‘We zijn ritselaars geworden in andermans kantoorvisioen’
-
Willem Halffman. Foto: Dick van Aalst
Goedbedoelde ingrepen van daadkrachtige overheden willen nog wel eens desastreus uitpakken in de praktijk. Dat ondervond columnist Willem Halffman aan den lijve toen zijn afdeling vorig najaar overstapte op flexwerkplekken. Een jaar later heeft hij het daar nog steeds moeilijk mee. 'Het concept werkt alleen enigszins dankzij heimelijke ongehoorzaamheid.'
In zijn monumentale klassieker Seeing Like a State beschrijft James Scott hoe goedbedoelde ingrepen van daadkrachtige overheden desastreus uitpakken in de praktijk. Op papier glasheldere en rationele plannen leiden op het terrein tot destructie en ellende. Scott analyseert afgedwongen landbouwrevoluties, Sovjet collectiviseringen of utopische stedenbouw met dramatische resultaten.
Modernistische administraties reduceren hun land en onderdanen tot gestandaardiseerde stereotypen. Vervolgens richten ze de wereld in naar deze stereotypen en brengen daarmee het werk en leven van echte mensen in de knoei. De enige manier waarop die overeind blijven, is door gehoorzaamheid aan het plan te veinzen, maar ondertussen pragmatische noodoplossingen in elkaar te knutselen – desnoods ongeoorloofd. Voor wie ooit Terry Gilliam’s Brazil heeft gezien: de onvergetelijke loodgieter met zijn illegale reparaties die wél werken.
Scott laat zien dat problemen vooral ontstaan als visionaire ingrepen geen weerstand krijgen. Bijvoorbeeld wanneer sterke staten maatschappelijke organisaties hebben weggevaagd, of burgers zich niet kunnen of durven uitspreken. Slecht nieuws over falende uitvoering dringt dan pas door als het kwaad al is geschied.
‘De gemiddelde werknemer mag op geen enkele wijze een dagelijks inwisselbare werkplek personaliseren met foto’s, planten, of zelfs boeken’
Zo heeft ook de Radboud Universiteit met een goedbedoeld administratief plan de behoeften van de gemiddelde werknemer en de doorsnee werkdag uitgerekend: zoveel uur achter de computer, tig minuten overleggen, videobellen, koffiedrinken. Dat heeft een dwingend concept van flexkantoren opgeleverd, met inwisselbare en volstrekt gedepersonaliseerde werkplekken. (Zelfs de bloempotten zijn uniform.) Kern van het concept: de gemiddelde werknemer mag op geen enkele wijze een dagelijks inwisselbare werkplek personaliseren met foto’s, planten, of zelfs boeken.
Zo zitten wij nu in een kantooromgeving die ook een bank of callcenter had kunnen zijn: modern, strak en volslagen steriel. Inspraak was hooguit mogelijk over minuscule details. Weerstand werd opzijgezet als gezeur van ouderwetse academici, die nog boeken lezen. Het oogt ‘professioneel’ en er is ruimte genoeg, maar vooral omdat mensen zich er niet meer thuis voelen en wegblijven. Het concept werkt alleen enigszins dankzij heimelijke ongehoorzaamheid: een stiekem reserveringsysteem voor werkplekken, verborgen stapeltjes handboeken en ongeoorloofde spullen. We zijn ritselaars geworden in andermans kantoorvisioen.
Het advies van Scott is simpel: sta mensen toe om hun eigen oplossingen te zoeken. Maak ruimte voor pragmatische improvisatie en onteigen de zeggenschap van je burgers niet met rigide plannen, ook niet als die op papier efficiënter lijken.
Mijn advies is nog eenvoudiger: bied weerstand.
Lees alle columns van Willem Halffman
De schoolmeester schreef op 24 november 2025 om 12:40
Voor de duidelijkheid: het advies in de voorlaatste alinea is gericht aan de bestuurders, het advies in de laatste alinea is gericht aan hun onderdanen.
Ad Foolen schreef op 27 november 2025 om 11:06
Ik had ‘vroeger’ in het Erasmusgebouw in mijn kamer een grote clivia die elk jaar uitbundig bloeide. Aan de muur affiches van conferenties waar ik geweest was, in de kast een matje om uit te rollen voor een middagdutje. Een grote tafel in het midden waar werkgroepen hele middagen zonder tijdslimiet doorbrachten. Wat voelde ik me daar thuis!
dr.ir. L.J. Lekkerkerk (Hans) schreef op 27 november 2025 om 11:07
Het is me uit het hart gegrepen. Gelukkig hebben we bij FdM nog wel een eigen bureau, zij het in een gedeeld kantoor.
Maar de stompzinnigheid om alleen met oogkleppen op naar huisvestingskosten en bezettingsgraad van kantoren te kijken en dus een flexkantoor in te richten op een universiteit is treurigmakend. En het verweer “Ja maar we besparen 6 ton op huisvesting, dat is 5 of 6 fte die kunnen blijven.” Dat is op een totaal van ruim 300 fte niet helemaal niks. Maar het verlies aan werkplezier en aan toevallige ontmoetingen (bij het spreekwoordelijke koffieapparaat waar de nieuwe ideeën ontstaan), grotendeels door alleen nog op de campus te komen als het voor onderwijs of vergaderen onontkoombaar is, doet die besparing op kantoren ruimschoots te niet.