De aanslag op de universiteiten steunde op een draagvlak dat nog steeds aanwezig is
-
Willem Halffman. Foto: Dick van Aalst
COLUMN - Waarom, vraagt columnist Willen Halffman zich af, moest er zo nodig bezuinigd worden op de universiteiten? 'Daar ligt nu onze grote uitdaging: hoe maken we van onze universiteiten instellingen die op trots van de samenleving kunnen rekenen?'
Het nieuwe kabinet zegt de bezuinigingen op onderwijs en wetenschappen terug te draaien. Het zal nog even duren voordat de schade is hersteld, maar we hebben dus al die tijd niet voor niets staan demonstreren. Wie het tot nu toe heeft overleefd, komt er misschien met de schrik vanaf.
Maar nu moeten we ons afvragen hoe deze budgettaire aanslag mogelijk was. Hoe ontstond een politieke meerderheid die wilde snoeien ter omvang van een complete universiteit?
Allerlei verklaringen gaan rond en misschien hebben ze allemaal een stukje van de puzzel. Er is het elite-argument: te veel burgers zien de universiteit niet meer als een collectief goed, maar als een banenmachine voor de bovenklasse, met ver-van-mijn bed onderzoek, soms zelfs ten dienste van roofzuchtige bedrijven of moordende regimes.
Een andere theorie vertrekt bij revanchisme tegen slecht nieuws over stikstof, klimaat, discriminatie of imperialisme. De universiteit moet de mond worden gesnoerd zodat een etnonationalistisch ‘wij’ ongestoord kan blijven barbecueën, met een knietje naar vervelende feiten geframed als ‘links’.
Een derde redenering wijst op internationalisering: burgers die niet begrijpen waarom hun belastinggeld wordt ingezet voor rondtrekkende onderwijsconsumenten en expats. Die zouden goed zijn voor de economie, maar voor een betere baan zijn ze zó weer vertrokken en veel burgers komen ze niet tegen in hun verenigingsleven.
Dan is er nog de redenering dat universiteiten niet zouden aansluiten bij andere dringende prioriteiten, zoals de arbeidsmarkt of onze verdediging tegen agressieve totalitaire regimes. Nog een pijnlijke redenering: men bezuinigt omdat er nu eenmaal minder studenten komen, door demografische ontwikkeling, dalende gastvrijheid voor buitenlandse studenten en wellicht ook diploma-inflatie (te veel investering en studieschuld voor te weinig inkomensgarantie).
Of misschien zitten ze er allemaal ook een beetje naast. Dat de budgettaire aanslag ontstond door een toevallig gebrek aan onderwijspartijen in het kabinet Schoof, lijkt me in ieder geval geen geruststellende verklaring. De aanslag op de universiteiten steunde op een politiek en retorisch draagvlak dat nog steeds aanwezig is, met redeneringen die misschien niet altijd steekhouden, soms zelfs kwaadaardig zijn, maar vaak ook best begrijpelijk.
Daar ligt nu onze grote uitdaging: hoe maken we van onze universiteiten instellingen die op breed gedeeld vertrouwen, steun en zelfs trots van de samenleving kunnen rekenen?
Doen alsof er niets is gebeurd, is in ieder geval geen optie.
Lees alle columns van Willem Halffman