Doodsbang voor de etiquettekoningin

19-04-2017, 16:10

Reinildis van Ditzhuyzen. Foto: Bart Homburg

Traditionele verenigingen hechten aan nette omgangsvormen. Etiquettekoningin Reinildis van Ditzhuyzen hoort tot haar vreugde regelmatig dat haar etiquettebijbel op veel wc’s in studentenhuizen ligt. ‘Dat lijkt mij een uitstekende plek.'

Een kiwi eet je niet met de hand, maar een appel wel. Een man laat een vrouw voorgaan – maar niet bij een draaideur (de man moet duwen) of op een trap (zodat de man geen uitzicht heeft op het achterste van de vrouw). En de enige mannen die overdag een smoking horen te dragen, zijn obers en suppoosten. Het is een greep uit oude en nieuwe regels in het boek Hoe hoort het eigenlijk?, het Nederlandse standaardwerk over etiquette.

‘Mensen ervaren etiquette vaak als een benauwend keurslijf, maar dat is een misverstand’

Amy Groskamp ten Have publiceerde in 1939 de eerste versie van het boek. Nu – veertig drukken en meer dan 200.000 verkochte exemplaren later – herschrijft historica Reinildis van Ditzhuyzen (69) het boek om de paar jaar. Het maakt haar automatisch tot dé autoriteit op dit gebied. Leuk is dat overigens niet altijd. Mensen willen nog wel eens verkrampen als de etiquette-expert een kamer binnenkomt. Houd ik mijn bestek goed vast? Staan mijn voeten wel op de juiste manier? Vaak eindigt een gesprek met Van Ditzhuyzen met de vraag of ze etiquetteblunders heeft gesignaleerd bij haar gezelschap. ‘Sommige mensen zijn doodsbang voor mij. Ongelofelijk, maar waar. Mensen ervaren etiquette vaak als een benauwend keurslijf, maar dat is een misverstand. Goede omgangsvormen zijn noodzakelijk voor een prettige samenleving. Niets meer en niets minder.’

Kauwgom
Het is dan ook zeker niet zo dat Van Ditzhuyzen de hele dag mensen afrekent omdat ze hun theekopje verkeerd vasthouden. Ze weet wel hoe het hoort, maar zal anderen daar niet voortdurend mee lastig vallen. Behalve als ze ernaar gevraagd wordt – en dat gebeurt vaak. Van Ditzhuyzen vertelt, nog steeds vol verbazing, over die ene keer dat ze na een lezing werd uitgenodigd voor een diner. Bij binnenkomst werd ze aangesproken door een vrouw uit haar chique gezelschap. De dame in kwestie wist niet waar ze haar kauwgom moest laten, die had ze in afwachting van het advies van de etiquette-expert dus maar op de rand van haar bord gelegd. Om het verhaal nog wat pijnlijker te maken: de plaats van handeling was De Librije: het beste restaurant van Nederland. ‘Ik was zo geschrokken dat ik zei: “Mevrouw, dit kan écht niet”, aldus Van Ditzhuyzen. “U kunt zelf bedenken wat u met die kauwgom doet: gooi ’m in de prullenbak, stop ’m in een papiertje in uw zak, of gooi ’m weg op de wc. Maar leg dat ding niet op uw bord.” En dan maakt het niet uit of je nou in De Librije zit, of in een jongerencafé of een pannenkoekenrestaurant, voegt ze eraan toe.

De etiquette-expert vindt het jammer dat steeds meer kinderen worden opgevoed zonder enige basisomgangsvormen te leren. Het is dan ook ‘uitstekend’ dat studentenverenigingen hier van oudsher wél aandacht aan besteden, vindt ze. Voordat van Ditzhuyzen achtereenvolgens geschiedenis en talen studeerde in Salzburg, Wenen, Barcelona en Brugge, studeerde ze een jaar in Nijmegen. En ze was in die tijd lid van de Meisjesclub (tegenwoordig onderdeel van Carolus Magnus).

Ook toen was etiquette binnen de vereniging belangrijk. En ook toen ging er wel eens wat fout. ‘Ik weet alleen nog dat bij het inauguratiebal de heren in rok(kostuum, red.) gekleed gingen en de dames in een lange avondjurk. Behalve de nieuwelingen: die moesten in smoking en een korte jurk komen. Helaas had mijn balpartner dit niet begrepen. Hij kwam in rok – waardoor ik me natuurlijk nogal opgelaten voelde.’

Volgens Van Ditzhuyzen zijn de Nederlandse studentenverenigingen, uitglijertjes als hierboven daargelaten, over het algemeen goed bezig. Ze hoort tot haar vreugde regelmatig dat haar etiquettebijbel op veel wc’s in studentenhuizen ligt. ‘Dat lijkt mij een uitstekende plek – dan kunnen ze er iedere dag even in kijken.’

Appelschillen
Het is helemaal niet zo moeilijk om je te gedragen zoals het hoort, zo benadrukt ze. Het etiquettehandboek telt weliswaar vierhonderd pagina’s vol uiteenlopende, soms zeer specifieke tips (‘laat bij het voorstellen uw tweede, derde en/of vierde achternaam achterwege’) – als je je verstand gebruikt, is het allemaal erg logisch. Het handboek kent twee basisregels: houd rekening met een ander, en wees duidelijk. Verreweg de meeste etiquetteregels zijn daarop terug te voeren. ‘Ik ken in het algemeen de regels uit mijn hoofd, maar soms moet ik ook iets opzoeken. Ik heb de etiquette als kind geleerd, dat zou de standaard moeten zijn. Het moet je tweede natuur worden. Het is spijtig dat dat niet meer gebeurt. Dan krijg je dus mensen die hun appelschillen op de grond gooien, overal voordringen en hun vieze voeten op de treinbank leggen. Dat leidt tot een zekere verloedering van de maatschappij.’

Ze vergelijkt de omgangsvormen wel eens met verkeersregels. Als er geen verkeersregels waren, zou het verkeer een puinhoop worden, met dagelijks vele botsingen. Hetzelfde geldt voor etiquette, denk die weg en het sociale verkeer is een chaos: we zouden telkens ‘geestelijk’ botsen. Volgens Van Ditzhuyzen heb je een extra diploma als je weet hoe het hoort. Andersom is het ook zo: wie geen idee heeft, gaat dat merken tijdens zijn loopbaan.

Van Ditzhuyzen komt met een voorbeeld van iemand uit de top van het bankwezen. Die was door haar hippie-ouders opgevoed met tips als “wees jezelf” en “doe waar je je goed bij voelt”. ‘Maar zij had geen idee hoe zich te gedragen in grote gezelschappen of aan tafel, bijvoorbeeld. En daar werd ze heel onzeker van. Maar als zij bij wijze van spreken nu het hele boek van etiquette uit haar hoofd gaat leren, is ze eigenlijk al te laat. Dan wordt het namelijk een aangeleerd kunstje, in plaats van vanzelfsprekend gedrag.’

Achterstand
Van Ditzhuyzen vindt dat het leren van basisomgangsvormen vroeg moet beginnen. ‘Ik stond laatst op de tram te wachten, toen bij het instappen een klein kind voordrong. Toen iemand daar wat van zei, antwoordde de vader: “Laat hem toch lekker kind zijn”. Dat is toch ongelofelijk? Dat kind is nu al enigszins verpest. Ik vind het treurig dat sommige mensen tijdens hun jeugd helemaal geen fatsoensnormen geleerd krijgen – dan heb je echt een achterstand, en dat is lastig in het dagelijkse en het beroepsleven.’ Heel wat mensen hebben zo’n achterstand, merkt ze, ook studenten. Verschillende universiteiten hebben haar gevraagd of ze een lesprogramma wil verzorgen rondom het thema etiquette. ‘De mails die studenten soms naar hun docenten sturen, zijn van een niveau waarvan je je kapot schrikt. Dat zou toch eigenlijk op een universiteit niet mogelijk moeten zijn…’

Dit artikel verscheen eerder in Vox #8. Deze special over studentenverenigingen lees je hier

Geef een reactie