‘Gerard Meijer was geen zachte heelmeester’

08-02-2017, 17:04

Foto's: Gerard Verschooten

Bijna vierenhalf jaar speelde Gerard Meijer eerste viool in het bestuur van de Radboud Universiteit. ‘Eindelijk iemand die de knopen wilde doorhakken’, luidt het. Sommigen zagen zijn daadkracht samenvallen met een grote directheid: ’Hij kon soms bot uit de hoek komen.’ Een uitgebreid profiel van de bestuurder Meijer, die vorige maand vertrok uit Nijmegen.

In april 2012 verraste hij vriend en vijand door een droombaan bij een topwetenschappelijk instituut in Berlijn in te ruilen voor een voorzitterschap van het college van bestuur in Nijmegen. Ruim vier jaar later verrast Gerard Meijer opnieuw: hij keert terug naar het Fritz-Haber-Institut der Max-Planck-Gesellschaft in de Duitse hoofdstad om daar weer leiding aan te geven. ‘Het verbaast me niets’, zegt Karl Dittrich over de overstap. Dittrich is voorzitter van de Vereniging van Universiteiten VSNU, waar alle collegevoorzitters elkaar maandelijks treffen. Dittrich verhaalt van een bezoek samen met Meijer aan het instituut in Berlijn. ‘Als hij daar binnenloopt begint hij helemaal te stralen, dan zie je hem nóg groter worden.’

‘Zijn hart ligt heel duidelijk bij het onderzoek’

Meijer had voor zes jaar getekend in Nijmegen, een vertrek na vierenhalf jaar vindt hij zelf wel kunnen. ‘Ik heb niet het idee dat het te kort is’, zei ook Bas Kortmann eerder tegen Vox. Kortmann, die als rector een bestuurstandem vormde met Meijer tijdens diens eerste twee Nijmeegse jaren, spreekt van ‘een zeker risico’ dat de universiteit met Meijers benoeming heeft genomen: wetenschapper en topbestuurder in één persoon, dat kan belastend zijn. Dat laatste meent ook Karl Dittrich, die spreekt van ‘een spagaat’.

Bernadette Smelik, voorzitter van de Ondernemingsraad, noemt als ‘kantelpunt’ de laatste promotieplechtigheid die Meijer dit voorjaar begeleidde in Berlijn. ‘Daarna had hij geen enkele promovendus meer. Wilde hij nog meetellen als onderzoeker, dan moest hij nú stappen zetten.’ Dat die stap een terugkeer naar de wetenschap is geworden, verbaast ook Smelik niet. ‘Zijn hart ligt heel duidelijk bij het onderzoek.’

bb_meijer_3
Meijer in het voorjaar 2012. Foto: Bert Beelen

Gezag
Risicovolle spagaat of niet, een wetenschapper als voorzitter van het college van bestuur smaakt menigeen naar meer. Wilma de Koning, sinds 2013 vicevoorzitter van het universiteitsbestuur, prijst Meijer als ‘krachtig bestuurder’. Die daadkracht stoelt op ‘zijn wetenschappelijke statuur die alom wordt gewaardeerd’. Universiteitsbeleid staat of valt met bestuurlijke overtuigingskracht naar de academische gemeenschap, zegt De Koning. ‘Dan helpt het enorm als je als wetenschappers onder elkaar bent.’

Karl Dittrich kent twee soorten voorzitters: zij die hun gelijk halen op grond van hun positie, en zij die dat doen op basis van gezag. Meijer is een man van gezag, zegt Dittrich. ‘Hij representeert op een geweldige manier wat een universiteit hoort te zijn; bij hem staan onderwijs en onderzoek heel hoog in het vaandel.’ Een van Meijers verdiensten is dat het aanzien van de Nijmeegse universiteit in den lande is versterkt, meent de VSNU-voorzitter. ‘Dat werd tien jaar geleden al ingezet onder het vorige college van bestuur, Meijer heeft dat voortgezet. Hij is voortdurend op kwaliteit blijven koersen, daar kon je hem ’s nachts voor wakker maken.’

Collega’s hebben hun lijstjes paraat met Meijers Nijmeegse nalatenschap (zie kader), met een vaste plek voor de overwinning van de universiteiten op uitgeverij Elsevier bij het openbaar maken van wetenschappelijke publicaties. Meijer was namens de VSNU naar voren geschoven als eerste onderhandelaar over open access.

‘Gerard kan soms bot uit de hoek komen’

Bernadette Smelik memoreert de vele onderhandelaars die de afgelopen jaren de handdoek in de ring moesten gooien, terwijl Meijer won. ‘De uitgevers zijn een ongelooflijk machtig blok. Dat Gerard daar doorheen wist te breken, is zijn grootste verdienste.’ Dittrich zat bij de onderhandelingen regelmatig naast Meijer aan tafel en memoreert een cruciale ontmoeting. ‘Ik dacht vooraf dat dit wel móést uitlopen op een compromis. Maar Gerard nam het woord en begon nog eens uit te leggen waarom de bal zijn kant op moest rollen. Hij laat zich niet uit het veld slaan. Hij is zeer overtuigd van zijn eigen gelijk.’

Wilma de Koning noemt het opvallend grote aantal dossiers dat Meijer heeft afgerond een teken des tijds. ‘Alle universiteiten beleven een tijdperk van effectiever besturen. Het is zakelijker geworden, rationeler. Toen Gerard kwam, hadden andere universiteiten al stappen gezet, Nijmegen liep daarin wat achter.’ Achter een aantal zaken die al veel te lang sudderden, wist Meijer eindelijk een punt te zetten, stelt zij vast. ‘De daadkracht van Gerard was ook een inhaalslag.’

Zwart-wit
De ‘overtuiging van het eigen gelijk’ komt in elk gesprek terug. In combinatie met zijn ‘sterke focus op wat hij wil bereiken’ (Smelik) en zijn ‘enorme koersvastheid’ (De Koning) zien sommigen ook de andere kant van de medaille. ‘Gerard kan soms bot uit de hoek komen’, zegt Smelik. ‘Hij heeft weinig geduld met zaken waar hij weinig in ziet.’ Je moet van erg goede huize komen om Meijer van iets te overtuigen waar hij anders tegenaan kijkt, zo wijst Smelik op zijn aanvaring met de leden van de medezeggenschap vorig jaar. Het betrof een meningsverschil over het Bindend Studieadvies. ‘Wij bleven maar roepen dat het college niet over onze kritiek heen kon denderen.’ Uiteindelijk trok Meijer bij. Wilma de Koning: ‘Hij is moeilijk af te brengen van iets wat hij in zijn hoofd heeft, maar als je met goede argumenten komt, lukt het uiteindelijk wel.’

‘Hij is van het type niet lullen maar poetsen’

Margot van Mulken, sinds 2014 decaan van de letterenfaculteit, noemt Meijer een uitzonderlijk leider. Ze herinnert zich een overleg met de decanen, waar alle bestuurders met een prentje moesten uitdrukken hoe zij de koers van de universiteit voor zich zagen. Bijna iedereen maakte zich daarvan af ‘met de meest obligate plaatjes’, zo niet Meijer. Van Mulken werd aangenaam verrast door zijn afbeeldingen van een zwerm vogels, vliegend in prachtige figuren, die als op afspraak ook weer van vorm veranderen. ‘Het laat zien dat hij een oorspronkelijk denker is.’

Het mooie beeld van de zwerm vogels neemt niet weg dat Van Mulken Meijer erg dominant vindt. ‘Hij laat weinig ruimte voor grijstinten, zijn stellingname is erg zwart-wit.’ Dat wordt volgens haar nog eens versterkt door zijn wetenschappelijke achtergrond, die van de harde natuurkunde. Anderen wijzen ook op Meijer als ‘typische bèta-bestuurder’. Smelik bedoelt er dít mee: ‘Dat zijn mensen van de harde feiten. “In ons vak is één plus één twee, dus ik heb gelijk”.’

Dat gelijkhebberige komt soms over als ‘botheid’, vindt Smelik. ‘Het Duitse Max Planck Instituut waar Gerard leiding aan gaf is meer autoritair ingericht, anders dan het poldermodel van de universiteit.’ Een universiteit besturen is voor Meijer geen eerste natuur, zegt Smelik: ‘Hij moest daarmee leren omgaan. Gerard heeft dat redelijk opgepakt, maar vertraging bleef hem irriteren. Je kunt wel merken dat (boerenzoon, red.) Meijer met zijn voeten in de klei heeft gestaan. Hij is van het type niet lullen maar poetsen.’

Aan politiek heeft-ie een broertje dood, weet Dittrich. ‘Je hebt collegevoorzitters die op het ministerie de deur plat lopen. Gerard moet daar niks van hebben.’ Die houding heeft de universiteit overigens geen politieke goodwill gekost, zegt de VSNU-voorzitter. ‘Gerard vindt vast ook dat prestaties meer waard zijn dan alle mooie woorden. ‘

Gerard Verschooten

Doorgedrukt
Het is welhaast onvermijdelijk dat Meijer met zijn boerenlaarzen ook op tenen heeft getrapt. Margot van Mulken noemt een paar dossiers die hij heeft doorgedrukt, zoals het nog lopende plan om Radboud en omstreken, samen met externe partijen, op de kaart te zetten als dé regio voor hersenwetenschap. ‘Wij zagen onvoldoende de inbreng van de geesteswetenschappen in het plan’, zegt Van Mulken.

Ook de bezetting van de voormalige kantine van de rechtenfaculteit is zo’n voorbeeld: studenten voerden actie voor een ‘nieuwe universiteit’. Meijer wilde ontruimen, de decanen brachten daar tegenin dat zo’n actie ‘vanzelf wel doodbloedt’, aldus Van Mulken. Maar de ontruiming ging in mei 2015 tóch door, volgens de decaan een illustratie van zijn eigenwijsheid.

Ook de opheffing van het Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen (ITS), dit jaar bekrachtigd, is zo’n dossier ‘dat voor een aantal mensen niet leuk is geweest’. Die woorden zijn van Wilma de Koning, die memoreert dat het ITS al onder het vorige universiteitsbestuur een zorg was, maar almaar geen oplossing vond. ‘Gerard is geen zachte heelmeester en durft dan wél een beslissing te nemen.’ De meesten van de vijftig mensen die moesten uitzien naar een nieuwe baan zijn onder de pannen, weet De Koning. ‘Van een aantal heb ik vernomen dat ze blij waren dat er eindelijk een knoop werd doorgehakt.’

‘Hier hoor ik thuis’, zei Meijer in Berlijn.

Ook met de perikelen rond het vanuit Nijmegen bestierde instituut in Marokko (NIMAR) heeft Meijer niet alleen vrienden gemaakt. Toenmalig NIMAR-directeur Jan Hoogland is nog steeds verbolgen over de rol van Meijer in de overlevingsstrijd van zijn instituut. Het wegvallen van de overheidssubsidie in 2012 bracht in Marokko een reddingsplan in werking, maar Meijer wilde daar volgens Hoogland niks van weten en bleef aandringen op opheffing. Uiteindelijk kwam er toch een subsidie en nam de Leidse universiteit de touwtjes in handen. NIMAR was gered. ‘Die redding zie ik als een overwinning op het impulsieve en eigengereide optreden van Gerard’, blikt Hoogland terug.

Wilma de Koning kent de ‘ogenschijnlijk harde kant’ van Meijer in sommige dossiers. ‘Sommigen noemen dat bot omdat ze niet het hele dossier kennen. Je kunt als voorzitter nooit al je kennis delen.’ De Koning schetst graag de andere kant van Meijer, die heel goed kan laten merken wanneer dingen hem echt raken. Bijvoorbeeld bij het overlijden van een emeritus hoogleraar in de natuurkunde dit jaar, tevens een leermeester van hem. Of bij het overlijden van twee studenten tijdens de intro van 2012. Een aangeslagen Meijer destijds tegenover Vox: ‘Toen voelde ik hoe zwaar deze baan kan zijn en hoeveel verantwoordelijkheid je hebt binnen de gemeenschap.’

 

Twee kapiteins
De zware baan van Meijer laat zich illustreren met een aantal moeilijke beslissingen. ‘Er zijn ook minder leuke dossiers geweest, waarin we wél goede besluiten hebben genomen’, zegt Wilma de Koning. Ze wijst op het ITS, de bestuurswisselingen in het college en de rechtszaak in januari 2016 rondom de Honours Academy. In die zaak vroeg het college van bestuur het ontslag aan voor Honours-medewerker Han Rouwenhorst, vanwege aantijgingen over intimiderend gedrag. De rechter verleende echter geen toestemming bij gebrek aan onderbouwing van de klachten. ‘De normen van goed werkgeverschap zijn hiermee geschonden’, aldus de rechter. ‘De handelwijze van het college was behoorlijk ongelukkig’, oordeelt letterendecaan Van Mulken.

Als ander lastig dossier wijst De Koning op het terugtreden van Theo Engelen, de opvolger van rector Bas Kortmann die het al na één jaar voor gezien hield. Karl Dittrich noemt twee topwetenschappers in één bestuur een risicofactor. ‘Er zijn heel goede afspraken nodig om de voorzitter uit het vaarwater van de rector magnificus te houden.’ Het is immers de rector die het onderwijs en onderzoek in de portefeuille heeft, zaken die ook Meijer na aan het hart liggen. Dittrich wil daarmee niks gezegd hebben over de Nijmeegse bestuurdersperikelen, die hij van nabij niet kent.

Prangende kwestie in de epoche Meijer is of het door Dittrich gesignaleerde risico ten grondslag ligt aan de snelle aftocht van Engelen. Hebben in het universiteitsbestuur twee kapiteins in elkaars vaarwater gezeten? Margot van Mulken, die als letterendecaan dicht bij het vuur zat, kan zo’n scenario niet bevestigen. ‘Daar kun je slechts over speculeren, maar helemaal ondenkbaar is het niet.’

Een last die in elk geval van zijn schouders valt, is een overvolle agenda. Meijer hield de wetenschap bij in Berlijn, werkte een waslijst aan dossiers af en acteerde bovendien een aantal kwartalen als docent. Cas Spaans, derdejaars student wiskunde, volgde als eerstejaars het door Meijer verzorgde vak mechanica. Een gedegen docent, oordeelt Spaans. ‘Door college te geven, onderstreepte hij het belang dat een wetenschapper ook les moet geven.’ Niet zelden stond de auto met chauffeur buiten het Linnaeusgebouw al klaar om Meijer naar zijn volgende afspraak te brengen. ‘Toch gaf Gerard goed college, hij raffelde het zeker niet af’, zegt Spaans. Maar de werkdruk werd wel hoog, merkte Bernadette Smelik: ‘Het werd voor hem steeds moeilijker om alles te combineren.’

VSNU-voorzitter Karl Dittrich gunt Meijer zijn nieuwe leven in Berlijn van harte. Het zal hem goed doen, denkt hij. ‘Niet dat hij vierenhalf jaar in Nijmegen heeft weggegooid, maar de tegenzin die hij regelmatig opliep is voorbij. ‘Wat een geouwehoer allemaal’, dacht hij soms over universiteit.’ Dittrich herinnert zich de woorden van Meijer bij zijn rondleiding door het Max Planck Instituut in Berlijn, bij een bezoek vorig jaar. ‘‘Hier hoor ik thuis’, zei Gerard, en ik gun hem zijn thuiskomst.’

Met medewerking van Mathijs Noij.

Geef een reactie