Wie raakt verslaafd en wie niet? Het verslaafde brein is nog altijd een mysterie

09 mrt 2021

Studenten zijn grootgebruikers van alcohol én drugs, blijkt ook weer uit een recent onderzoek van Vox. Wat is het risico op een verslaving? En hoe werkt dat eigenlijk in ons brein? 'Tot je vijfentwintigste speelt vooral erfelijkheid een rol.'

Studenten zijn net mensen, grapt Arnt Schellekens, als het aankomt op verslavingen. De hoogleraar Verslaving en Psychiatrie, ook als psychiater werkzaam in het Radboudumc, ziet regelmatig mensen met alcohol- of drugsproblemen. En ja, daar zitten ook studenten bij. Het verschijnsel komt nu eenmaal in elke laag van de samenleving voor, zegt hij, wat de vooroordelen ook zijn. ‘Er bestaan verslaafde advocaten, politici, topsporters. Ook artsen binnen mijn vakgebied’, legt de hoogleraar uit.

‘Studenten onderscheiden zich wel van de rest van de bevolking doordat ze gemiddeld meer gebruiken’, zegt Schellekens. Dat wordt bevestigd door onderzoek van Vox onder 670 Radboud-studenten. Daaruit blijkt dat – voor de coronacrisis uitbrak – zo’n 40 procent van de studenten meerdere dagen per week alcohol dronk. Ook heeft het merendeel – zes op de tien studenten – ooit drugs gebruikt.

Vox vond ook dat studenten hun drugs- en drankgebruik tijdens de coronacrisis over het algemeen flink hebben teruggeschroefd. Maar er is een minderheid, bij zowel drugs als alcohol, die méér is gaan gebruiken. De groep dagelijkse gebruikers van drugs verdubbelde zelfs, van 2,2 naar 4,3 procent.

De vraag is, hoe erg is dat? Wanneer is iemand eigenlijk verslaafd? En wat maakt de één gevoelig voor een alcohol- of drugsprobleem, en de ander niet?

In het brein

Een verslaving wordt nog weleens gekoppeld aan het aantal drankjes dat iemand per week drinkt, of hoe vaak iemand een joint opsteekt. ‘Maar om je drank- of drugsinname echt een verslaving te noemen, moet het aan twee criteria voldoen’, zegt verslavingsonderzoeker bij het Behavioural Science Institute, Maartje Luijten.

‘Bij een verslaving is er sprake van controleverlies, en het gebruik moet interfereren met iemands dagelijkse bezigheden’, zegt ze. ‘Iemands studie, werk of sociale leven lijdt er dus onder. En wanneer iemand met een verslaving zich voorneemt écht niet te drinken of te gebruiken, gebeurt dat uiteindelijk toch.’

‘Als je veel drugs gebruikt, raakt de wisselwerking tussen het belonings- en controlesysteem uit balans’

Luijten kijkt veelal naar de neurocognitieve aspecten van verslaving, hoe dat werkt in het brein dus. Twee systemen in de hersenen spelen bij elke verslaving een rol, vertelt ze, of het nu gaat om een drugs-, alcohol-, rook- of seksverslaving. Allereerst is dat het controlesysteem, ofwel de impulsbeheersing, een functie van de prefrontale cortex in de hersenen. En daarnaast het beloningssysteem, ofwel bevrediging, wat geregeld wordt in het nucleus accumbens.

‘Het beloningssysteem reageert op bepaalde prikkels, zoals anderen zien gebruiken, en wekt trek op’, zegt Luijten. Vervolgens is het de vraag of  het controlesysteem wel of niet sterk genoeg is om het pilletje, de joint of het biertje te laten staan. ‘Het beloningsgebied zorgt er ook voor dat na gebruik van bijvoorbeeld alcohol of drugs dopamine vrijkomt’, aldus Luijten.

Dat is op zichzelf een heel natuurlijk en gezond mechanisme. ‘Het beloningssysteem zorgt ervoor dat mensen gemotiveerd zijn eten te zoeken, of zich voort te planten’, zegt Luijten. ‘Het helpt zo bij onze overleving. Daar is niets problematisch aan.’ Problemen ontstaan doordat middelen als drank of drugs veel sterker werken dan natuurlijke beloners als seks of eten. Luijten: ‘Als je veel drank of drugs gebruikt, raakt de wisselwerking tussen het belonings- en controlesysteem steeds meer uit balans.’

Kwetsbare groep

Daarin schuilt meteen het risico van heel vaak een biertje nemen, of jointje roken. ‘Frequent gebruik kan ervoor zorgen dat gewoontes worden gevormd’, zegt Roy Otten, hoogleraar Clinical Developmental Psychology. Hij onderzoekt de factoren die bijdragen aan middelengebruik bij jongeren. ‘Die gewoontes dragen weer bij aan het risico op probleemgebruik en verslaving’, zegt hij.

Maakt het uit hoe vroeg je begint met roken of drinken? Ja, zegt psychiater Schellekens. ‘Hoe jonger iemand begint met drinken, hoe groter de kans op een alcoholverslaving. Dat effect wordt met de leeftijd wel kleiner: het verschil tussen op je twintigste of eenentwintigste beginnen met drinken is niet zo groot als met dertien of veertien jaar.’ Het brein dat zich nog moet ontwikkelen is gewoon kwetsbaarder, aldus Schellekens.

Illustratie: Roel Venderbosch

Hij gaat verder: ‘Als het brein rond je vijfentwintigste wat verder uitgerijpt is en je hebt je leven op de rit, dan is de kans dat je alcoholgebruik uit de hand loopt kleiner. Vóór die leeftijd spelen erfelijke factoren een grotere rol. Daarna worden omgeving en ervaringen belangrijker, zoals nare gebeurtenissen of het meemaken van een verlies.’

Veruit de meeste studenten gebruiken nu echter een pilletje of drinken een biertje om sociale redenen, zegt hoogleraar Otten. Dat de grootste groep in de Vox-enquête juist nu veel minder gebruikt, ligt volgens hem daarom ook helemaal in de lijn der verwachting. De kroegen zijn dicht, de feestjes gaan niet door, dus wordt er een stuk minder gedronken, en minder partydrugs als xtc gebruikt.

‘Je hebt een groep die al kwetsbaar wás. Die kwetsbaarheid kan nu groter worden’

En de kleine minderheid dan, die méér gebruikt dan voor de crisis? ‘Ik kan me voorstellen dat studenten die al gewend waren om thuis alleen veel te drinken en drugs te gebruiken, dat nu nog meer doen’, zegt Otten. Hij noemt jongeren die drank of drugs als coping mechanisme gebruiken. ‘Je hebt een groep die al kwetsbaar wás. Die kwetsbaarheid kan nu groter worden. Het is uitermate belangrijk om die groep in beeld te hebben.’

De perfect storm

Maar corona-omstandigheden alleen maken niemand verslaafd. ‘Er is meer voor nodig’, zegt Otten. ‘Zie verslaving een beetje als een perfect storm, waarbij meerdere variabelen, factoren die een risico vormen, op een zeker moment samenkomen.’

Wat maakt die storm? Wat maakt dat de één verslaafd raakt, en de andere niet? ‘Tja, als we dat nu eens zouden weten’, zegt psychiater Schellekens. Bij verslaving spelen biologische, psychologische en sociale factoren allemaal een rol. ‘En elke factor draagt substantieel bij’, zegt de hoogleraar.

‘Zo blijkt uit onderzoek dat erfelijkheid tussen de vijftig en zestig procent bijdraagt aan het risico op het ontwikkelen van een verslaving’, zegt hij. Maar dat kun je niet als een mal op alle verslaafde individuen toepassen. ‘Er zijn heel veel genen die een beetje bijdragen. En per individu ligt het anders. De een heeft die genen niet, maar ontwikkelt een verslaving, bij de ander rammelt het van de verslavingen in de familie en die heeft nergens last van.’

‘Een individueel risicoprofiel opstellen en op basis daarvan voorspellingen doen? Dat kunnen we nog niet’

En soms is het waarschijnlijker dat psychologische factoren of sociale omstandigheden een rol hebben gespeeld, legt Schellekens uit. Of allebei. Sociale factoren als het hebben van prettige vrienden, een leuke relatie of een fijne baan zijn moeilijk in cijfers te vatten, zegt Schellekens. ‘Dat maakt dat verslavingen soms moeilijker te onderzoeken zijn dan allerlei lichamelijke aandoeningen.’

‘Op groepsniveau zijn er wel wat zaken te benoemen die bijdragen aan de kwetsbaarheid voor het ontwikkelen van verslaving’, zegt Schellekens. Zoals die erfelijke factoren, stemmingsklachten of trauma’s. ‘Maar dit vertalen naar een individuele risicoprofiel en op basis daarvan voorspellingen doen, kunnen we nog niet.’

Voorspellen

Hoe kan het dat we eigenlijk nog betrekkelijk weinig weten over verslaving, en voorspellen zo lastig is? Hersenonderzoek naar verslaving is immers al halverwege de jaren negentig begonnen, vertelt gedragswetenschapper Luijten. ‘Maar toen werd er gewerkt met heel kleine groepen proefpersonen, met heel veel tegenstrijdige bevindingen als uitkomst.’

In haar eigen onderzoek naar rookverslaving onder jongeren heeft Luijten de onderzoeksgroep daarom proberen te vergroten. Ze mat de hersenen van honderd jongeren die experimenteerden met roken, de zogenaamde ‘hoge risicojongeren’, en vijftig niet-rokers. Om precies de goede deelnemers te vinden, screende ze alleen al zo’n tienduizend jongeren. ‘Een hel’, lacht Luijten.

‘Studenten hebben nog een heel leven voor zich’

Een verslaafd en niet-verslaafd brein met elkaar vergelijken, bleek nog niet zo gemakkelijk. ‘Veel niet-rokers kunnen dezelfde hersenactiviteit vertonen als de rokers en andersom’, legt Luijten uit. Wél vond ze dat over het algemeen het controlesysteem in de hersenen bij de hoge risicojongeren wat minder actief leek in het brein.

Om het helemaal ingewikkeld te maken, is het soms juist wél beter naar het individu te kijken, zegt Otten. ‘Grote studies naar alcoholgebruik, zoals die van Vox, zijn belangrijk om bepaalde mechanismen te laten zien, maar ze zijn gebaseerd op gemiddelden en zeggen niks over het individu. Eigenlijk wil je weten of juist die ene persoon die sowieso al vaak cocaïne gebruikt, nu meer is gaan gebruiken en waarom.’

Nieuwe voorspellende technieken, zoals machine learning, zullen mogelijk gaan bijdragen aan verslavingsonderzoek, zegt Schellekens. ‘Computers kunnen door machine learning nieuwe wiskundige modellen genereren, die alle voorspellende factoren van een verslaving bij elkaar brengen.’ De techniek is voor de wetenschap vrij nieuw, niet ouder dan tien jaar. Bij het voorspellen van psychoses is de methode al ingezet, maar lang niet altijd bleek die een betere voorspeller dan een arts.

En uiteindelijk moet er voor de behandeling van een verslaving tóch heel goed naar iemands persoonlijke omstandigheden worden gekeken, aldus Schellekens. Wat dat betreft hebben studenten vaak ook een voordeel als ze worden behandeld voor een verslaving, zegt de psychiater. ‘Over het algemeen zijn ze jong, en intelligent. Daar kun je als behandelaar gebruik van maken. Ze hebben nog een heel leven voor zich.’

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!