Nader onderzoek naar bijzondere collectie UB

21 jun 2017

Hoe verder met de bijzondere collectie van de universiteitsbibliotheek? Een brandbrief van vier wetenschappers veroorzaakte eerder deze maand een lawine aan bezorgde reacties. Het college van bestuur kondigt een nader onderzoek aan.

De commotie rond de collectie ontstond na een brandbrief van vier letterenwetenschappers vanwege de pensionering van conservator Robert Arpots. Die zou niet worden opgevolgd, wat volgens het viertal desastreus zou zijn voor hun onderwijs en onderzoek. Hun noodkreet leidde tot 83 reacties op deze Vox-website, een recordaantal op één bericht.

‘Veel wetenschappers zijn er bijna emotioneel bij betrokken’

De zorgen van de vier lagen vorige week op tafel in een beraad met de UB-directeur en het college van bestuur. De UB-directie heeft daarin verzekerd dat na het vertrek van de conservator deskundige begeleiding voorhanden blijft voor conservering en ontsluiting van de bijzondere collectie. Deze bestaat uit ruim 110.000 titels uit de negentiende eeuw en vroeger, en 500 oude handschriften. Ook wordt een extern adviseur aangesteld die zich gaat buigen over een nieuwe visie op de collectie. Die wordt eind dit jaar verwacht.

Voor docent kunstgeschiedenis Kees Veelenturf, een van de vier briefschrijvers, zijn de zorgen nog niet uit de wereld. Hij wijst erop dat in het beraad slechts werd gesproken van een ‘eindverantwoordelijke’ voor de collectie. ‘Het woord conservator werd niet genoemd.’

Geen vertrouwen

Het onderzoek naar de nieuwe visie op de collectie wekt bij Veelenturf nog geen vertrouwen. De inzet is om de collectie, mede naar Amerikaans model, anders te exploiteren als deel van het cultureel erfgoed van de universiteit, ook digitaal. De huidige conservator heeft in dit opzicht al ‘enorme prestaties geleverd’, zegt Veelenturf. ‘Die inzet lijkt naadloos te passen bij de te verwachten nieuwe visie op de collectie’, zegt hij. ‘We blijven daarom hameren op het belang van een echte conservator.’

Hoogleraar Oudere Nederlandse letterkunde Johan Oosterman gaat de externe adviseur bijstaan bij de toekomstplannen voor de collectie. Oosterman, vorige week aanwezig bij het beraad, noemt het hoopvol dat ook de wetenschappers hierbij nauw worden betrokken. De lawine aan bezorgde reacties onderstreept volgens Oosterman dat de bijzondere collectie in het hart van de universiteit staat. ‘Veel wetenschappers zijn er bijna emotioneel bij betrokken.’

6 reacties

  1. Robert Arpots schreef op 22 juni 2017 om 08:52

    Deze prachtige, belangrijke en bijna altijd ondergewaardeerde collectie verdient het om op z’n minst met de juiste cijfers in de publiciteit te komen. Het getal 163000 komt dichter in de buurt van wat er aan bijzondere items voor Onderwijs en Onderzoek beschikbaar is. De UB Nijmegen bezit 425 handschriften waarvan 85 van vóór 1600; 45000 oude drukken (boeken gedrukt vóór 1801), inclusief 150 incunabelen en 426 postincunabelen. Dan pas komen de 110000 19e-eeuwse drukken. Daar bovenop bezit de UB een schitterende collectie van ruim 7000 19e-eeuwse en 20e-eeuwse bijzondere uitgeversbanden (waaronder de grootste collectie uitgeversbanden om Gedenkboeken) en een collectie van ruim 700 edities van de Imitatio Christi. En dan noem ik nog niet eens de deelcollecties die binnen dat grote geheel benoemd kunnen worden, zoals bouwkunde, geneeskunde, letterkunde, klassieke uitgaven, prijsbanden, rol- en plaatstempelbanden, natuurlijke historie, juridische werken, taalkunde, politiek, reisbeschrijvingen, plaatsbeschrijvingen, geschiedenis enzovoort. En dat allemaal gedrukt vóór 1801. Voor de 110000 19e-eeuwse drukken geldt uiteraard hetzelfde.
    Al dit prachtige en vaak unieke materiaal verdient het ook om diepgaand ontsloten te worden voor de kerntaak van de universiteit: Onderzoek & Onderwijs. De 7000 uitgeversbanden, bijvoorbeeld, kunnen pas goed onderwerp van onderzoek en onderwijs zijn, als de boekbanden zijn ontsloten op ontwerper, boekbinder, stijl en land van vervaardiging. De vraag, bijvoorbeeld, hoeveel juridische werken de UB bezit gedrukt vóór 1801, kan pas beantwoord worden als boek voor boek ontsloten is op thema (dat is iets anders dan een trefwoord). Tentoonstellingen (men doet alsof de UB nooit iets heeft tentoongesteld) en digitalisering (men doet alsof de UB de afgelopen paar jaar niet ruim 3000 oude drukken heeft gedigitaliseerd) en publicaties (men doet alsof de UB nooit over de eigen collectie heeft gepubliceerd) zijn maar een druppel op de gloeiende plaat van wat er echt nodig is voor Onderzoek en Onderwijs. En dan vergeet ik gemakshalve het beheer en behoud, de veiligheid en de restauratie, om alles wat we hebben in perfecte historische staat te behouden voor de vele komende generaties studenten en onderzoekers. En dat niet alleen voor onze eigen campus, maar internationaal. Want de bijzondere collecties van de UB staan wereldwijd in de belangstelling. Onderzoekers en studenten weten ons al decennialang te vinden, ook als ze aan de universiteit van Austin, Texas, werken, of aan Cornell University, of in Japan. Men doet alsof onze bijzondere collecties de afgelopen decennia totaal ontoegankelijk zijn gemaakt. In tegendeel. Er is nog nooit zoveel gedaan aan “het naar buiten brengen” van de bijzondere collecties. Dat er tegenwoordig in de UB geen tentoonstelling van bijzonder materiaal gehouden kan worden, ligt niet aan de conservator! Symposia zijn in de UB georganiseerd met de bijzondere collecties als onderwerp, met als hoogtepunt de drie dagen durende Tagung van het Duitse Boekbandengenootschap (AEB). De UB werkt nauw samen met buitenlandse projecten, zoals de Einbanddatenbank, Einbandforschung, de Gesamtkatalog der Wiegendrucken en de STCV. En dat allemaal ten behoeve van Onderwijs en Onderzoek.
    De UB heeft geen externe specialist nodig die ons gaat vertellen hoe we het moeten doen. De UB heeft een directie nodig met visie, met interesse in wat we bezitten en met waardering voor het werk dat gedaan is en gedaan wordt.

  2. Peter Altena schreef op 22 juni 2017 om 11:46

    De conservator oude drukken die in het openbaar gezwegen heeft, spreekt zich uit. En daar zit geen woord Chinees bij. Ik prijs zijn moed, want de ervaring leert dat het ‘goed rond goed Zeeuws’ eerder weerstand dan bewondering ontmoet.
    De cultuur van de externe adviseurs is er een die begint bij het negeren van de kennis en ervaring van degenen die ‘intern’ zijn en die eindigt met torenhoge rekeningen en onuitvoerbare adviezen. Het inschakelen van externe adviseurs is een pirouette (nieuwe Dash) die de zorgen van onderzoekers eerder vergroot dan verkleint. En, dat heeft weinig met emotie van doen, maar alles met de rol van de UB als onderzoeksinstituut die in het geding is en die onderzoekers noopt het heil elders te zoeken. Emotie, nee reiskosten!

  3. Student schreef op 23 juni 2017 om 09:43

    Beste mensen waar het nu echt om gaat er MOET een nieuwe conservator komen, geen extern adviseur, dat kost alleen geld, hiervoor kan men ook al een conservator aannemen, wanneer gaan de ogen nu eens open bij de UB en het College , straks is er geen conservator meer wat dan? Het lijkt steeds meer een soap te worden, misschien kan dit een special worden voor Joop van de Ende voor de serie goede tijden slechte tijden en ik verzeker u het wordt een knaller (men wint de gouden kalf) De onderzoekers en studenten kunnen niet zonder conservator, waar gaat het onderwijs en Radboud Universiteit naar toe.

  4. J.P. schreef op 23 juni 2017 om 17:06

    En bovendien, wanneer er bedenkingen zijn bij de nieuwe plannen van de directie van de UB en er een externe adviseur wordt ingevlogen om daar onderzoek naar te doen, waarom handhaaft men dan niet tot nader order de oude situatie en wordt er geen sollicitatieprocedure gestart voor een nieuwe conservator? Hier wordt ondertussen het bekende riedeltje van geveinsde betrokkenheid en vooral ‘héél goed luisteren’ gedraaid dat al vaak genoeg afgespeeld is en ondertussen zijn geloofwaardigheid verloren heeft. En terecht, want vervolgens doet men gewoon wat men al van plan was, want de procedures zijn goed gevolgd (of iets van dien aard). Men wil bij zowel de UB als het CvB gewoon geen nieuwe conservator, want ja, we moeten met de tijd mee! Aan het geld kan het gewoon echt niet liggen op de RU, kijkend naar alle bouwplannen, alle extraatjes die de studenten voorgeschoteld worden onder de noemer van een ‘leefbare en duurzame campus’ en overbodige afdelingen (communicatie en marketing). Raar dat het conserveren van de boeken in de bibliotheek niet op het prioriteitenlijstje van de universiteit lijkt te staat. Het mag gerust een schande genoemd worden dat zelfs het CvB geen geld kan/wil/mag vrijmaken voor een nieuwe conservator. Als er werkelijk nog een extra onderzoekje tegenaan gegooid moet worden om deze nog altijd niet opgerakelde plannen (want enige duidelijkheid over het alternatief voor een nieuwe conservator wordt nog altijd simpelweg niet gegeven) uit Amerika van meer overtuigingskracht te voorzien, dan kunnen de directie en het CvB beter gewoon eerlijk zijn en zeggen dat er geen nieuwe conservator komt. Dan kunnen academici, medewerkers en studenten beginnen met het beschilderen en naaien van spandoeken.

  5. banning schreef op 26 juni 2017 om 09:44

    Laten we nu gewoon eerlijk zijn, het geld voor een conservator van de UB gaat naar paleis Berchmanianum het Soestdijk van het college.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!