De Denker over februari: Rondjes van 29,5

28-02-2018

Op de laatste dag van de maand reflecteert de Denker des Vaderlands René ten Bos over een kwestie uit de actualiteit. Met deze maand de Olympische Winterspelen in Zuid-Korea. ‘Intrigerend hoe dit land zich verliest in saaie rondjes van 30 seconden.’

Hoe heeft u de Olympische Spelen beleefd?

‘Nauwelijks. Met mijn zoon heb ik even gekeken naar de 10 kilometer van Sven Kramer. Er zijn serieuze leidinggevenden die voor zo’n wedstrijd de hele afdeling platleggen, ík vind het niet om aan te gluren. “Kijken hoe gras groeit”, noemde een Amerikaans commentator het ooit, en zo is het. In dat land zijn ze meer van de clashes of bodies en ik neig daar ook naar. Liever een potje voetbal dan twee mensen die elk contact juist uit de weg gaan. Het is een sport van de klok. Als de chronometers wegvallen heb je geen wedstrijd meer. Ze probeerden er dit jaar iets aan te doen met de massastart, maar wij Nederlanders omarmen liever de lange baan. Dat intrigeert me.’

Hoe duidt u onze fascinatie voor een sport waarin de klok de baas is?

‘Het is de verfraaiing van iets dat eigenlijk heel lelijk is. Tijd ís een lelijk ding, vooral de decimale tijdsbeleving waar het hier om gaat. Het is iets anders dan de mooie kant van de tijd, de tijd die verglijdt. Toch weten wij uit dat lelijks een wonder te scheppen. Stoere mensen huilen tranen om rondjes van 29,8. Hier wordt natuurlijk iets gesublimeerd.’

Wat is dan de diepere laag van het juichen om rondetijden?

‘Het raakt aan verveling, ik volg Heidegger in de drie varianten ervan. Je hebt de verveling van het wachten op de trein, de secondes die wegtikken en de tijd langer doen lijken. Bij het schaatsen heb je  ook de verveling van mensen en omstandigheden. Kijk bij een gewone schaatswedstrijd maar naar die akelig lege tribunes. Waar doen ze het toch voor, vraag je je af. Dan is er nog een derde vorm, de diepe verveling als er sprake is van gebrek aan zingeving, de malaise van “het is niks en het zal ook niks worden”. Als er weinig op het spel staat, wordt sport belangrijk: daarin staat wél wat op het spel.’

Dat geldt voor veel sporten, waarom dan het juichen om het schaatsen?

‘Omdat we van nationale feestjes houden, en dat maakt het schaatsen zo geschikt. Het raakt aan onze geschiedenis, de door schilders als Avercamp geromantiseerde kleine ijstijd: het hele volk samen op het ijs. En omdat we zo’n beetje het enige land zijn dat deze sport beoefent, weet je zeker dat je de prijzen wint. Je vraagt je af wanneer het Olympisch Comité de sport van de agenda haalt vanwege gebrek aan competitie. Waarschijnlijk zijn we daarom zo verstandig de sport te exporteren. Japan en Zuid-Korea kunnen meedoen dankzij Nederlandse coaches.’

U kijkt bozig bij het woord feestje, terwijl u toch van feestjes houdt.

‘Jazeker, en natuurlijk mag iedereen van mij zijn feestje vieren in het Holland Heineken House. Maar zulke vormen van selfcongratulation maken me vooral sceptisch. Wij maken onszelf graag groter dan we zijn.’

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands