De valkuil van ‘zij zal wel niet willen’

04 mei 2018

Zelfs op een ‘vrouwelijke’ universiteit als de Nijmeegse is anno 2018 nog bijna driekwart van de hoogleraren man. Wie denkt dat het puur een kwestie van tijd is voor de verhouding bijtrekt, zit er helaas naast, stelt hoogleraar Gender en diversiteit Marieke van den Brink.

Alle Westerdijkbeurzen en mentorprogramma’s ten spijt: slechts 26,5 procent van de Radboudhoogleraren is vrouw . Dat is boven het landelijk gemiddelde van 18 procent, maar feit blijft dat de grote meerderheid van de professoren man is. Marieke van den Brink is dan ook gewend dat ze niet ‘herkend’ wordt als hoogleraar. ‘Als ik over de universiteit loop, verwachten mensen niet dat ik deze functie heb. Daarvoor kijken ze toch eerder uit naar grijze mannen’, grapt ze. Maar haar cv liegt er niet om: Van den Brink promoveerde in 2009 cum laude op de rol van gender binnen hoogleraarbenoemingen, werd in 2016 zelf hoogleraar en deed voor de Europese Unie een studie naar de rol van gender in de academische wereld.

‘We zien de achterstand óók ontstaan bij vrouwen die fulltime werken’

Haar onderzoek ontkracht een aantal hardnekkige mythes. Dat er simpelweg niet genoeg vrouwelijk potentieel is, bijvoorbeeld. Van den Brink: ‘Je hoort vaak dat “ze er gewoon nog niet zijn”, die professorabele vrouwen. Dat die golf nog moet komen. Dat klopt niet. Als we kijken naar de cijfers, zien we duidelijk dat er sinds 1980 een grote stijging zit in het aantal vrouwelijke promovendi. Het punt is alleen: wat gebeurt daarna? Die stijging vertaalt zich namelijk niet evenredig in benoemingen van vrouwelijke hoogleraren. Bij elke hogere trede op de carrièreladder blijft een steeds kleiner percentage vrouwen over.’

Ligt dat niet gewoon aan de vrouwen zelf? Ze verrichten meer deeltijdwerk, kiezen er vaker voor om bij de kinderen te zijn. Maar dat gaat voor de campus niet op, zegt Van den Brink. In de academische wereld werken vrouwen veel minder in deeltijd dan in andere sectoren. Er is wel verschil in werkuren tussen mannen en vrouwen, maar dat is te gering om het gat in topposities te verklaren. ‘Daarbij: we zien de achterstand óók ontstaan bij vrouwen die fulltime werken.’

Selectiecommissies vooronderstellen vaak dat vrouwen het niet kunnen of willen, zo’n hoge positie. ‘Omdat ze net kinderen hebben gekregen, bijvoorbeeld. Of omdat ze verwachten dat de man des huizes al een belangrijke baan elders heeft en ze dan vast niet een­twee­drie gaan verhuizen. Die vrouwen krijgen dus niet eens de kans om te solliciteren op een functie. Terwijl ze misschien wel degelijk willen.’

Waarderen

Er moeten echt dingen veranderen, vindt Van den Brink. Nee, vrouwen hoeven niet per se assertiever te worden. ‘Ten eerste is het voor vrouwen nagenoeg onmogelijk om het goed te doen in de mannenwereld: als ze te assertief zijn heten ze ‘ijskoningin’, als ze te lief zijn krijgen ze hun zin niet. Ik kan echt niet zoals mijn mannelijke collega’s op tafel slaan en zeggen: zo doen we het en daarmee basta! De range van wat geaccepteerd gedrag is, is bij vrouwen veel kleiner.’

‘Focus óók, en vooral, op een beter klimaat voor vrouwelijke wetenschappers’

Wel moeten we met z’n allen meer gaan waarderen wat vrouwen doen in het academische veld. Terwijl mannen vaker ‘traditioneel’ in hun kantoor en het lab zitten om onderzoek te doen, geven vrouwen meer onderwijs en vervullen ze bestuursfuncties. Dat is problematisch, stelt Van den Brink. Bij vacatures en doorgroeimogelijkheden wordt vooral naar de wetenschappelijke prestaties gekeken.

‘Je kunt wel zeggen: dan moeten die vrouwen ook meer onderzoek gaan doen. Maar vraag jezelf eens af, wil je op een universiteit leven waar amper aandacht is voor onderwijs en iedereen alleen maar in z’n kamer onderzoek zit te verrichten? Volgens mij zijn die onderwijs­ en bestuurstaken net zo belangrijk als al het andere. Het wordt tijd dat we die eens gaan waarderen.’
Überhaupt zou best iets aan de sfeer op de universiteit mogen veranderen, zegt de hoogleraar. ‘Kijk, het is goed dat er actief werk wordt verricht om zo veel mogelijk vrouwelijke hoogleraren aan te nemen. Maar focus óók, en vooral, op een beter klimaat voor vrouwelijke wetenschappers.’

Polonaise

‘Het beeld dat we uitstralen is dat we een heel ‘vrouwvriendelijke’ universiteit zijn. Maar als ik hoor hoe vrouwen zinnen naar hun hoofd krijgen als ‘Jij hebt je Veni (onderzoeksbeurs voor postdocs, red.) alleen maar gekregen omdat je vrouw bent’, vraag ik me af hoe ze daarbij komen. Bij de informele wandelclub van hoogleraren zijn nota bene pas sinds vorig jaar twee vrouwen toegelaten.” Ze zucht. “Meer topfuncties voor vrouwen betekent ook: minder mannen. Die gaan daar echt niet voor in de polonaise staan.’

Dan de hamvraag: hoe bereik je als universiteit zo’n verandering in sfeer? ‘Tja,’ zegt Van den Brink, ‘we weten dat je het nu eenmaal niet kunt forceren door trainingen en protocollen. Dat werkt een beetje, maar is zeker niet afdoende. Bovendien kunnen mensen die er sowieso al geen zin in hadden, alleen maar opstandiger worden. Maak mensen ervan bewust dat gender überhaupt een rol speelt, dat helpt. En je kunt bijvoorbeeld, zoals ze aan de Eindhovense universiteit doen, in alle selectiecommissies één persoon opnemen die speciaal getraind is om te zien hoe onbewuste vooroordelen meespelen in het selectieproces. Die zegt dan: “Hoezo denk je dat zij niet wil, omdat ze aan de andere kant van het land woont en dan met haar man en kinderen moet verhuizen? Kunnen we haar dat niet zelf vragen?”‘

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands