‘Breek de poorten van de Honours Academy open’

01 mei 2018

OPINIE - De Radboud Honours Academy is begonnen met het werven van deelnemers voor het nieuwe collegejaar. Maar zijn de toelatingseisen, financiering en het gedachtengoed van de RHA van deze tijd, vragen Stijn van Uffelen en Gijs Kooistra van studentenpartij AKKUraatd zich af.

Het honoursonderwijs op de Radboud Universiteit ging in het collegejaar 2009-2010 van start. Oorspronkelijk ging het om tien verschillende programma’s voor tweede- en derdejaars bachelorstudenten. Tegenwoordig bestaat er door de toevoeging van een propedeuse- en een masterprogramma voor ieder leerjaar een vorm van excellentieonderwijs.

De oprichting van het honoursonderwijs in Nijmegen stond niet op zichzelf. Behalve de Radboud Universiteit startten in 2009 Amsterdam, Utrecht en Maastricht met een soortgelijk programma, en een jaar later gingen nog eens vier andere steden overstag. Het was geen toeval dat al die universiteiten plotseling speciale klasjes voor ‘excellente’ studenten oprichtten. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen loofde gulle subsidies uit aan de universiteiten die meededen.

Meer aandacht voor excellente studenten zou het hoger onderwijs competitiever maken. Docenten zouden meer aandacht ontwikkelen voor excellentie. Studenten zouden meer prestatiedruk ervaren en daarom harder werken. Dat moest de kenniseconomie versterken en zo de internationale concurrentiepositie van Nederland verbeteren.

Gemeenschapsgeld

De Radboud Honours Academy (RHA) werd oorspronkelijk dus betaald met speciale subsidies, maar daaraan kwam snel een einde. Bij de invoering van de drie honoursprogramma’s voor masterstudenten achtte het college van bestuur het al nodig om 50 procent van de kosten, ongeveer anderhalf miljoen euro, uit eigen portemonnee bij te leggen. Toen in de daaropvolgende jaren de subsidie voor de bachelor- respectievelijk de masterprogramma’s afliep, besloot het college om ook die kosten zelf op te gaan vangen.

Sindsdien worden de diverse honourstrajecten dus betaald uit het algemene onderwijsbudget. Van het collegegeld dat iedere student betaalt gaat een gedeelte naar de honoursprogramma’s. Geen klein beetje ook: honoursstudenten kosten per student per jaar ongeveer 4.500 euro extra. Ter vergelijking: de rijksbijdrage per student bedraagt ongeveer 15.000 euro. Voor honoursstudenten wordt dus een substantieel hoger bedrag uitgetrokken.

Als er zo veel geld naar een honoursprogramma gaat, mag je hopen dat daar zorgvuldig mee wordt omgegaan. Niets is minder waar. In het beleid van de honoursprogramma’s aan de Radboud Universiteit lijkt keer op keer het besef te ontbreken dat het gaat om gemeenschapsgeld. Ondanks een eindeloze reeks kritische evaluaties, heidagen en herijkingstrajecten, lukt het de organisatie maar niet om op een verantwoorde manier om te gaan met het geld.

Dezelfde kritiek komt dan ook al jaren naar boven. Studenten verzetten zich tegen gratis borrels, dure etentjes en een overvloed aan studiereisjes waarvan zelfs deelnemers aangeven dat ze weinig bijdragen aan het onderwijs. In de kern blijft de kritiek hetzelfde: het honoursprogramma mag geen plek zijn waar een selecte groep studenten gespekt wordt met het geld waarvan alle studenten zouden moeten profiteren.

Discussie zonder eind

Vorig jaar liepen de spanningen pas echt hoog op. Dinja de Vries van AKKUraatd en Pim ten Broeke van de sportkoepel NSSR konden eindelijk de discussie aangaan die zo lang werd ontlopen.

Het beleid van het honoursprogramma wordt namelijk al langere tijd systematisch buiten de medezeggenschap gehouden. Onder het mom van de ‘honourscultuur’ wordt er liever gesproken met panels waar studenten geen werkelijke macht hebben, of waar studenten vaak zelfs ontbreken.

Na de afschaffing van de basisbeurs is er echter iets interessants gebeurd. Ter vervanging van de maandelijkse 270 euro aan basisbeurs kregen universiteiten extra geld om te investeren in de kwaliteit van onderwijs. Het is deze geldstroom waar het college van bestuur nu de honoursprogramma’s van betaalt. Omdat het gaat om weggevallen studiefinanciering, heeft de regering besloten om de medezeggenschap instemmingsrecht te geven op de begroting. Dat was voor de hierboven genoemde raadsleden een kans om het college kritisch aan de tand te voelen.

Het college zei daarop weer een herijking van het beleid toe, deze keer met instemmingsrecht van de medezeggenschap. Vanwege het uitblijven van werkelijke veranderingen of op zijn minst het formuleren van concrete doelstellingen besloot AKKUraatd unaniem tegen te stemmen. De Vrije Student Nijmegen, inmiddels opgeheven, was groot voorstander van excellentietrajecten en hun enige raadslid stemde dan ook voor. Studentenfractie asap was intern versplinterd. Slechts één lid van de partij besloot om tegen te stemmen. Twee leden stemden vóór en een laatste lid verbleef tijdens de stemming in het buitenland. Ook het overgrote deel van de medewerkers stemde vóór, dus de discussie kon voor een jaar in de ijskast.

Hoe is het herijkingstraject dan verlopen? In december kwam het college met een notitie van uitgangspunten, die ter instemming naar de medezeggenschap werd gestuurd. Het ontbrak wederom aan een duidelijk plan om de RHA te hervormen. In plaats van een werkelijke hervorming werd gekozen voor een ‘accentverschuiving’, van excellentie naar talentontwikkeling. Wat het verschil is tussen beide begrippen, bleef onduidelijk. De uitleg van wat de nieuwe visie moest betekenen bestond hoofdzakelijk uit een opsomming van bestaande praktijken.

Omdat concrete doelstellingen uitbleven wilde AKKUraatd haar instemming nog niet verlenen. Ook de andere partijen lieten vervolgens aan het college van bestuur weten dat dit stuk nog niet voldragen was. Tijdens de vergadering werd de instemming daarom verplaatst naar de zogenaamde meerjarenvisie die pas in het najaar van 2018 wordt verwacht. De medezeggenschap werd zo opnieuw in de wacht gezet.

Honourscommunity

Je vraagt je af waarom de Radboud Honours Academy niet sneller kan veranderen. Te dure reisjes stopzetten zou toch op korte termijn moeten kunnen? Het probleem is ingewikkelder dan dat. De aanhoudende kritiek lijkt op het eerste gezicht te gaan over reisjes en borrels: kleine rimpelingen aan de oppervlakte van de RHA. In werkelijkheid raakt de kritiek echter het diepste fundament van de excellentietrajecten: de ‘honourscommunity’.

Zoals eerder uitgelegd was de gedachte achter de stimuleringssubsidies ooit om een meer competitieve en ambitieuze studiecultuur te ontwikkelen. De universiteit moest veranderen in een ‘community’ waar studenten worden gestimuleerd om het beste uit zichzelf te halen. Met een ‘drempelwaarde’ van 5 procent van de studenten die deelnemen aan een honoursprogramma zou die cultuuromslag kunnen worden bereikt. Die gedachte van een ambitieuze community is door de jaren heen vreemd genoeg vervormd. De RHA zet nog wel in op een community, maar dan op een ‘honourscommunity’. In plaats van hun medestudenten omhoog te trekken, moeten honoursstudenten, die tegenwoordig nog maar 2 procent van de studentengemeenschap uitmaken, zich vooral op elkaar richten.

Als studenten tijdens een honoursprogramma drie keer samen op studiereis gaan, is dat dus niet uit achteloosheid. Het is gericht beleid om een exclusieve sfeer te creëren: een sfeer waarin studenten elkaar motiveren, een sfeer waarin docenten zonder betuttelende regels kunnen doceren, een sfeer waarin het exclusieve netwerk voor honoursalumni een verbinding met de maatschappij legt. Het honoursprogramma is een renaissance van de klassieke universiteit, een droomkasteel van persoonlijke ontwikkeling, maar ook een gesloten instituut voor een selecte elite.

Breek de poorten van de RHA open

De abstracte kritiek die in het bovenstaande naar voren komt is misschien nog pretentieuzer dan het honoursprogramma zelf. Eindeloos redetwisten over ellenlange beleidsnotities lost ook niets op. Het gaat erom dat er werkelijke hervorming in gang wordt gezet. Daarom volgen er nu drie concrete voorstellen om de Honours Academy om te vormen. De rode draad: het honoursprogramma moet worden opengebroken.

Ten eerste moeten alle langlopende programma’s worden vervangen door een verscheidenheid aan kortdurende programma’s. Door de programma’s als het ware op te knippen in kortdurende projecten wordt deelname namelijk laagdrempelig. Als student kun je één project uitproberen. Als dat bevalt, doe je er eventueel nog één. Een simpele rekensom wijst uit dat je met kortere programma’s voor hetzelfde geld meer plekken kunt aanbieden. Daarmee wordt het voor een grotere groep studenten mogelijk om een cursus bij de RHA te volgen. In wisselende korte programma’s kom je bovendien telkens andere studenten met een andere achtergrond tegen. Zo leren deelnemers nog beter wat zij vanuit hun persoonlijkheid en intellectuele bagage in een groep kunnen bijdragen.

De RHA experimenteert vanwege teruglopende studentenaantallen al met eenjarige programma’s en honourslabs als aanvulling op het bestaande aanbod. Dit is een positieve ontwikkeling, maar nog niet genoeg. Ook de eenjarige programma’s zijn samengesteld uit opknipbare componenten, en het aantal honourslabs staat in schril contrast met het grote aantal langere programma’s. Wat ontbreekt is een concrete ambitie, bijvoorbeeld om binnen twee jaar een veel groter aantal honourslabs te organiseren ter vervanging van langdurige programma’s.

Actieve promotie

Ten tweede is het van belang dat de RHA transparanter wordt over alle cursussen en fondsen die het aanbiedt. Momenteel worden honoursstudenten vaak gewezen op extra mogelijkheden: fondsen, cursussen of essaywedstrijden. Voor andere studenten blijven deze mogelijkheden buiten zicht. Soms zijn deze extra activiteiten zelfs alleen toegankelijk voor honoursstudenten; de ‘normale student’ mag niet solliciteren. Voorbeelden zijn het Thomas More-project en de Netherlands Asia Honours Summer School, studiereizen naar respectievelijk Rome en Azië. Voor beide reizen krijgen enkel honoursstudenten informatie-mails en voor Thomas More mogen zelfs enkel honoursstudenten solliciteren. Dat moet anders. Door actieve promotie buiten het eigen programma, wordt de Radboud Honours Academy een platform voor extracurriculaire mogelijkheden dat alle studenten bedient.

Ten derde is het zaak dat de RHA nog meer inzet op maatschappelijk relevante onderzoeksprojecten. Als de Radboud Honours Academy eenmaal een grote groep studenten bedient, kan zij inspelen op de hiaten in het reguliere onderwijs. Waar studenten in hun opleiding vooral disciplinaire kennis en vaardigheden opdoen, leren zij die in de Radboud Honours Academy in te zetten voor maatschappelijke doeleinden. Korte programma’s bieden ook de mogelijkheid om in te spelen op het reguliere aanbod. Geven twee faculteiten allebei een vak over hetzelfde onderwerp? Dan organiseert de RHA na afloop nog een gastcollege en discussieavond met deelnemers uit beide groepen.

Korte programma’s hebben nog een vierde, bijkomend voordeel: de selectieproblematiek wordt voor eens en voor altijd uit de wereld geholpen. Selectie van honoursstudenten is namelijk altijd al een heikel punt geweest. Eerst was de selectie niet streng genoeg. Vervolgens werden met selectie op cijfergemiddelde niet de juiste kwaliteiten geselecteerd. Daarna kwam de selectie op basis van motivatie, wat vaak meer een test is wie zichzelf het best kan verkopen dan wie het meest gemotiveerd is. In korte programma’s hoef je niet te selecteren. Als studenten niet op hun plek zijn komen ze daar vanzelf achter, en is dat ook geen ramp. Ze kunnen er dan zelf voor kiezen om niet nog een keer mee te doen.

Nu verandering

De Radboud Honours Academy heeft veel potentie. Omdat extracurriculair onderwijs niet hoeft te voldoen aan zoveel regelgeving als geaccrediteerde opleidingen, is er veel meer mogelijk. Het is zaak om die potentie in te zetten om een zo groot mogelijke doelgroep te bedienen. Laten we het honoursprogramma veranderen: van een community voor 2 procent van de studenten naar een platform dat voor alle studenten toegankelijk is. Breek de poorten van de Honours Academy open.

Gijs Kooistra is dit jaar lijsttrekker voor AKKUraatd en honoursstudent. Stijn van Uffelen is dit jaar studentenraadslid voor AKKUraatd.

Meer lezen over Honours Academy? Bekijk dan ons dossier.

2 reacties

  1. Take Marifat schreef op 1 mei 2018 om 21:17

    Econoom Rinnooy Kan gold ook als excellent. Is hij familie van prof. dr. Kortmann?
    Er zijn immers meer Kortmann-en die de naam “KAN” dragen…

  2. AKKUraatd stemt in met Radboud Honours Academy – AKKUraatd schreef op 23 november 2018 om 15:43

    […] gefinancierd, moet het voor iedere student toegankelijk zijn. Daarom heeft AKKUraatd gepleit voor radicale veranderingen: De Honours Academy moet toegankelijker worden en kortere programma’s aanbieden, waar elke […]

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!