Ook Nijmegen kan leren van UvA-rapport

28-10-2016, 08:27

Foto: Guido van Nispen (Creative Commons)

Hoe moet het verder met de Universiteit van Amsterdam? Die vraag moest Lisa Westerveld beantwoorden als voorzitter van de commissie die in het leven werd geroepen na de revolte in het Maagdenhuis. Resultaat: een vuistdik rapport, waar ook de Radboud Universiteit lessen uit kan trekken.

De keus is aan de medewerkers en studenten van de UvA: hoe moet het verder met de universiteit? Volgende maand wordt er een referendum gehouden waarin zij moeten kiezen hoe de macht wordt verdeeld. Maandag presenteerde Lisa Westerveld – voorheen voorzitter van de studentenraad in Nijmegen en nu gemeenteraadslid – haar rapport op de plek waar het allemaal begon: in het Maagdenhuis. Zij leidde de commissie die onderzoek deed naar nieuwe vormen van bestuur en medezeggenschap.

De commissie legt de studenten en medewerkers van de UvA vier verschillende bestuursmodellen voor. Van een model waarin de status-quo nagenoeg behouden blijft, tot een radicaal ander model van zelfbestuur, waarin medewerkers en studenten veel meer autonomie krijgen.

Hoe realistisch zijn de voorgelegde modellen?
Westerveld: ‘Alle vier de modellen zijn uitvoerbaar, denken wij. Ook het meest vooruitstrevende model, dat uitgaat van zelfsturende teams van studenten en medewerkers . We hebben daarvoor inspiratie opgedaan bij een organisatie als Buurtzorg Nederland. Ook de HAN is bezig met het uitrollen van een dergelijk systeem.
Een probleem is echter de wet: daarin is behoorlijk strikt vastgelegd hoe een universiteit georganiseerd hoort te zijn. Hoeveel leden een college van bestuur hoort te hebben, bijvoorbeeld. Afhankelijk van de uitkomst van het referendum, is het te hopen dat de minister een pilot toestaat.’

Is een referendum de manier om erachter te komen wat studenten en medewerkers willen?
‘We hebben ook over andere vormen nagedacht, maar voordat wij begonnen was al vastgelegd dat er een referendum zou komen. Het zal lastig worden om iedereen te informeren. Ik durf echt geen voorspelling te doen over de opkomst.’

Jullie rapport omvat veel meer dan vier bestuursmodellen waaruit gekozen kan worden.
‘Het werd ons al snel duidelijk dat de problemen van de universiteit niet alleen liggen bij de manier waarop het bestuur gestructureerd is. Er is ook veel onvrede over de verhouding tussen werkgever en werknemer: hoe ga je met elkaar om? Door steeds alleen maar tijdelijke contracten te geven, zonder uitzicht op een vaste baan?’

Wat is er mis met de manier waarop universiteiten nu worden bestuurd?
‘Weinig organisaties worden op zo’n traditionele manier bestuurd als universiteiten. Je hebt het college van bestuur, daaronder de decanen en daaronder de opleidingsdirecteuren. Heel hiërarchisch. In de jaren negentig wilde het kabinet dat universiteiten slagvaardiger konden handelen, waardoor veel meer macht bij het centrale bestuur kwam te liggen. De medezeggenschap heeft sindsdien veel minder te zeggen. Maar het is volkomen onduidelijk of er echt betere besluiten werden genomen. Wel is de betrokkenheid van studenten en medewerkers afgenomen.’
‘Op individueel niveau is het belangrijk dat werknemers de regie terugkrijgen over hun eigen werk. Juist hoogopgeleide mensen onder de vijftig jaar putten meer voldoening uit hun werk als ze autonoom opereren. Die groep is goed vertegenwoordigd op de universiteit.’

Wat stellen jullie voor?
‘We willen dat mensen zich ook op andere manier dan via de medezeggenschap kunnen uitspreken. De UvA heeft nu al een Senaat, een adviesorgaan waarvan niet duidelijk is wat die precies doet. Er zitten bovendien alleen maar hoogleraren in. Dat willen we omgooien: we maken van de Senaat een transparant orgaan waarin de hele universiteit vertegenwoordigd wordt – studenten en medewerkers. Daar moet vrijelijk worden nagedacht over de toekomst van de universiteit. Welke rol dient zij te spelen in de maatschappij? Ook in Nijmegen zou zo’n orgaan absoluut meerwaarde hebben: er zijn veel mensen die graag meedenken maar niet in de medezeggenschap zitten.’

‘De discussies die in de medezeggenschap worden gevoerd, gaan vaak over procedures. Vaak is niet eens duidelijk of de medezeggenschap ergens advies- of instemmingsrecht over heeft. Inhoudelijke discussies over de rol van de universiteit op de lange termijn? Daar komt de medezeggenschap helemaal niet aan toe.’

Is daarom de betrokkenheid bij de medezeggenschap ook zo klein?
‘Dat heeft er zeker mee te maken. De doorsnee student interesseert zich niet in wat de studentenraad doet, maar vraag je hem wat hij van Meat Free Monday vindt, dan heeft hij daar echt wel een mening over. Het is ook zaak dat de studentenraad concrete vragen voorlegt aan studenten. In het rapport doen we daarom ook aanbevelingen die het huidige model verbeteren. Zoals aanbevelingen aan de medezeggenschap om te experimenteren met nieuwe vormen van inspraak. Het moet toch mogelijk zijn om binnen no time de mening van duizend studenten te vragen. Via een app, bijvoorbeeld.

Meer lezen over rendementsdenken? Bekijk dan ons dossier.

Geef een reactie