Lelijk

16 jun 2021

Adriaan Duiveman Adriaan Duiveman is historicus en doet promotie-onderzoek bij Nederlandse Taal en Cultuur. Hij schrijft over zijn ervaringen als promovendus aan de Radboud Universiteit. Bekijk alle berichten van Adriaan Duiveman

Een week na de schoolfoto’s worden vijf leerlingen verkozen voor een speciaal schoolreisje. Ze waren president Isimo opgevallen. Vrolijk rennen de uitverkorenen de bus in en onderweg zingen ze liedjes met andere, net zo enthousiaste kinderen. Behalve Paul, een jongen met gigantische flaporen. Hij vermoedt dat dit geen leuk uitje wordt. En hij blijkt gelijk te hebben.

Op de basisschool las ik ooit het boek De club van lelijke kinderen. Twee jaar geleden kwam er een verfilming. Het verhaal speelt zich af in een totalitaire smetvreesstaat. Op een dag worden kinderen met puisten, grote neuzen en scheve tanden afgevoerd naar ‘opfriskampen’. Het is een familiefilm, maar hij raakt aan verrassend volwassen thema’s.

Zo is de dystopie een weinig verhulde allusie naar het naziregime, inclusief een groetgebaar – ‘Houd het schoon!’-, patrouillerende ordetroepen en een dictator met een vettig snorretje. Pauls vader, gespeeld door Jeroen van Koningsbrugge, is presentator van een propagandajournaal. Wanneer Paul ontsnapt aan ‘De Grote Schoonmaak’ moet de flaporenjongen vluchten voor een sinistere handlanger van Isimo. Tijdens een huiszoeking zegt de handlager tegen Pauls vader: ‘U zou toch beter moeten weten’.

Aanvankelijk is er nog protest tegen de opfriskampen. Is het geen discriminatie op uiterlijk dat lelijke kinderen worden gedeporteerd?, vraagt een moedige journaliste aan Isimo. ‘Nee, dit is geen discriminatie,’ stelt de president. ‘Of je nu arm bent of rijk, een jongen of meisje, wit of zwart, het maakt niet uit. Alle lelijke kinderen worden door ons meegenomen.’

Tijdens een Radboud Reflectslezing vorige week moest ik aan de film en het boek denken. In het betoog van de spreekster, filosofe Francesca Minerva, had de moedige journaliste gelijk: iemand benadelen omdat diegene fysiek onaantrekkelijk is, is discriminatie. En het erge is: dit doen we elke dag. We zijn allemaal lookists.

Vanuit de economie en psychologie is er robuust en reproduceerbaar bewijs dat we mooie mensen als slimmer, capabeler en zelfs vriendelijker inschatten, alleen vanwege hun schoonheid. En dat betaalt zich uit: knapperds hebben een aanzienlijk hoger inkomen. Mensen die fysiek onaantrekkelijk zijn worden nog niet naar opfriskampen gestuurd, maar ze verdienen wel minder geld.

Verder blijken schoonheidsidealen maar deels cultureel en veranderlijk. Bepaalde voorkeuren zijn biologisch bekabeld. Zo vinden mensen over de hele wereld symmetrische gezichten mooier dan asymmetrische gezichten. Als je bent geboren met een spiegelsnoet heb je de genetische loterij gewonnen.

Minerva’s lezing was de meest briljante die ik in het afgelopen jaar mocht meemaken. Zoals een utilitaristisch filosofe betaamt trok ze haar vaststellingen tot het uiterste door – alles voor het maximale welbevinden. Als het aan haar ligt krijgen onaantrekkelijke mensen financiële compensatie voor hun gederfde inkomsten, moeten lelijke mensen die arm zijn gratis cosmetische ingrepen krijgen en gaat genetische manipulatie onaantrekkelijkheid in de toekomst wegpoetsen. Ondertussen sputterde de diversiteitstrateeg van de Radboud nog wat trigger warnings.

Aan het einde concludeerde diezelfde diversiteitsstrateeg dat iets van Minerva’s conclusies meegenomen moet worden in het diversiteitsbeleid. In het kader van de equity ben ik heel nieuwsgierig welke maatregelen we binnenkort krijgen om mensen die fysiek onaantrekkelijk zijn een betere positie te geven aan de universiteit. Komt er een speciale beurs voor fysiek onaantrekkelijke wetenschappers? En zo ja, naar welke onooglijke wetenschapper gaan we die vernoemen?

(Er zijn overigens aanwijzingen dat je als bloedmooie wetenschapper juist weer minder serieus wordt genomen. Is dat even balen voor je, pH-Neutraal.)

Ik was dolenthousiast over Minerva’s ontregelende lezing. Maar toen het voorbij was vroeg ik me af waardoor dat kwam. Was het praatje echt zo briljant? Had ik het net zo goed gevonden als Paul met zijn flaporen het had gegeven, en niet een symmetrische Italiaanse filosofe? Had ik beter moeten weten?

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

1 reactie

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!