Amira (24) hoopt Gaza snel te verlaten voor Nijmegen: ‘Ik voel me schuldig tegenover mijn moeder’

11 jun 2026 ,

De 24-jarige Amira al Khatib is één van de Palestijnse studenten die in Nederland komt studeren, maar nog vastzit in Gaza. Nu de rechter besloten heeft dat Nederland meer moeite moet doen om de studenten hier naartoe te halen, hoopt Al Khatib snel in Nijmegen te zijn.

‘Sorry als ik niet goed te verstaan ben’, excuseert Amira al Khatib zich. De verbinding hapert. Videobellen zit er niet in, daar is het signaal te zwak voor. ‘Ik ben expres al op de bovenste verdieping gaan zitten omdat daar het bereik het beste is.’

Op de achtergrond is verkeer te horen, terwijl de 24-jarige Al Khatib belt vanuit haar onderkomen in Gaza-stad. Een halve woning: een deel van de muren is ingestort. De verdieping waarop ze zit heeft uitzicht over de overblijfselen van wat ooit een levendige stad was.

‘Ik ben enthousiast over mijn toekomst. Ik hoop zo snel mogelijk naar Nijmegen te kunnen komen’, vertelt ze. In september wil ze met haar master Data Science and AI beginnen aan de Radboud Universiteit.

Vast in Gaza

Al Khatib is een van de twee Palestijnse studenten die afgelopen januari een visum kregen om te studeren aan de Radboud Universiteit. Enkele weken later bleek dat zij Gaza niet uit konden: hun visa lagen klaar op de Nederlandse ambassade in Jordanië, maar zomaar de Gazastrook verlaten zat er niet in. Niemand mag het gebied in of uit zonder toestemming van Israël, dus vertrek is alleen mogelijk met hulp van de Nederlandse overheid. In totaal zaten 46 Palestijnen met een werk- of studievisum die naar Nederland zouden afreizen vast.

Drie van hen spanden in februari een rechtszaak aan tegen de Nederlandse staat om consulaire hulp af te dwingen. Die werd in eerste instantie in hun nadeel beslecht. In het hoger beroep oordeelde de Raad van State dat de regering de gehele groep moet helpen om naar Nederland te komen. De eerste studenten zijn inmiddels aangekomen.

Amira’s nichtje en neefje. Eigen foto

‘Ik hoop snel weg te kunnen’, gaat de student verder. ‘Veel is nog onduidelijk. Het is een kwestie van afwachten. Ik hoop dat ik eind van de maand mee kan met een evacuatie naar Nederland.’

‘Sindsdien wacht ik op dat ene verlossende telefoontje’

Wachten doet ze al maanden, vertelt Al Khatib. ‘Ik oktober hoorde ik dat mijn toelating voor de Radboud Universiteit goed was gekeurd. Ik was zó ontzettend blij. En in januari kreeg ik te horen dat ook mijn visum in orde was. Maar helaas kon ik toen niet weg hier. Sindsdien wacht ik op dat ene verlossende telefoontje.’

Bombardement met drone

‘Het leven hier is zwaar’, gaat ze verder. ‘De laatste jaren heeft mijn familie veel te verduren gehad: het heeft mijn persoonlijkheid veranderd. We hebben continu stress over of er genoeg voedsel en water is. Mijn jongste broertje en oom raakten gewond,  zij werden door een drone gebombardeerd toen zij water haalden.’

‘Mijn broertje bleek een flinke zenuwbeschadiging te hebben in zijn been, waardoor hij niet goed meer kan lopen. Hij studeert nu in Engeland en krijgt daar hulp bij zijn revalidatie. In Gaza hebben we geen noodhulp, naar Engeland gaan om te studeren was zijn enige kans om uit Gaza te vluchten. Het brak mijn hart om hem daar in zijn eentje heen te sturen met zijn verwonding, maar ik was zó opgelucht toen hij daar veilig aankwam.’

‘Maar ik maak me niet alleen zorgen om mijn familie. Als ik naar de kinderen hier buiten op straat kijk maak ik me zorgen om hun toekomst.’

Hoop blijven houden

Toch blijft Al Khatib hoop houden, vertelt ze. ‘ Ik moet wel, hoe kunnen we anders aan onze toekomst werken? Ik heb niks meer te verliezen.’

‘Veel mensen nemen elektriciteit en internet zomaar voor lief, terwijl dat in veel delen van de wereld helemaal niet zo vanzelfsprekend is’

Met haar studie in de Waalstad hoopt ze aan die toekomst te kunnen werken. ‘In mijn bachelor aan de Al-Azhar Universiteit in Gaza leerde ik veel over computersystemen. Maar ik heb gezien dat die systemen niets waard zijn als de elektriciteit en verbinding niet stabiel zijn, zoals hier nu het geval is.’

‘Veel mensen nemen systemen als elektriciteit en internet zomaar voor lief, terwijl dat in veel delen van de wereld helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Toen mijn broertje geen zorg kon krijgen, zag ik goed in hoe hulpdiensten of ziekenhuizen er grotendeels afhankelijk van zijn. Daar wil ik graag verandering in brengen. Niet alleen voor de mensen in Gaza, maar voor mensen op de hele wereld.’

Afstuderen

Al Khatib studeerde in 2024 af op de werking van computersystemen, terwijl die op haar eigen universiteit nauwelijks meer functioneerden. ‘Dat ik ondanks de oorlog toch af kon studeren betekende veel voor mij’, vertelt ze. ‘Tijdens de verdediging van mijn afstudeerproject vloog er een drone boven mijn hoofd.’

Van de ceremonie zelf wilde ze heel graag foto’s hebben. ‘Mijn familie heeft een toga geleend van iemand anders, maar die was aan een andere universiteit afgestudeerd. Ik heb die toga daarom binnenstebuiten gedragen. Deze foto’s zijn een mooie en tegelijkertijd een pijnlijke herinnering aan dat moment.’

Amira tijdens haar diplomaceremonie Eigen foto

Als alles goed gaat is de student binnen enkele weken in Nijmegen, om haar academische carrière na twee jaar onderbreking weer voort te zetten. Het contact dat ze met de universiteit heeft, ervaart ze als prettig, vertelt ze.

‘Vanuit de faculteit (FWNI, red.) zijn ze heel meedenkend. Via SSH& heb ik vanaf augustus een kamer aangeboden gekregen. Tot die tijd kan ik tijdelijk de kamer van een andere student onderhuren. En ik heb via een app ook al contact met andere internationale studenten die naar Nijmegen komen.’

Vertrek uit Gaza

‘Ik kijk ontzettend uit naar mijn tijd daar. Maar ik heb wel gemixte gevoelens bij mijn vertrek. Ik laat mijn moeder hier natuurlijk achter. Mijn vader is overleden toen ik nog jong was en…’

Ze valt stil en snikt zachtjes.

‘Sorry’, excuseert ze zich weer. ‘Mijn moeder heeft mij en mijn broertje helemaal alleen opgevoed. En nu moet ik haar hier achterlaten, dat is vreselijk. Ik voel me zo schuldig tegenover haar. Ik hoop dat ik mijn moeder snel weer kan zien, inshallah.’

‘Maar ik moet aan de toekomst denken – zowel die van mezelf als die van mijn familie’, besluit ze vastberaden. ‘Ik moet hoop houden in tijden van crisis. Ook ik heb recht op een toekomst.’

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!