Hoe halen baby’s woorden uit onze taalbrij?

27-10-2017, 15:41

Foto: Dick van Aalst

Hoe leren kinderen een taal? Helpt het bijvoorbeeld om een jonge baby al voor te lezen? Radboudonderzoekers en onderzoekers van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek staan morgen op het Kletskoppenfestival, een festival over kindertaal. Tineke Snijders is één van hen. ‘Pasgeboren baby’s kunnen al verschillen in talen horen.’

Morgen geven onderzoekers van de Radboud Universiteit en het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek wetenschappelijke demonstraties over taal tijdens het Kletskoppenfestival in de Mariënburgbibliotheek. Dit is een festival voor kinderen, hun ouders en grootouders en staat geheel in het teken van taal. Zo gaat het onder andere over meertaligheid, papegaaien die leren praten en gebarentaal.

Onderzoeker Tineke Snijders doet sinds 2013 onderzoek naar de manier waarop baby’s woorden onderscheiden uit de brij die gesproken taal is. ‘Er zitten geen spaties in spraak, dus een van de dingen die baby’s moeten leren is waar de woordgrenzen zitten’, vertelt ze. ‘Ergens tussen 7 en 9 maanden beginnen ze dat al te leren. We weten al dat ritme belangrijk is voor het vinden van woordgrenzen. Ik onderzoek waarom dat is en hoe dat in zijn werk gaat.’ Daarnaast doet Snijders onderzoek naar de individuele verschillen tussen baby’s. ‘Uiteindelijk komen kinderen vaak redelijk op hetzelfde niveau terecht, maar de timing kan behoorlijk verschillen. Dus we kijken naar hoe verschillen tussen kinderen van 7 maanden de latere taalontwikkeling voorspellen.’

‘Kinderboeken zijn vaak ook heel ritmisch’

Hersengolfje

Om dit te meten, krijgen de baby’s een kapje met elektroden op. Dat kapje meet de hersenactiviteit terwijl de baby’s tekst te horen krijgen in een strak ritme. ‘Dit ritme is heel duidelijk, steeds dezelfde beklemtoning; sterk, zwak, sterk, zwak.’ De onderzoekers laten bepaalde woorden binnen dat ritme voorbijkomen. Later wordt dan gekeken of de baby’s die woorden herkennen, dit is te zien aan een golfje in de hersenen. De data die dit oplevert, worden vergeleken met data van baby’s die tekst hebben gehoord zonder sterk ritme.’

Het is nog een hele klus om goede data te verzamelen, zegt Snijders. ‘Je kunt aan baby’s niet vragen om niet te veel te knipperen of niet te veel te bewegen. Ze kijken veel om zich heen en zitten niet stil, dat zorgt soms voor ruis in wat we oppikken met de EEG. Daarom hebben we een grote groep baby’s getest, nu al rond de 108.’

Voorlezen

Baby’s die net zijn geboren, kunnen klanken horen die volwassenen niet meer kunnen horen. Dit komt doordat sommige klanken irrelevant blijken voor de moedertaal, die vergeten we daarom gewoon. ‘Al vanaf het eerste levensjaar concentreren baby’s zich op hun moedertaal. In het begin kunnen ze nog alle talen van de wereld leren, maar hoe meer ze worden blootgesteld aan een taal, hoe meer ze zich gaan richten op de klanken die voor die taal relevant zijn’, zegt Snijders. ‘Volwassenen kunnen op een volwassen manier tegen kinderen praten, daar pikken ze genoeg van op, maar er verschijnt ook steeds meer onderzoek naar kindgerichte taal. Dit is als mensen ritmischer en melodischer tegen kinderen gaan praten, zoals eigenlijk iedereen wel doet. Het lijkt erop dat kinderen daar meer van oppikken.’

Daarom, zegt ze, is het ook helemaal niet zo gek om heel jonge baby’s bijvoorbeeld al voor te lezen. ‘Op die manier worden ze meer blootgesteld aan taal. Kinderboeken zijn vaak ook heel ritmisch, kijk maar naar Nijntje. Daarnaast is het natuurlijk ook erg gezellig om een kind voor te lezen.’

Geef een reactie