Opinie

‘Veiligheid is geen vrijbrief voor meer camera’s op de campus’

12 okt 2026

OPINIE - Camera’s zouden niet zomaar op de campus geplaatst mogen worden. Dat stelt de Universitaire Studentenraad (USR) naar aanleiding van de plaatsing van 26 nieuwe camera’s op de campus van de Radboud Universiteit. 'Per locatie moet duidelijk zijn welk veiligheidsprobleem er geconstateerd is, welke alternatieve maatregelen zijn overwogen en waarom cameratoezicht in dat specifieke geval noodzakelijk en proportioneel wordt geacht.'

De Radboud Universiteit presenteert het nieuwe camerareglement vanuit een duidelijk uitgangspunt: de campus is in beginsel open en toegankelijk. Om die reden zal cameratoezicht uitsluitend worden ingezet wanneer eventuele veiligheidsrisico’s dit noodzakelijk maken. De USR onderschrijft al een lange tijd het belang van een veilige campus. Tegelijkertijd roept het voorgestelde beleid een fundamentele vraag op die vooraf zou moeten gaan aan de verdere uitwerking van het nieuwe cameraprotocol: Is voldoende aangetoond dat cameratoezicht daadwerkelijk bijdraagt aan de doelen waarvoor het wordt ingezet?

Het protocol noemt verschillende doelstellingen van cameratoezicht. Zo zouden camera’s bijdragen aan een veilige campus en het veiligheidsgevoel van zowel studenten als medewerkers en bezoekers. Daarnaast zouden zij ongewenst of crimineel gedrag kunnen ontmoedigen, risicosituaties vroegtijdig kunnen signaleren en kunnen bijdragen aan het reconstrueren van incidenten. Maar deze effecten worden in het reglement vooral als conclusie aangenomen en onvoldoende als iets dat moet worden aangetoond.

Maar kunnen deze doelstellingen uitsluitend als uitgangspunten worden aangenomen?

Deze vraag is des te belangrijker omdat cameratoezicht een ingrijpend middel is. Studenten, medewerkers en bezoekers kunnen zich op de campus niet zonder meer aan de aanwezigheid van camera’s onttrekken. Het gaat daarmee om een maatregel die gevolgen heeft voor de privacy van iedereen die zich op de campus begeeft, ook wanneer die persoon zelf geen enkel veiligheidsrisico vormt. Een dergelijke inbreuk kan niet alleen worden gerechtvaardigd door te wijzen op mogelijke voordelen. Er moet ook worden aangetoond dat die voordelen voldoende aannemelijk zijn en opwegen tegen de inbreuk op de privacy.

Kritische beschouwing

De USR vindt daarom dat de vraag naar de effectiviteit van cameratoezicht een expliciete plaats moet krijgen in het reglement. Per locatie zou duidelijk moeten zijn welk veiligheidsprobleem wordt geconstateerd, welke alternatieve maatregelen zijn overwogen en waarom cameratoezicht in dat specifieke geval noodzakelijk wordt geacht. Daarbij zou niet alleen moeten worden gekeken naar de theoretische mogelijkheid dat camera’s kunnen bijdragen aan de veiligheid, maar ook naar de daadwerkelijke resultaten van het cameratoezicht in de praktijk.

‘Cameratoezicht neemt een steeds prominentere plek in de publieke ruimte in’

Daarbij verdient ook de ontwikkeling van cameratoezicht in de bredere samenleving een kritische beschouwing. Cameratoezicht neemt een steeds prominentere plek in de publieke ruimte in. Dat een maatregel maatschappelijk steeds gebruikelijker wordt, betekent echter niet automatisch dat deze ook noodzakelijk of wenselijk is. Juist daarom moet de universiteit zich afvragen welke norm zij zelf wil stellen. De Radboud Universiteit is niet alleen een plek waar onderwijs en onderzoek plaatsvinden, maar ook een instelling die een voorbeeldfunctie zou moeten innemen in de maatschappij. De universiteit zou daarom niet slechts bestaande maatschappelijke ontwikkelingen moeten volgen, maar deze ook kritisch moeten onderzoeken en waar nodig ter discussie moeten stellen.

Privacy

Dat geldt in het bijzonder voor maatregelen die raken aan fundamentele waarden als privacy. Een campus waarop veiligheid steeds meer wordt vormgegeven door toezicht kan op termijn een andere omgeving worden dan een open academische gemeenschap. Juist die academische gemeenschap zou altijd centraal moeten staan. Studenten en medewerkers moeten zich vrij kunnen bewegen, elkaar kunnen ontmoeten en zich kunnen uitspreken zonder voortdurend geobserveerd te worden. Dat betekent niet dat cameratoezicht nooit gerechtvaardigd kan zijn, maar wel dat de lat voor de invoering ervan hoog moet liggen en dat de onderbouwing ervan grondig moet zijn.

De USR onderschrijft daarom het belang van een veilige campus, maar vindt dat veiligheid niet als vanzelfsprekend een argument mag zijn voor het vergroten van het cameratoezicht op campus. De juiste vraag is dus niet óf camera’s kunnen bijdragen aan veiligheid. De juiste vraag is of camera’s in een specifieke situatie de meest effectieve, noodzakelijke en proportionele manier zijn om dat doel te bereiken. Door deze afweging expliciet onderdeel te maken van het nieuwe cameraprotocol, kan de universiteit voorkomen dat cameratoezicht een doel op zichzelf wordt. En dan kan de universiteit trouw blijven aan haar academische en maatschappelijke verantwoordelijkheid: beleid niet alleen uitvoeren, maar voortdurend kritisch onderzoeken.

Dit opiniestuk is geschreven door Frederique Bots, namens de Universitaire Studentenraad. 

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!