Straatarts Maria van den Muijsenbergh: ‘Zie dakloze mensen voor wie ze zijn’
-
Afbeelding ter illustratie. Illustratie: Ivana Smudja
Iedereen heeft recht op zorg. Toch krijgen dakloze mensen die zorg vaak niet, ziet emeritus-hoogleraar Gezondheidsverschillen Maria van den Muijsenbergh: ‘Als arts ben je ook verantwoordelijk voor de context die ziek maakt.’ Op 15 juni spreekt ze hierover in LUX.
Eigen schuld, dikke bult: dakloze mensen hebben het aan zichzelf te danken dat ze geen huis hebben.
Zo’n hardnekkig stereotype bepaalt niet alleen hoe veel mensen kijken naar medeburgers zonder huis, maar ook hoe ze worden behandeld door zorgverleners. Over dit vooroordeel geeft emeritus-hoogleraar Gezondheidsverschillen Maria van den Muijsenbergh op maandag 15 juni een lezing in LUX. Ook cultuurpsycholoog Gijs Bijlstra en ervaringsdeskundige Miquel Roest komen aan het woord.
Weinig invloed
In haar eigen praktijk zag de gepensioneerde huisarts en hoogleraar hoe patiënten hun woning verloren. ‘De traditionele groep dakloze mensen bestaat vooral uit mannen die een zware jeugd hebben gehad’, zegt ze. ‘Ze komen vaak uit de jeugdzorg en weten niet hoe het voelt om liefde te krijgen. Dan gaan ze middelen gebruiken en glijden ze verder af.’
De categorie dakloze mensen is veel breder. Een kleine groep heeft een psychiatrische aandoening, maar er zijn ook steeds meer zzp’ers die door een scheiding of ziekte hun huis kwijtraken.
Ongedocumenteerde dakloze mensen hebben het bijzonder zwaar in Nederland, stelt Van den Muijsenbergh: ‘Die kunnen zich niet verzekeren tegen ziektekosten waardoor ze zorg gaan mijden.’
Patiënten hebben dus weinig invloed op het verlies van hun woning. Vaak is het een opeenstapeling van oorzaken die grotendeels buiten henzelf liggen. Zo raken arbeidsmigranten bij het verlies van werk automatisch hun woning kwijt omdat die twee aan elkaar gekoppeld zijn.

Eenmaal dakloos is het vaak moeilijk je leven weer op de rit te krijgen. ‘Dakloosheid heeft grote invloed op je gezondheid, maar ook op het vermogen om je gezondheid te verbeteren’, legt Van den Muijsenbergh uit.
Dakloze mensen ervaren constant stress omdat ze niet weten hoe ze die dag aan eten moeten komen of waar ze gaan slapen. Hierdoor maken ze ongezondere keuzes. ‘Het is niet raar dat dakloze mensen roken. Het effect van stress op je hersenen zorgt ervoor dat je verslavingsgevoeliger wordt en minder goed in staat bent om langetermijnbesluiten te maken. Stoppen met roken is al moeilijk, maar onder deze omstandigheden geldt dat helemaal.’
Een laag zelfbeeld speelt ook een rol. De groep die het betreft heeft over het algemeen weinig zelfvertrouwen omdat ze al vaak zijn afgewezen in het leven. ‘En als je dat niet hebt, geloof je ook niet dat je je eigen gezondheid kunt verbeteren.’
Veertien jaar
Door hun slechte leefomstandigheden hebben dakloze mensen vaak last van infecties, chronische ziekten en psychiatrische klachten zoals somberheid en angst. ‘Hun voeten raken ontstoken omdat ze slechte schoenen dragen die nat blijven. Soms lopen ze schurft op door het slapen in een opvang.’
Maar het gaat verder: dakloze mensen gaan veertien jaar eerder dood dan mensen met een huis.
Maatschappelijke problemen leiden niet alleen tot ongelijkheid qua gezondheid, maar ook tot ongelijke toegang tot zorg. Zo zijn veel dakloze mensen onverzekerd: ‘Om een zorgverzekering aan te vragen heb je een adres nodig. Veel daklozen weten niet dat ze een postadres kunnen krijgen bij de gemeente waarin ze verblijven.’
Bovendien werken gemeenten vaak niet mee: ‘Met een postadres kunnen daklozen ook een uitkering aanvragen. Gemeenten moeten dan betalen en die willen dat niet.’
Onbekend maakt onbemind
Vooroordelen vormen een extra barrière om zorg te krijgen. ‘Er wordt gedacht dat daklozen vies, onbetrouwbaar en verslaafd zijn. Mensen geloven dat geld dat ze geven toch naar drugs gaat, terwijl het grootste deel van de dakloze mensen niet verslaafd is’, zegt Van den Muijsenbergh.
Gevolg is dat stadgenoten met een grote boog om daklozen heen lopen, nooit een praatje met ze maken en zo het beeld in stand houden. Terwijl, volgens de emeritus, de meeste mensen die het betreft zo onopvallend mogelijk proberen te leven door bijvoorbeeld in een auto of in een tentje te slapen.
Vooroordelen leven ook onder zorgverleners, met alle gevolgen van dien. Tandartsen zijn bijvoorbeeld moeilijk te vinden omdat die denken dat dakloze mensen toch nooit hun adviezen kunnen opvolgen.
Zelf is de oud-huisarts ook niet vrij van stereotype-denken: ‘Ooit had ik een dakloze patiënt die ik antibiotica voorschreef voor een longontsteking. Toen hij wegging vroeg hij: ‘Hoef ik dan niet te stoppen met roken?’ Het kwam helemaal niet in mij op om te vragen of hij wilde stoppen met roken, omdat ik dacht dat hij dat niet zou willen. Uiteindelijk is het hem gelukt.’
Oplossingen
Om de doelgroep toch aan goede zorg te helpen, moet het probleem bij de wortels worden aangepakt, denkt Van den Muijsenbergh. ‘We hebben een groot huisvestingsprobleem, maar een tijdelijk huis helpt al enorm. Uit onderzoek blijkt dat het hebben van een woning het veel makkelijker maakt om te werken aan de problemen die hebben geleid tot je dakloosheid. Dit is een stressbron minder, waardoor ze weer aan de slag kunnen met hun herstel.’
De straatzorg moet ook beter, vindt ze. Denk aan straatzorgpraktijk met een huisarts en een verpleegkundige in iedere stad. Dokters hebben bovendien een verantwoordelijkheid voor hun patiënten die niet alleen medisch is: ‘Artsen zijn er om de juiste diagnose te stellen. Hiervoor moeten ze meer weten dan de lichamelijke klachten. Heeft iemand een vaste woonplek? Geldproblemen? Zonder deze informatie kun je geen goede behandeling bieden. Het is bijvoorbeeld heel lastig om drie keer per dag medicatie in te nemen als je geen huis hebt.’
Maak een praatje
En mensen die in de stad een dakloze stadsgenoot tegen het lijf lopen, adviseert ze: ‘Geef ze geld, en als je dat niet wilt, vraag dan of je iets voor ze kunt halen bij de supermarkt. Doordat ze zo vaak zijn afgewezen, hebben dakloze mensen een laag zelfbeeld. Een goede gezondheid begint bij zelfwaarde. Maak een praatje, en zie ze voor wie ze zijn.’
Lezing
Hoe reageer je als een dakloze vraagt of je wat kleingeld hebt? En welke stereotypen spelen daar een rol in? Radboud Reflects en Stichting Straatmensen voor Straatmensen organiseren 15 juni een lezing en een gesprek over dit thema in cultureel centrum LUX. De tickets voor de lezing zijn inmiddels uitverkocht.