Joep Bos-Coenraad: Meer van minder is het meest
Als studentenraadslid werd mij ruim twee jaar geleden gevraagd kritisch te reflecteren op het strategisch plan van onze universiteit. Uiteindelijke zo’n 31 pagina’s tekst over waarom de Radboud Universiteit op veel te weinig internationale lijstjes voorkomt. Maar eigenlijk is het net als een verkiezingsprogramma: de makers lezen ieder woord vijf keer, maar als er geen fout of dwaasheid in staat die een verveelde journalist er na diagonaal lezen uit weet te pikken, wordt het daarna nooit meer gelezen.
Maar goed, je bent een langstudeerder die zijn nevenactiviteiten serieus neemt of je bent het niet: ik heb het zo’n vijf keer gelezen. Een zin uit het strategisch plan die mij is bijgebleven is de volgende: De Radboud Universiteit heeft haar onderzoek gebundeld in onderzoeksinstituten met als doel een optimale onderzoeksomgeving te scheppen met voldoende focus en massa.
Het ging mij niet om het lulkoek-bingo jargon hoor, daar wen je wel. Nee ik werd geobsedeerd door het zinsdeel ‘Focus en massa’. De eerste keer dat ik het las dacht ik dat er een typo in stond, en dat ze ‘focus en masse’ bedoelden. Een exotische notatie voor wat er zou spelen onder het klootjesvolk of zo. Maar neen! De universiteit gaat zich meer concentreren op bepaalde onderzoeksrichtingen en de terreinen die ze onderzoekt gaat ze vol te lijf. Cool. Zou ik ook doen .
Aangezien universiteiten niet alleen onderzoeken maar ook onderwijzen wat zij onderzoeken, heeft ‘focus’ ook effect op het onderwijsaanbod: specialisatie. Het Ba-Ma systeem gaat uit van een brede bachelor waarna je – eventueel ook elders – een masteropleiding kunt volgen. Het gros van deze meer fundamentele bachelorvakken kan daarom ook door verschillende onderzoekers worden gedoceerd. De masteropleidingen kenmerken zich door een meer specialistisch karakter en juist daarom heeft meer focus op masteropleidingen grote meerwaarde. Iedere student volgt de masteropleiding met het meest passende specialisme, in Nederland, of zelfs daarbuiten.
Er is alleen een probleem. Universiteiten willen hun masterstudenten allemaal binnenboord houden, waardoor objectieve informatie over het onderwijsaanbod elders bijna niet te vinden is. Dat komt vooral door de maffe financiering vanuit de overheid. Masterstudenten leveren immers veel meer geld op dan bachelorstudenten. Maar er is nog een reden: Nederlandse universiteiten hebben met elkaar afgesproken over en weer geen posters of ander promotiemateriaal te verspreiden voor hun masteropleidingen. Dit om te voorkomen dat er een wedloop zou ontstaan om de masterstudent, waaraan onnodig veel tijd en middelen zouden worden verspild, wat weer ten koste van het onderwijs zou gaan.
Als Nederland echt wil investeren in een kenniseconomie, zouden we landelijk een objectief overzicht moeten maken van het diverse masteraanbod in Nederland zodat iedere student de meest geschikte masteropleiding vindt. Overigens zou objectief voorlichtingsmateriaal voor bacheloropleidingen ook geen onverdienstelijke investering zijn.