd geïnspireerd.’

Je kunt heel gemakkelijk uitleggen waarom je een passie hebt voor astronomie. Is dat iets waar je vaak over nadenkt?

Issaoun schiet in de lach. ‘Het is me zó vaak gevraagd. Vooral door mijn ouders. Die vroegen: hoe kun je nog zo gehecht zijn aan een onderwerp dat je op je achtste hebt gekozen? Ondanks dat ze me altijd hebben gesteund, vinden ze het heel gek dat ik nooit van gedachten ben veranderd. Dat vinden heel veel mensen gek, trouwens. Ik koos ergens voor op je achtste en op mijn 25ste doe ik nog steeds precies dat.’

De mail

Heino Falcke is een drukbezet man. Hij is hoogleraar, bedenker van EHT, en een uithangbord voor de afdeling sterrenkunde van de Radboud Universiteit. Kortom: er zijn veel mensen die iets willen van de hoogleraar.

Sara Issaoun op Harvard, bij een van de telescopen die op publieksdagen dienst doen. Foto: Sara Issaoun

Dat weet Issaoun gelukkig niet als ze in de ochtend van 3 januari 2014, in de kerstvakantie, op ‘verzenden’ drukt. ‘Ik ben deze zomer voor drie maanden in Nederland’, schrijft ze in haar mail aan Falcke. ‘Ik wil een deel van mijn vakantie als vrijwilliger meewerken aan natuurkundig onderzoek.’

Issaouns ouders zijn op haar veertiende voor werk naar Arnhem verhuisd. Issaoun gaat mee, maar begint enkele jaren later een studie in Canada. De zomermaanden in Nederland wil ze graag nuttig besteden. ‘Het kwam erop neer dat ik mailadressen van sterrenkundigen in Nederland opzocht en vroeg of ze toevallig een project voor me hadden’, zegt Issaoun. Je zomer opofferen voor vrijwilligerswerk in het onderzoek mag in Noord-Amerika misschien gebruikelijk zijn, in Nederland ligt dat anders.

Het zou een reden kunnen zijn waarom Falcke zo snel reageert. Exact acht minuten later ploft het antwoord in Issaouns mailbox. ‘Klinkt interessant’, schrijft Falcke. Of ze een cv klaar heeft liggen dat ze op kan sturen?

Issaoun valt met haar neus in de boter. Falcke heeft op dat moment net de voorbereiding rond van een groot, wereldwijd samenwerkingsproject. Het doel – het vastleggen van de waarnemingshorizon van een zwart gat – is volgens velen onmogelijk. Het te fotograferen zwarte gat, M87, staat namelijk 53,5 miljoen lichtjaar (zo’n kilometer) bij ons vandaan. Dat is alsof je de breedte van een wenkbrauw fotografeert van iemand die veertig kilometer verderop staat.

Maar Falcke weet raad, en daarbij kan hij de hulp van een enthousiaste student met een stevige achtergrond in de fysica wel gebruiken. In de zomer van 2014 gaat Issaoun als vrijwilliger aan de slag bij EHT, een gigantisch project dat acht telescopen van Europa tot Zuid-Amerika en Antarctica tegelijkertijd inzet om M87 in beeld te krijgen. Het bevalt haar zo goed dat ze besluit haar master en later haar promotietraject in Nijmegen bij Falcke te doen. Issaouns carrière als astronoom is gelanceerd.

De foto

April 2019. De lichten in de perszaal van de Europese Commissie gaan uit. Het moment waarop iedereen gewacht heeft, waarvoor de internationale pers zich hier verzameld heeft. ‘Ik geloofde nooit dat dit zwarte gat zo groot was als mensen beweerden’, zegt Heino Falcke in de microfoon. ‘Until we saw … that!’ Daar is hij dan. De allereerste foto van een zwart gat verschijnt op het scherm. De zaal applaudisseert.

Ook Sara Issaoun applaudisseert. Samen met haar team verlaat ze de persconferentie, om meteen op een muur van journalisten te stuiten. De verzoeken voor live interviews stromen binnen. Zelf ‘doet’ Sara het journaal van de internationale Franse zender France 24 – Frans is haar moedertaal. Op Twitter is #EHTblackhole intussen ‘trending topic’, wereldwijd. In totaal zien naar schatting 4,5 miljard mensen de foto van het zwarte gat in de media voorbijkomen.

Hadden jullie dat verwacht?

‘We hadden verwacht dat sommige mensen geïnteresseerd zouden zijn: de wetenschappelijke gemeenschap, amateursterrenkundigen. Maar we hadden niet verwacht dat het zó groot zou worden onder het algemene publiek.’

Kun je dat verklaren?

‘Het plaatje is een tastbaar resultaat. Er zitten een heleboel cijfers en grafieken achter zo’n foto, maar door dat plaatje gaan mensen denken en dromen. Het maakt ons onderzoek visueel toegankelijk. Daarbij is het idee van zo’n zwart gat als het einde van de wereld ook heel sterk. Heino noemt het altijd ‘de poort naar de hel’. Het laat mensen nadenken over eindigheid, sterfelijkheid, extreme omstandigheden. Dat zwarte gat is zo krankzinnig. En nu kijken we naar de grenzen ervan. Dat is een behoorlijk bizarre gedachte.’

De onthulling van de foto bracht Issaoun haar grootste podium tot dan toe: ze werd geïnterviewd door The New York Times. Maar de aanleiding voor dat artikel was allesbehalve prettig.

Vlak na de persconferentie in Brussel gaat op social media een foto rond van Katie Bouman, computerwetenschapper aan de California Institute of Technology en teamlid van EHT. Waarom hoor je de naam van Bouman nergens in de media, terwijl ze zo’n belangrijke rol heeft gespeeld, vraagt de twittercommune zich af. De – mannelijke – projectleiders wordt verweten goede sier te maken met Boumans werk.


Issaouns opgewekte toon maakt plaats voor een serieuzere wanneer de kwestie Bouman ter sprake komt. ‘Het heeft ons behoorlijk geschaad.’

Waarom?

‘Na de onthulling van de foto wilden we als grootschalig samenwerkingsverband naar buiten treden. EHT bestaat uit meer dan tweehonderd wetenschappers, uit achttien landen. We wilden de collaboratieve aard van het project benadrukken. Wat we niet voorzagen, was dat Katies persoonlijke voor de troepen uit zou snellen. Op een gegeven moment wilden media alleen nog maar met Katie praten. Alle leden van het project, ook de jongere, was media-aandacht beloofd. Nu focuste alles zich op één persoon.’

Hoe kwam het dat jij wel in The New York Times terechtkwam?

‘De onlinereacties werden langzaam maar zeker feller. Het ging over antifeminisme, seksisme, over hoe Katies wetenschappelijke werk zou zijn gestolen. De oudere, mannelijke leiders van het project voelden dat ze niet in de positie waren om te reageren. Wat mij betreft: als jonge vrouw verwachtte ik dat de negatieve reacties bij mij minder sterk zouden zijn. Toen The New York Times belde voor een reactie op een genuanceerd stuk, was dat het juiste moment om me uit te spreken.’

Voelt het niet gek om nu zelf geïnterviewd te worden over jouw persoonlijke bijdrage?

‘Velen van ons zijn geïnterviewd over hun bijdrage. Het is belangrijk om die individuele verhalen te horen, maar we moeten wel bij de feiten blijven. Mijn bijdrage is een klein deel in het grote verhaal.’

Terug naar Boston, 2019. Issaouns dagen als promovendus zijn voornamelijk

gevuld met vergaderen, vaak met collega’s in alle uithoeken van de wereld. Doordat ze een maand lang fysiek aanwezig is bij haar Amerikaanse collega’s, kunnen ze samen snel stappen maken in de ontwikkeling van een nieuw project.

Wat een haast. Zijn jullie niet aan vakantie toe na die wereldprimeur?

‘De afgelopen vier of vijf maanden zijn we druk geweest met het schrijven van publicaties rond de foto. Dat zijn we nu allemaal helemaal zat. Er zijn nog zo veel andere data beschikbaar uit de observatierondes, iedereen is heel enthousiast om daarmee aan de slag te gaan. Dit is de spannendste periode: dingen uitproberen, kijken hoe de data zich gedragen, wat we ervan kunnen leren.’

Heb je een doel? Een wetenschappelijke ontdekking die de kroon op je carrière zou zijn?

‘Ik denk dat de foto van het zwarte gat zo’n ontdekking is. De volgende grote stap is het maken van een film. Sagitarrius A*, het zwarte gat in het centrum van de Melkweg, beweegt veel sneller in onze sterrenhemel dan M87. Een foto maken van ‘Sgr A*’ is alsof je een rennende kleuter fotografeert: zo’n foto is bewogen en onscherp. Dus we moeten technieken ontwikkelen om een film te maken.’

‘Ik krijg die vraag soms ook van oudere collega’s: ben ik niet bang dat ik te vroeg gepiekt heb?’

Voelt het niet alsof je je levensdoel al hebt behaald?

‘Ik krijg die vraag soms ook van oudere collega’s uit het project, voor wie de foto hun levenswerk was. Ben ik niet bang dat ik te vroeg gepiekt heb?’ Issaoun valt even stil. ‘Nou, ik heb hierover nagedacht. EHT had deze foto tien jaar geleden nooit kunnen maken, met de mogelijkheden van toen. Dus wie weet welk experiment over tien jaar om de hoek komt kijken, toch? Er liggen zo veel ideeën te wachten tot de technologie ze heeft ingehaald. Fenomenen die honderd jaar geleden nog onbekend waren, kunnen we nu observeren. Wie weet waar we over tien of twintig jaar staan.’ Ze schiet weer in de lach.
‘Ik probeer er vooral niet over na te denken dat dit project waarschijnlijk het beste was wat ik ooit zal doen.’

Dit interview staat ook in Vox Magazine.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands