Zomerinterview (4): Voor Jordy Davelaar was ‘the sky the limit’, tot hij kanker kreeg

26 jul 2021

Sterrenkundige Jordy Davelaar was net aan zijn droombaan in New York begonnen toen hij te horen kreeg dat hij kanker had. Na een zware revalidatie krabbelt hij nu weer uit het dal en droomt hij van een terugkeer naar 'the city that never sleeps'.

Wat doe je als je net te horen hebt gekregen dat je kanker hebt, maar nog niet weet welk type? Jordy Davelaar (29) begon wild te googelen. ‘En toen ik daarmee klaar was, had ik een lijstje van soorten kanker die ik had kunnen hebben, met bijbehorende overlevingskansen, variërend van 30 tot 90 procent.’

Astrofysicus Davelaar is een man van cijfers. Tot op zekere hoogte benadert hij zijn ziekte als een wetenschapper. ‘Als je ziek wordt gaat het over kansen en verwachtingen. Ik projecteer die op mezelf. Ik heb heel goed door wat mijn kansen zijn – er zijn geen garanties. Ik kijk daar rationeel naar.’

‘Kanker is een dom kansspelletje’

Dat hij uiteindelijk een zeldzame vorm van kiemcelkanker bleek te hebben kun je natuurlijk geen geluk noemen. Maar het was, naar omstandigheden, niet het slechtste scenario, vertelt hij op een terras aan het Joris Ivensplein. ‘Mijn vorm van kanker is relatief goed behandelbaar met chemotherapie. Zo’n 70 procent van de mensen bij wie deze kanker in dit stadium wordt ontdekt, leeft na vijf jaar nog. Het glas is meer dan half vol. Als ik een verkeerd type had gehad, was het misschien wel meteen klaar geweest.’ Waar kiemcelkanker zich bij mannen meestal in de teelballen nestelt, groeide er bij Davelaar een tumor achter zijn borst.

Percentages zijn percentages, weet Davelaar als geen ander. Kanker geeft geen garanties. ‘Ik had pech om deze ziekte op mijn leeftijd te krijgen. De kans om onder een bus te belanden, is waarschijnlijk groter. Nu moet ik geluk hebben om de ziekte te overleven. Mijn lichaam moet op de goede manier reageren op de ziekte en de behandeling, dat is een kwestie van de juiste genen hebben. Kanker is een dom kansspelletje.’

Nog tijdens het gesprek met Davelaar, een uur later, probeert de bestuurder van een personenauto de Lange Hezelstraat op te draaien. Wat volgt is een luide knal, die over het Joris Ivensplein galmt. Een bus ramde de auto van opzij. ‘Zie je wel’, zegt Davelaar. ‘De kans om onder een bus te komen is veel groter.’

Ongeïdentificeerde massa

De eerste symptomen van zijn ziekte kreeg Davelaar in oktober vorig jaar. Hij was toen net verhuisd naar New York en begonnen als onderzoeker aan Columbia University en het prestigieuze Flatiron Instituut – een droombaan.

Als promovendus in Nijmegen profileerde Davelaar zich al als wetenschapstalent. Hij werd lid van het internationale Event Horizon Telescope-team dat in 2019 wereldwijd de headlines haalde met de eerste foto van een zwart gat. Op individueel vlak baarde de jonge sterrenkundige opzien met het maken van een virtual reality-simulatie, waarin een zwarte gat van dichtbij kan worden bekeken.

Zijn prestaties bleven niet onopgemerkt. Elsevier Weekblad zette Davelaar vorig jaar in een rijtje van dertig grootste talenten in politiek, wetenschap, cultuur, sport en bedrijfsleven. De uitdrukking the sky is the limit leek speciaal voor de sterrenkundige bedacht.

Na zijn promotie in Nijmegen, stak Davelaar de Atlantische Oceaan over. ‘Ik ben van kinds af aan al gefascineerd door Amerika. New York kende ik al – tijdens mijn promotie heb ik er een halfjaar gewoond. De grootsheid, de mensen, al die culturen die er samenkomen.’ Op vrije middagen wandelde hij graag de stad in, zonder specifieke bestemming, vaak eindigend op een bankje met een kop Starbucks-koffie.

Jordy Davelaar. Foto: Duncan de Fey

In die periode kreeg hij dus last van mysterieuze klachten, die een voorbode bleken voor de ellende die hem nog te wachten stond. ‘Een stevige verkoudheid, wat dik opgezette klieren en het vasthouden van vocht in mijn nek. Dat laatste zullen wel opgezette lymfeklieren zijn door een infectie, misschien een virus, of het resultaat zijn van mijn vlucht, dacht ik.’ Langzaam trokken de klachten weer weg. Davelaar stortte zich in het New Yorkse leven, voor zover mogelijk in tijden van een pandemie.

Maar in december kwamen de klachten terug, heviger dan voorheen. Om Kerst te vieren met zijn familie, en om een lange coronawinter in New York te ontvluchten, was Davelaar tijdelijk terug in Nederland. Thuis in Nijmegen kreeg zijn vriendin argwaan: ‘Dit is niet goed’, zei ze. ‘Jij gaat een afspraak maken met de huisarts.’

Die maakte zich niet direct zorgen. ‘Logisch ook’, blikt Davelaar terug. ‘Je krijgt een jonge gozer tegenover je, die nooit drugs gebruikt heeft en veel sport. Wie denkt er dan meteen aan kanker?’ Na een echo van de nek werd de arts toch zenuwachtig. De stemming sloeg om. ‘Binnen drie dagen moest ik me melden in het CWZ voor een bloedtest, een röntgenfoto en een gesprek met de internist. “We denken aan kanker”, zei de huisarts.’

‘Je weet dat het fout is, maar hoe fout?’

Die foto liet weinig ruimte voor optimisme. Waar de longen normaal recht naar beneden lopen, werden die van Davelaar een stuk aan de kant geduwd. Daar zat duidelijk iets wat er niet hoorde te zitten. Halsoverkop werd er een CT-scan gemaakt en die toonde een ongeïdentificeerde massa. ‘Wat dat precies was, wisten ze nog niet, maar het was duidelijk dat het fout was’, zegt Davelaar.

Hij werd opgenomen in het CWZ. Een biopsie (microscopisch onderzoek van weefsel) moest gaan uitwijzen wat voor tumor zich in Davelaars lijf had genesteld. De uitslag daarvan liet een lang weekend op zich wachten. ‘Dat was het allermoeilijkste. Je weet dat het fout is, maar hoe fout? Welk type kanker heb ik? Is het behandelbaar? Waar zit het nog meer? Mijn hele wereld stond op zijn kop.’

Hoe hij zich daar in het CWZ voelde, tussen hoop en vrees, kan hij moeilijk omschrijven. ‘Dat moet je zelf meegemaakt hebben, denk ik. Ik lag mezelf op te vreten in dat ziekenhuis. Door corona mocht er bovendien maar één persoon per dag op bezoek komen. Elke keer als er een arts binnenkwam, dacht ik: nu krijg ik de uitslag te horen. Maar steeds weer hadden ze langer nodig.’

Ondertussen kon Davelaar in zijn patiëntendossier al lezen aan welke vormen van kanker er werd gedacht. En toen begon dus zijn zoektocht op internet, werden er lijstjes gemaakt met overlevingspercentages erachter. ‘Ik had mijn eigen ranglijst: dit hoop ik dat het is, en dit moet het absoluut niet zijn.’

Sterk spul

Af en toe tilt Davelaar zijn New York Yankees-petje van zijn hoofd en strijkt hij met zijn hand over zijn hoofd. Zijn haren beginnen weer terug te groeien. Vroeger had hij halflang, krullend haar. Om het moment vóór te zijn dat de haren uit zijn hoofd zouden vallen, ging de tondeuse eroverheen.

‘Mensen zeiden altijd dat ik op Guus Meeuwis leek. Nadat ik me kaal had geschoren, bleek ik toch meer weg te hebben van Philippe Geubels.’ Wel zo toepasselijk, zegt Davelaar zelf, over zijn gelijkenis met de Vlaamse komiek. Humor is voor Davelaar een manier om met het leven om te gaan. ‘Die mentaliteit heb ik van mijn ouders meegekregen. Zolang jij nog grapjes maakt, zeiden zij, gaat het goed met je.’

Ook als je kanker hebt, moet het leven niet te serieus worden, vindt Davelaar. En zo kwam het dat hij samen met zijn Brabantse kamergenoot in het Radboudumc de afdeling op stelten zette tijdens carnaval. ‘Slingers, ballonnen, we hadden de hele kamer omgebouwd. Daar hebben ze het nog dagen lang over gehad. Dat soort dingen helpen om de situatie draaglijker te maken.’

Jordy Davelaar. Foto: Duncan de Fey

Ondertussen merkte Davelaar wat voor effect chemotherapie kan hebben. ‘Nadat ik overgebracht was naar het Radboud, wilden de artsen zo snel mogelijk beginnen met de kuur. Je kunt er snel van opknappen, zeiden ze.’ En dat is precies wat Davelaar ondervond. Na twee dagen voelde hij zich al beter. ‘Die vochtophopingen in mijn gezicht verdwenen, ik begon beter te slapen, had minder last van nek. Een verpleegkundige kwam na het weekend kijken en zei: wat heb jij gedaan, joh? Sterk spul hè?’

Het proces dat Davelaar te wachten stond, bestond uit vier rondes van steeds drie weken. Een ronde begon steeds met vijf nachten ziekenhuis, waarin hij non-stop aan het infuus lag voor de chemotherapie. De rest van de week was hij thuis, waar zijn vriendin hem verzorgde, die net als Davelaar sterrenkundige is, en aan de Radboud Universiteit een promotietraject volgt.

‘Mijn leven gaat steeds weer wat verder open’

‘Het was zwaar’, zegt Davelaar. ‘Je lijf breekt continu van alles af, terwijl je eigenlijk alleen die tumor wil aanpakken. Je lichaam wordt in de fik gezet. Dat is enorm vermoeiend. Ik sliep meer dan 12 uur per dag, weken achter elkaar.’ Toch viel de kuur uiteindelijk mee – Davelaar had zich voorbereid op erger. ‘Het klassieke beeld van chemotherapie is dat je continu boven de wc hangt. Daar had ik gelukkig geen last van.’

Tijdens de chemotherapie krabbelde Davelaar op, ook op mentaal vlak. ‘Het voelde alsof ik de regie weer terugkreeg, zo voelde dat. Door zo goed mogelijk te eten, te slapen en genoeg te bewegen, vergroot je de kans op een succesvolle behandeling. Je hoort de arts hoop uitspreken en je gaat als patiënt naar die hoop leven.’

Het moment waar hij naartoe leefde, was een nieuwe CT-scan, in mei. Dat zou het moment zijn waarop hij verlossend nieuws zou kunnen krijgen over de effectiviteit van de chemokuur. ‘Ik kreeg heel goed nieuws. Mijn lever is schoon. Het grote gezwel onder mijn borstkas is in twee delen uit elkaar gevallen en gekrompen. De verwachting is dat het lichaam dat dode materiaal zelf nog moet opruimen. Dat heeft tijd nodig.’

Rustiger vaarwater

Na de rollercoaster van het afgelopen halfjaar is Davelaar nu in rustiger vaarwater beland. Ook dat is even wennen. ‘Ik onderzoek zwarte gaten, en hier kwam ik er zelf een tegen.’ De artsen hopen dat hij geen nieuwe behandelingen nodig heeft, al is dat nog niet zeker. Pas in september staat er een nieuwe scan in de agenda.

‘Ik werk weer halve dagen, dat probeer ik althans. Daarnaast ben ik veel aan het sporten: hardlopen, zwemmen, wandelen. Ik probeer mijn conditie weer op te bouwen. Ik heb mijn vaccinaties tegen corona gehad. Mijn leven gaat steeds weer wat verder open.’ Lachend: ‘Mijn chemotherapie viel samen met de lockdown, dus ik heb gelukkig niet zoveel gemist.’

Ook Davelaar kent de verhalen van mensen die de dood in de ogen hebben gekeken, en daarna hun leven radicaal omgooien, bijvoorbeeld door hun baan op te zeggen, of minder te gaan werken. Die reflex heeft Davelaar bij zichzelf nog niet bemerkt. ‘Ik werkte sowieso al geen tachtig uur per week, ik probeer niet mee te gaan in de gekte van overwerken in de wetenschap. Ik heb ook nog een leven daarnaast.’

Tegelijkertijd dringt het besef over wat er de afgelopen maanden is gebeurd, nog maar langzaam bij hem binnen. ‘Omdat ik zo geleefd ben, heb ik nog niet echt de tijd gehad om terug te kijken op wat me allemaal overkomen is. Die tijd heb ik me nog niet gegund, ook omdat ik nog in het traject zit. Veel seinen staan op groen, maar ik ben er nog niet.’

De hoop is dat Davelaar is het najaar weer terug kan naar New York. ‘Daar droom ik van. Letterlijk.’

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!