Liften is zes minuten wachten op geluk

11-09-2017, 13:35

Marjan Knippenberg. Foto: Gerard Verschooten

Elke week een dag liftend naar het werk en weer terug. Wat doet dat met je? Heel veel, blijkt uit het boek van Marjan Knippenberg, medewerker van het Radboudumc.

De chauffeur die haar meenam was een Marokkaanse jongeman. Of hij weleens had gelift, wilde ze van hem weten. ‘Denk je dat ze me hier in Nederland zouden meenemen als ik als Marokkaan langs de kant van de weg sta?’, had hij geantwoord. Die kwam binnen. Het was de eerste keer na lange tijd dat Marjan Knippenberg (39) uit Nijmegen weer eens was gaan reizen met de duim omhoog en het was direct een bijzondere ervaring. ‘Die chauffeur liet mij dingen zien en ervaren door zijn ogen. Zo vertelde hij ook dat hij een tijdje zonder rijbewijs had gereden. Hij had nog nooit zo veilig gereden, bang dat hij was om betrapt te worden.’

Nog nagenietend van de bijzondere ontmoeting (‘hoe vaak praat ik nou met een Marokkaanse jongen?’) vroeg ze zich thuis af waarom we in ons drukke Nederland niet veel meer liften. Ze nam een opmerkelijk besluit: ze zou elke woensdag gaan liften naar en van het Radboudumc, waar ze werkt als wetenschappelijk onderzoeker. De andere dagen fietste ze de 6 kilometer tussen ziekenhuis en haar huis in de Weezenhof.

Intiem

Dat was in 2013. De eerste lift heen kreeg ze van een student die naar de Radboud Universiteit ging; terug werd ze meegenomen door een garagehouder. Vanaf het begin was het genieten. ‘Je komt eventjes in contact met wildvreemde mensen. Mensen vaak uit werelden en lagen waar je in je dagelijks leven niet mee in aanraking komt. En mensen die je de intiemste zaken vertellen omdat ze er vanuit gaan dat ze je nooit weer zien. Bijvoorbeeld een vrouw die naar het ziekenhuis ging voor een ivf-behandeling en een man die mij als een van de eersten het geslacht van zijn baby’tje vertelde.’

Als Knippenberg over haar liftavonturen vertelt, willen mensen altijd twee dingen weten: ben je nooit lastiggevallen en heb je weleens de bus gepakt omdat niemand je meenam. Het antwoord luidt twee keer ‘nee’. ‘Een keer stopte er iemand die aan mij twijfelde en daarna doorreed. Maar 99 procent van de liftgevers is ontzettend aardig. Ze willen graag helpen. Het enige wat je hoeft te doen is vragen. Liften doe je vanuit vertrouwen in de ander, niet vanuit angst.’

Van de meeste ritten hield ze de wachttijd bij. Een keer stond ze 24 minuten langs de straat. ‘Dat was echt een uitzondering. Wachten voelt al snel als lang, maar de gemiddelde wachttijd was 6 minuten.’

Verzameling

Na 166 liftbeurten heeft ze er vorig jaar een punt achter gezet. ‘Het is voor mij een project, dat ik afrond met een boek. Als ik door blijf liften dan komt dat boek nooit af, dan denk ik na weer een leuke ontmoeting: die moet er ook nog in.’

Het boek, dat is een verzameling van de 100 mooiste ontmoetingen die ze heeft gehad, zoals ze die eerder heeft beschreven in een blog op internet. Aangevuld met interviews met tien mensen die haar een lift hebben gegeven.

‘Ik ben relaxter geworden door het liften’

Zes minuten wachten op geluk is een lief en positief boek, zegt Knippenberg.

‘In wezen gaat het erover dat je je moet openstellen voor anderen en niet moet veroordelen. En over controle loslaten en vertrouwen hebben in een goede afloop. Ik ben relaxter geworden door het liften. Als ik nu in een moeilijke situatie zit dan denk ik al snel dat het wel goed komt op een bepaalde manier.’

Ze mist ze wel, de onverwachte ontmoetingen met een vrachtwagenchauffeur die kanariepietjes houdt of de man met het uiterlijk van een salesmanager die wiskundeleraar blijkt te zijn. Haar liftbordje heeft ze nog altijd in haar tas zitten.

Je weet maar nooit.

Dit verhaal van Niek Opten verscheen vandaag in De Gelderlander.

Geef een reactie