Olympische topper promoveert: ‘Bul belangrijker dan gouden plak’

13-11-2017, 07:33

Laura de Vaan in actie

Laura de Vaan combineerde een topsportcarrière als handbiker met een promotietraject aan de Radboud Universiteit. Woensdag promoveert ze op haar onderzoek naar hoe mensen nieuwe Nederlandse woorden opslaan. Tijd om haar een paar vragen voor te leggen over haar passie voor zowel de sport als de wetenschap.

Je bent sinds 2008 met je promotieonderzoek bezig en won op de laatste twee Paralympische Spelen vier medailles, maar geen goud. Als je moest kiezen: een gouden plak op de Spelen van Tokio of je bul na je promotie?

‘Nou, dat is meteen een lekker dilemma zeg.’ Na een lange stilte: ‘Ik denk dat ik dan toch voor mijn promotie kies. Goud op de Paralympische Spelen zou mijn palmares helemaal compleet maken, dat is waar. Maar mocht ik die nooit winnen, dan voelt dat niet als een enorm gemis. Op de Spelen van Tokio is een gouden medaille absoluut het doel, maar niet de reden dat ik nog doorga. Goud zou ik kunnen missen, mijn doctoraat niet.’

Wat is vermoeiender: een dag data-analyses doen of een pittige intervaltraining?

‘Dit is wel een makkie. Na een intervaltraining wil ik vaak nog maar één ding: op bed liggen. Van een hele pittige data-analyse word je hooguit een beetje gaar. Het is soms juist prettig om na een ochtend vol moeilijke programmeerscripts nog even te gaan trainen. Dan maak je je hoofd leeg waardoor je gek genoeg soms tot nieuwe inzichten komt die je onderzoek verder helpen.’

Waar voel je je meer thuis: op een WK tijdrijden of op een universiteit?

‘Er zijn veel overeenkomsten tussen beide wereldjes. Het gaat in zowel de sport als de universiteit om presteren en je werkt naar een bepaald doel toe. In de sport is dat een groot toernooi, in de wetenschap een publicatie. Ik vind het wel prettig om zo te werken. Verschillen tussen de sport en de wetenschap zijn er natuurlijk ook. De sport is bijvoorbeeld heel individualistisch. Ik kies dus voor de universiteit omdat je daar samen op hoog niveau kunt discussiëren. Dat mis ik in de sport weleens.’

Waar heb je meer verstand van: de derailleur van een handbike, of van mental representations of Dutch regular morphologically complex neologisms?

‘Ik denk toch van een derailleur. Een handbike schakelt elektronisch – dus heel eenvoudig is het niet – maar zo’n ding krijg ik wel weer aan de praat als het kapot gaat. In mijn onderzoeksgebied zijn veel meer variabelen. Ik heb daar met mijn promotieonderzoek nu één beperkt deel van onderzocht, maar ik heb niet de illusie dat ik precies weet hoe het werkt – dat heb ik met mijn fietsen wel. Een handbike is heel concreet, mentale representaties zijn veel abstracter en daardoor moeilijker te grijpen.’

Geef een reactie