Ragweek #05: Dansen met nozems
Een onmisbaar gedeelte van de Ragweek zijn de feesten. Donderdagavond is het eerste gedeelte van het Ragfestival, een samenwerking tussen de organisaties Cultuur op de Campus, Karpe Noktem, Dance Fever en CHECK. Twee bands en een dansdemonstratie, het is misschien een onconventionele combinatie, maar het werkt uitstekend.
Het begin staat aangekondigd om 21.00 uur. Maar op dat moment is het nog zeer rustig in de Villa van Schaeck. De lampen staan vol aan, en de eerste band staat nog te soundchecken. Ach, gelukkig is de frikandellenlucht weggetrokken. De helft van de geïnteresseerden ziet eruit als Karpe Noktem-lid: zwart shirt, lang haar, bierflesje in de hand.
Hoe zouden the Doors geklonken hebben, als ze waren begonnen in een garage? Niet dat openingsband Birth of Joy exact dat genoemd kan worden, maar ze doen er een verdomd goede gooi naar. De frontman ragt op zijn gitaar, waarbij zijn buitenproportionele manchetten meewapperen, en hij schreeuwt bijtijds een pakkend refrein door zijn microfoon. Zijn begeleiding bestaat uit een organist met tempo en een kundige drummer. In hun sound zit nogal een persistente dreun. Is het stonerrock te noemen? Wat maakt het uit. De langharige toehoorders bewegen hun hoofd wild mee, en het is gewoon leuk.
Stijlvol met jeu
Na het eerste optreden wordt het publiek aan de kant gemaand. Er moet plaats worden gemaakt voor het beweeglijke intermezzo. Dansvereniging Dance Fever gaat zijn kunsten laten zien, te beginnen met een hiphopnummer. Na een valse start reprezenten de twee dames kundig hun club. Vervolgens nemen twee dansparen de vloer in; stijlvol, maar toch met een mediterrane jeu. De finale is een vrouwelijk danspaar, een gekleed als hippe ballerina, de ander met overhemd, hoed en stropdas. Niemand verwacht de rock ’n roll-dans, die achteraf met luid applaus wordt beloond. Men is onder de indruk.
Gitaarheld
Het programma wordt afgerond door Capococha, wat niet zozeer een band is als een jongeman met een gitaar en veel geluideffecten. Uit zijn laptop tovert hij een ritmesectie en verdere ondersteuning komt van zijn keyboard. Op het eerste oor heeft het geluid wat weg van een spelletje Guitar Hero, maar dan gespeeld door een virtuoos. Capococha rockt wel, en hard. Hij beweegt alsof er simpelweg een hele band staat. Drie keer heeft hij nodig voordat het publiek zijn opmerking ‘En dit is écht mijn laatste nummer’ pikt. Bizar misschien, maar wel bijzonder. Zeker wanneer hij een eerder gespeeld nummer opnieuw doet, maar dan met wat hij noemt een ‘Duitse beuk’.
Aan het eind begint de dj aan zijn dansset. De nummerkeuzes mogen soms ironisch bedoeld zijn – foute dance en hiphop – maar het publiek danst er met veel plezier op. Hoe zwart ze ook gekleed gaan, die nozems van Noktem weten goed hoe je plezier kunt hebben met de wansmaak van de mainstream. /Ruud Vos