Zomerinterview (3): ambassadeur Ardi Stoios-Braken in Pakistan

06-07-2018

Ardi Stoios-Braken (52) studeerde bestuurskunde en ontwikkelingsstudies in Nijmegen. Sinds september is ze de Nederlandse ambassadeur in Pakistan. Een vrouw alleen – haar gezin bleef thuis – in een conservatieve islamitische republiek waar moord en verdwijning aan de orde van de dag zijn. Hoe is dat? Mee op werkbezoek naar de gevaarlijkste stad ter wereld.

‘Aan de geur van Karachi zou ik niet kunnen wennen.’ Ardi Stoios-Braken kijkt uit het raam van haar gepantserde auto. Buffels langs de weg. Ze staan tot hun buik in het water van een kanaal waar de riolering op uitkomt. Bergen afval vormen de oever. Kinderen struinen over de stinkende hopen, op zoek naar iets van waarde.

‘Ik heb me hier nog nooit bang gevoeld’

Het verkeer in deze havenstad, met meer dan twintig miljoen – veelal zeer arme – inwoners, is een complete chaos. Riksja’s, bussen, brommers en ezelkarren sjezen in rijen van minstens vijf, soms tien, langs elkaar. Politieagenten die uit de open auto vóór ons hangen, maken met wilde gebaren en de loop van hun geweer duidelijk dat iedereen aan de kant moet. Deze mannen met volle baarden en zwarte doeken over het hoofd vormen onze escorte. Zij moeten ervoor zorgen dat de Nederlandse ambassadeur veilig op haar volgende afspraak aankomt. De Engelse krant The Independent riep Karachi vorig jaar uit tot de gevaarlijkste stad ter wereld. Heel Pakistan kampt met een slecht imago – voor het onherbergzame grensgebied met Afghanistan geldt een negatief reisadvies vanwege de Taliban en Al-Qaida. Terrorisme, moord, verdwijning en verkrachting vullen met grote regelmaat de kolommen van de nationale kranten.

Op de achterbank stift Stoios-Braken nog even snel haar lippen. Een ontmoeting met de gouverneur van de provincie Sindh staat op het programma en ze ziet er onberispelijk uit. Kleurrijke jurk tot op de enkels, het lange haar samengebonden in een paardenstaart. Nee, geen hoofddoek.

De ontvangst is in zijn residentie, een paleisachtig gebouw waar ooit de eerste gouverneur en oprichter van Pakistan, Mohammad Ali Jinnah (een pacifist), woonde. Bedienden in strak-witte uniforms serveren koffie en hapjes, de gouverneur zelf zakt in een lederen zetel en deelt Stoios-Braken beleefd mee dat hij vereerd is haar te ontvangen. Ze is nu acht maanden ambassadeur in Pakistan, het kwam er niet eerder van elkaar te ontmoeten. ‘Voor deze regio is hij een belangrijke man’, licht ze toe.

Bij de gouverneur. Foto: Annemarie Haverkamp

Net zoals zij voor deze regio een belangrijke vrouw is. Karachi mag dan stinken, het heeft een grote internationale haven en vormt de toegang over zee tot Azië. En wie water zegt, zegt Nederland. ‘Voor de maritieme sector is Karachi heel interessant. Verschillende bedrijven met kennis van water zijn hier al actief.’ Nederland is een van de grootste Europese handelspartners van Pakistan. Friesland Campina zit er al en de eerste vestiging van de Spar in Karachi is een feit.

Tijdens haar koffiemoment met de gouverneur vraagt ze hem uitdrukkelijk ook aan Nederland te denken waar het gaat om samenwerking in de landbouw. ‘Bloembollen, aardappelen … dat kunnen wij allemaal.’

Koningsdag

Een avond eerder vloog Ardi Stoios-Braken vanuit haar woonplaats Islamabad met tien kilo Beemster-kaas onder de arm naar de kust. Ze is in Karachi voor een werkbezoek van drie dagen. Een van de hoogtepunten is de viering van Koningsdag op 9 mei. De Nederlandse koning is dan al een tijdje jarig geweest, maar welke Pakistani heeft Willem-Alexander op zijn verjaardagskalender staan? Ruim tweehonderd genodigden worden verwacht. Het zijn zakenrelaties, ngo’s en de handvol Nederlanders die in Karachi wonen; mensen die de ambassadeur moet kennen om de Nederlandse belangen te kunnen behartigen. De gastvrouw hoeft de kaas niet zelf in blokjes te snijden, dat doen de koks van het hotel waar de receptie wordt gehouden – uiteraard nadat de kaas is gescreend. Alles wat hier bij bedrijven of hotels wordt binnengedragen, gaat eerst door de scanner. Telkens nadat de ambassadeur na een afspraak bij het Marriott hotel arriveert, wordt de onderkant van de auto gecontroleerd op explosieven en besnuffelen honden het voertuig.

‘Ik houd me er niet erg mee bezig’, zegt Stoios-Braken over de intensieve veiligheidsmaatregelen. ‘We hebben er op de ambassade een speciaal team voor.’ Voor zij ergens op bezoek gaat, is al uitgezocht of de trip wel verantwoord is. Zijn er spanningen in het gebied of de wijk, dan gaat ze niet. Vaker nog krijgt ze helemaal geen toestemming van de autoriteiten. ‘Ik heb me hier nog nooit bang gevoeld.’

Karachi. Foto: Annemarie Haverkamp

Wel beperkt de situatie in Pakistan haar vrijheid. Alleen binnen de muren van de compound waar ze sinds september woont, kan ze vrolijk rondfietsen. Daarbuiten is ze aangewezen op een auto met chauffeur. Zelf rijden verbiedt het veiligheidsprotocol. ‘Een Amerikaanse diplomaat heeft hier onlangs een ongeluk veroorzaakt. Heel triest, er viel een dode bij. De Amerikaan heeft zich daarmee de woede van de bevolking op de hals gehaald. Nu wordt hij het land uitgezet.’

Dat ze als vrouw alleen over straat zou lopen, is uitgesloten. In het straatbeeld zijn vrouwen zeldzaam. Als ze al worden gespot, zijn ze veelal gesluierd. Des te opmerkelijker is het dat het ministerie van Buitenlandse Zaken voor de post Pakistan een vrouw heeft afgevaardigd.

‘Meestal ben ik de enige vrouw in een gezelschap’

‘Dat is een bewuste keuze’, vertelt Stoios-Braken als we na het onderhoud met de gouverneur een rondleiding krijgen door zijn historische residentie. ‘Buitenlandse Zaken heeft nu meer dan 30 procent vrouwelijke topdiplomaten en wil naar fiftyfifty.’ Daarnaast wil Nederland een voorbeeld stellen door zich in het buitenland te laten vertegenwoordigen door vrouwen.

Of dat werkt? Stoios-Braken denkt van wel. ‘Meestal ben ik de enige vrouw in een gezelschap. Ik probeer daar dan met een grapje aandacht voor te vragen.’

Diezelfde middag zit ze inderdaad tussen elf mannelijke Pakistaanse hoogwaardigheidsbekleders op een persconferentie over een landbouwbeurs, waar ook Nederlandse bedrijven zich zullen presenteren. ‘Good afternoon, dear ladies and (ze kijkt lachend de zaal rond) foremost gentlemen’, begint Hare Excellentie haar speech als het gezongen gebed en het volkslied achter de rug zijn. Minstens twintig televisiecamera’s zoomen op haar in.

Vrouwennetwerk. Foto: Annemarie Haverkamp

Het gegeven dat vrouwen vrijwel ontbreken op de arbeidsmarkt van Pakistan, is een gigantisch probleem. ‘Het grootste deel zit thuis. Je gunt die vrouwen een beter leven, maar de inclusie van vrouwen is ook een voorwaarde om de economie te doen slagen’, legt ze uit. Die economie groeit momenteel, maar met zo’n groot deel van de bevolking dat geen bijdrage levert, stokt de ontwikkeling.

Pakistan behoort tot de landen met het hoogste percentage ongeletterdheid ter wereld: 45 procent kan niet lezen of schrijven, bij vrouwen gaat het om 58 procent (cijfers: 2012). Ouders zien hun dochter liever trouwen dan naar school gaan. En als families een schoolcarrière wel toejuichen, vormt het transport een drempel. Hoe komen de meisjes veilig op school? Seksueel geweld is aan de orde van de dag en ouders durven hun dochters simpelweg de straat niet op te laten gaan. Hetzelfde probleem geldt als afgestudeerde meisjes willen gaan werken. Stoios-Braken: ‘Voor vrouwen die de universiteit hebben afgerond, is het geen vanzelfsprekendheid dat ze blijven werken na hun huwelijk.’ Op de Global Gender Gap Index van het World Economic Forum, dat inzicht biedt in de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in 144 landen, prijkt Pakistan op plek 143.

De onvermijdelijke vraag dringt zich op: wat zoekt deze geëmancipeerde vrouw uit Brabant in de conservatieve islamitische republiek Pakistan?

Eenzaam

In een ruimte achter een imposant hekwerk zitten negentien vrouwen om een vergadertafel. Alle ogen zijn gericht op de ambassadeur. ‘Ik groeide op in een klein dorpje’, vertelt zij. ‘Mijn moeder was huisvrouw en poetste huizen van anderen. Soms ging ik haar na school ophalen. Ze werd niet altijd goed behandeld. Ik herinner me dat een van haar bazen mij eens uitlachte omdat ik een plaatselijk accent had, dat vond ik zó onrechtvaardig. Die ervaring werd mijn drive om te laten zien: wat jij kan, kan ik ook.’

Instemmend geknik aan de tafel. De toehoorders vormen een netwerk van Pakistaanse vrouwen die hun stem laten horen. Het zijn mensenrechtenactivisten, journalisten, gezondheidswerkers en ondernemers met een en dezelfde missie: vrouwen laten meetellen. Stoios-Braken steekt ze een hart onder de riem. Geld uitdelen om hun initiatieven te ondersteunen, kan ze niet, want de vroegere ontwikkelingshulp bestaat nauwelijks nog. Het beleid is nu de bevolking te stimuleren zelfredzaam te zijn. From aid, to trade.

Als de gepantserde wagen zich opnieuw in de toeterende verkeerschaos stort, herhaalt de ambassadeur dat in het Brabantse Liempde de kiem van haar strijd tegen onrechtvaardigheid werd gelegd. ‘Iets idealistisch heb ik wel, ja. Dat je omkijkt naar je medemens en dat je moet proberen binnen je eigen kunnen de wereld een beetje beter te maken, daar geloof ik in.’

In Karachi. Foto: Annemarie Haverkamp

Ze was de eerste en enige in het gezin met vier kinderen die ging studeren. Het werd Nijmegen – voor een meisje uit een klein dorp een hele stap. Stoios-Braken koos voor bestuurskunde en ontwikkelingsstudies. Ze volgde vakken bij iconische docenten als Gerrit Huizer en Leon Wecke. Nijmegen was in de jaren negentig een links bolwerk. ‘Ik was actief bij de jonge socialisten.’

In Leiden volgde ze het vak niet-westerse bestuurskunde. Daar kwam ze in aanraking met internationalisering. Via een stage in India kreeg ze een tijdelijke aanstelling bij Buitenlandse Zaken. Later volgde ze het ‘diplomatenklasje’. Intussen had ze op vakantie in Australië haar man Wayne leren kennen (een klassieker: hij was de reisleider). Samen met hem woonde ze in Thailand, Zwitserland, Albanië en Zambia. Twee kinderen kregen ze: Jasmin (17) en Tom (14). Heel bewust volgden ze háár carrière, echtgenoot Wayne werd huisvader.

‘Water zit al niet meer in de grond, terwijl de bevolking blijft groeien’

‘We woonden vier jaar in Nederland toen ik werd gevraagd om ambassadeur in Pakistan te worden’, vertelt ze. ‘Ik had al eerder aangegeven dat ik klaar was voor een volgende stap in mijn loopbaan. Opeens was het zo ver.’

Maar over Pakistan moest ze wel even nadenken. ‘We hebben het als gezin met elkaar besproken. Pakistan is geen land voor kinderen van deze leeftijd, ze kunnen zich hier niet in vrijheid bewegen, het sociale verkeer is zeer beperkt en er is weinig vertier. Mijn zoon had er duidelijk geen zin in. We besloten dat het beter was dat ik alleen zou gaan.’

Was nee zeggen ook een optie? ‘Niet echt, ik wilde graag ambassadeur worden en de kans deed zich voor. De aanstelling is hier maar voor twee jaar, een afzienbare periode. Thuis was ik ook vaak pas om zeven uur thuis, dus de kinderen waren gewend dat ik er niet was. Als er echt iets is, hebben we direct contact. Elke twee maanden zien we elkaar.’

Het eerste jaar zit er bijna op en is voorbijgevlogen, zegt ze. Maar waar ze tijdens werkbezoeken als deze elk uur een nieuwe afspraak heeft, zijn de weekends in Islamabad veelal leeg. ‘Dat is soms best eenzaam.’

Karachi. Foto: Annemarie Haverkamp

Toch heeft ze het ervoor over. De Pakistani zijn enorm veerkrachtig, is haar ervaring en ze gelooft erin dat het land zich uiteindelijk zal ontwikkelen in de goede richting. ‘Als wij daar ook maar een kleine rol in kunnen spelen, geeft dat mij veel voldoening.’ Nederland heeft bovendien niet voor niets een ambassade in Pakistan. ‘Dingen die in deze regio gebeuren, hebben gevolgen voor Nederland. Denk aan de narcoticaproductie, mensensmokkel … En doen we hier niets aan watermanagement, dan wordt dit land op den duur niet meer leefbaar en krijg je klimaatvluchtelingen. ‘Vorige week was het in de provincie Sindh meer dan vijftig graden, de hoogste temperatuur ooit in april ergens ter wereld gemeten. Water zit al niet meer in de grond, terwijl de bevolking blijft groeien.’

Wat betreft terroristische aanslagen is het al een tijdje rustig in het land. Dat komt de handel ten goede, want ondernemers gaan enorm gebukt onder het slechte imago. ‘Ik vertel ze altijd dat ze ook werk moeten maken van de inclusie van vrouwen, omdat buitenlandse partijen geen zaken willen doen met een land dat vrouwen onderdrukt. Dat stimuleert wel.’

Transgenders

Bij terugkomst in het hotel wacht een groep transgenders en homoseksuelen voor een ontmoeting. Juist deze week heeft het parlement een historische wet aangenomen die de basisrechten van transgenders garandeert. Transseksualiteit kent een lange traditie in Pakistan, transgenders zingen en dansen op bruiloften. In de praktijk van alledag zijn ze hun leven echter niet zeker. De jongeren hebben een voorlichtingsfilmpje gemaakt dat ze de ambassadeur willen laten zien. De nieuwe wet is één ding. Ze geven aan dat er in de praktijk nog een hoop moet gebeuren willen ze daadwerkelijk worden geaccepteerd.

‘Kom vanavond naar onze Koningsdag-receptie’, besluit de ambassadeur het korte onderhoud. Ze moet zich snel omkleden om op tijd op het oranje feestje te zijn. Door de transgenders uit te nodigen, kan ze laten zien dat Nederland de mensenrechten hoog in het vaandel heeft staan.

In een oranje jas, gemaakt van Pakistaans geweven textiel, ontvangt ze even later alle gasten persoonlijk. Een collega speldt de bezoekers rood-wit-blauwe buttons op met de tekst Keep in touch with the Dutch. De Beemster-kaas levert goedkeurende blikken op van kauwende Pakistani. Mannelijke Pakistani, welteverstaan. Ook hier zijn de vrouwen op twee handen te tellen. Ardi Stoios-Braken gooit er in haar speech maar weer een subtiel grapje tegenaan.

Dit artikel verscheen ook in Radboud Magazine

4 reacties

  1. Take Marifat schreef op 7 juli 2018 om 08:46

    Waarom stelselmatig een uitsluitend negatief beeld schetsen van islamitische landen als Pakistan, Iran, Irak, Soedan en Afghanistan?
    Is Nijmegen zo geweldig? In deze stad lopen linkse activisten, linkse journalisten, socialisten, integere bestuurders, joden en moslims, mensen met (deels) “allochtone” genen, en mensen met een verstandelijke beperking, een langdurige fysieke aandoening of een psychiatrisch etiket groot gevaar. Nijmegen is in naam “links” – om een mist te creëren in de Nederlandse media -, maar in de praktijk ultrarechts, al vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw. Welke NSB’ers, SS’ers en andere fascisten vonden hier niet allemaal een veilig onderkomen?

    • Dave schreef op 1 november 2018 om 16:38

      Goede vraag wel van Take. Ben heel benieuwd of onze ambassadeur in Pakistan daar een antwoord op heeft.

  2. Marleen van Velzen schreef op 12 november 2018 om 20:30

    We kunnen het natuurlijk over vreselijke toestanden in Nijmegen hebben, waar de mensen blijkbaar het leven niet zeker zijn…… Maar na alle berichten vorige week over de reactie van de Pakistaanse bevolking op de vrijspraak van Asia Bibi, denk ik dat in Pakistan de problemen net iets groter zijn

  3. En weer aangifte tegen Geert Wilders PVV wegens haatzaaien !!! « Debat in de Digitale Hofstad schreef op 15 november 2018 om 12:11

    […] woont, zonder haar gezin, in Islamabad. In een interview met Vox magazine afgelopen zomer zei zij daarover: ‘We hebben het als gezin met elkaar besproken. Pakistan is geen […]

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands