Zeven jaar na een val van een berg en het verlies van bijna al zijn herinneringen, promoveert sterrenkundige Leon Houben alsnog
-
Leon Houben bij zijn promotie. Foto: Paul Rapp
Als Leon Houben (35) de Aula van de Radboud Universiteit binnenloopt om te promoveren, kan hij dat nauwelijks geloven. Immers, nog maar een paar jaar geleden herkende hij zijn eigen vrienden niet meer. Wie zijn promotiebegeleider is, moest hij online opzoeken. Dat allemaal na een val van 15 meter van een Zwitserse berg.
Hoe heet het gereedschap waar je een schroef mee vastzet? En hoe heet een soort lange auto waarmee mensen tegelijkertijd vervoerd worden? Het zijn dit soort doodsimpele vragen, waar Leon Houben (35) uit Arnhem in 2019 even geen antwoord op heeft. Hij zit op dat moment in het vierde jaar van zijn promotietraject aan de Radboud Universiteit, waar hij onderzoek doet naar onontdekte bronnen van radioflitsen in de ruimte.
Als hij voor zijn grote hobby bergbeklimmen een trip naar Zwitserland maakt, gaat het gruwelijk mis. Met een vriend is hij aan een touw aan het abseilen. Dan valt de bergbeklimmer vijftien meter naar beneden. Vermoedelijk zit het anker, het bevestigingspunt waaraan het touw wordt vastgemaakt, niet goed vast. ‘Ik weet helemaal niets meer van rondom de val zelf, maar wel dat ik een engeltje op mijn schouder heb gehad’, blikt hij er nu op terug.
Herinneringen kwijt
Na de val is hij warrig en kan hij amper lopen. Zijn klimvriend moet hem zelfs naar het toilet dragen. Lichamelijk is hij er wonderbaarlijk snel bovenop, maar er is iets anders dat hem en mensen in zijn omgeving grote zorgen baart. Na een tijdje wordt namelijk duidelijk dat hij een groot deel van zijn kennis en herinneringen aan zijn leven vóór de val kwijt is. Zelfs de vanzelfsprekendste zaken weet hij niet meer. Zwaar hersenletsel, daar moet hij mee leren leven.
De data waar hij zich dan al vier jaar mee bezighoudt voor zijn promotie, is voor hem een compleet onduidelijke brij aan gegevens. Met de software die hij maakte om onderzoek te doen, kan hij niets. Zelfs zijn begeleider, de bekende sterrenkundige Heino Falcke, kent hij eerst niet meer en moet hij online opzoeken. Niemand heeft er nog vertrouwen in dat hij ooit zal promoveren. Hijzelf ook niet.
Maar nu, zeven jaar later, staat hij met een pak aan en een trotse blik in zijn ogen in de Aula van de universiteit om zijn onderzoek te verdedigen. ‘Ik ben in staat om wetenschappelijk onderzoek te doen en er een proefschrift over te schrijven. En daar ben ik fucking trots op’, zegt Houben enthousiast. ‘Veel mensen, inclusief ikzelf, geloofden niet dat dit nog mogelijk was.’
‘Onontdekte flitsen in de Melkweg’
‘Op zoek naar dat wat nooit verloren is gegaan’, is de toepasselijke naam van het proefschrift van Houben. De sterrenkundige vond, in de enorme hoeveelheid aan data van radiotelescoop Eiffelsberg in Duitsland, eerst twee radioflitsen die niet eerder gevonden waren. ‘Een daarvan komt uit ons eigen melkwegstelsel en is waarschijnlijk een pulsar – een snel ronddraaiende neutronenster. Die andere komt van daarbuiten en is vermoedelijk een ‘fast radio burst’ – een snelle radioflits. Daarvan weten we nog niet precies wat ze veroorzaakt.’ Met zelfontwikkelde software filterde hij ruis uit de data, die bijvoorbeeld ontstond door mobiele telefoons en radarsystemen.
Met de software vond hij ook zwakkere radioflitsen binnen de Melkweg, waar nog geen verklaring voor is. ‘Dat maakte me nieuwsgierig. Wat zijn dat voor flitsen? We kunnen niet met zekerheid zeggen dat ze een astrofysische oorsprong hebben. Met statistische berekeningen heb ik aan kunnen tonen dat in ieder geval een deel van die flitsjes van echte, nog onontdekte bronnen komen. Dat is tof, want dat betekent dat er nog veel meer te ontdekken valt in onze eigen Melkweg.’
Dat hij hier staat als promovendus in de sterrenkunde, is een lange weg geweest. Hij begint na zijn ongeluk vrijwel vanaf nul. Met zijn begeleider gaat hij terug naar de archieven om zijn oude data te bekijken. Veel moet hij opnieuw leren. De software die hij eerder ontwikkelde om onderzoek te doen, maakt hij opnieuw om te leren hoe die werkt.
Zelf gelooft hij dat zijn herinneringen nog ergens in zijn brein zitten, maar dat hij ze niet meer kan bereiken. ‘Soms kwamen er sporadisch dingen terug die ik van vroeger nog wist.’
Niet alles is dus verloren gegaan. Zoals zijn passie voor het doen van onderzoek. Het kost hem bloed, zweet en tranen om dat weer te doen. ‘Maar ik merkte dat ik er ook weer enthousiast van werd, net als vroeger.’
‘Dit was me anders nooit opgevallen’
Wonder boven wonder lukt het hem om zijn promotie af te ronden. Hij doet zelfs ontdekkingen waar hij zonder hersenletsel nooit op was gekomen.
‘In mijn privéleven vroeg ik me continu af waarom dingen gebeuren zoals ze gebeuren. Dat deed ik ook voor mijn promotie. Als ik dat niet had gedaan, was me nooit opgevallen dat er in mijn data meer zwakkere flitsjes uit de Melkweg komen dan daarbuiten.’
Ook privé leert hij veel opnieuw. Hij gaat weer bergbeklimmen, al is dat niet meer op zo’n hoog niveau als voor zijn val. ‘De eerste keer dat ik er weer mee begon, was zeer emotioneel. Mijn lichaam wist precies wat het moest doen, terwijl ik zelf geen idee had waarom ik die dingen deed. Dat was heel vreemd.’
Vloek en een zegen
Sommige vrienden moet hij opnieuw leren kennen na de val. En als familieleden of vrienden het hebben over vakanties van vroeger of over liedjes die hij mooi vond, neemt hij dat maar voor waar aan. ‘Als het gaat om jeugdsentiment, weet ik daar weinig van. Dan geloof ik ze op hun blauwe ogen’, zegt hij. ‘Het hersenletsel is een vloek en een zegen tegelijkertijd. Het gekke eraan is: je wéét niet wat je vroeger wel wist.’
Hij is na de val een nieuw leven begonnen. Houben is zich meer en meer gaan verdiepen in kunst en runt een kunst- en wetenschapsstudio, Studio Synergy. Via kunstinstallaties en ervaringen wil hij droge theoretische uitleg begrijpelijk maken.
Pas nu hij is gepromoveerd in de sterrenkunde, kan hij zijn ‘oude’ leven pas écht afsluiten.
Kunstwerk
In de Aula onthult hij een nieuw kunstwerk om dat te symboliseren: een grote versie van zijn proefschrift, met alle tekst verkleind naar een voor het oog nauwelijks leesbaar lettertype. Het grote boek lijkt van een afstand helemaal wit.
Ook wisselt hij zijn nette pak om voor een volledig witte outfit. Op blote voeten staat hij in de zaal, om de start van zijn nieuwe leven aan te kondigen.
‘Hier ben ik.’
‘Wat ben ik trots op je’, klinkt het onder aanwezigen die hem na afloop een knuffel geven. Begeleider Falcke reageert vol bewondering en is ‘ongelooflijk trots’, vertelt hij. ‘Je bent met zoveel energie en liefde weer begonnen met wat je deed. En uiteindelijk is het je toch gelukt. Het was een eer je hierin te begeleiden.’
Dit artikel van Mitchel Suijkerbuijk stond eerder in De Gelderlander.