Kenschetsen (2): Waar is iedereen toch?
-
Foto: Dick van Aalst
In deze onregelmatig verschijnende rubriek deelt Vox-redacteur Ken Lambeets zijn observaties op de campus.
In een studiewerkplek in het Elinor Ostromgebouw zit een studente kromgebogen aan een laptop te werken. De noisecancelling hoofdtelefoon heeft ze vermoedelijk uit gewoonte op haar oren gezet, want ze is helemaal alleen in de ruimte.
De gangen van faculteitsgebouwen zijn grotendeels leeg, in de bestuurskamers van studieverenigingen brandt amper licht. De automatische deuren van het Collegezalencomplex reageren niet op beweging.
Wandelend over de campus hoor je plots overal het geluid van zingende vogels.
Nog nooit zag ik zoveel beschikbare werkplekken in de Iris in het Maria Montessorigebouw. Slechts af en toe komt een onderzoeker koffie halen, wellicht blij met de meters die hij of zij op deze rustige dagen kan maken.
Waar is iedereen toch? ‘Carnaval hè’, zegt de medewerker van het Grand Café terwijl hij de toog schoonveegt met een doek.
Nog meer dan op andere dagen houden ondersteunende diensten de campus recht
Het contrast met de intercity die me afgelopen zondag van Breda naar Nijmegen – excuus: van ’t Kielegat naar Knotsenburg – voerde is groot. In de coupé, volgepakt met mensen met vreemde pakken, hing een geur van alcohol en zweet. Op enkele telefoons klonken af en toe de klanken van een carnavalskraker.
De prijs voor beste vermomming ging naar een vrouw met rood pak waar ze een staart aan had genaaid die ze in haar handen, nou ja, scharen, droeg. Haar gezicht had ze rood geverfd, op haar hoofd twee antennes aangebracht.
Waarom ze zich als kreeft had verkleed, wilde de conducteur weten. ‘Omdat ik een kreeft ben’, antwoordde de vrouw, op enigszins verontwaardigde toon.
Dat het vieren van carnaval een grote impact heeft op de van oudsher katholieke Radboud Universiteit mag niet verbazen. Een laatste keer feestvieren voor de veertigdagentijd begint: het is eenieder van harte gegund.
Maar helemaal gesloten is de universiteit niet. Aan de ingangen van gebouwen waken portiers. Nu er geen studenten zijn, poetst een schoonmaker alle stoelen in een collegezaal met een sopje. Een medewerker van de groendienst die met twee gieters door het gebouw loopt, houdt alle kamerplanten in opperste vorm.
In de Refter stallen medewerkers broodjes en soep uit, zodat wie toch aanwezig is op de campus niet hoeft te verhongeren. Het elektrische wagentje dat containers vervoert over de campus heeft vrij baan en kan wat sneller karren dan anders.
Nog meer dan op andere dagen houden ondersteunende diensten de campus recht.
Luca schreef op 17 februari 2026 om 14:37
Zo ervaar ik het ook vandaag (en gisteren). Mooi geschreven.