Alleen de bèta’s vechten tegen BSA-ophoging

08-09-2016, 07:56

Foto: Dick van Aalst

De medezeggenschap van de bètafaculteit gaat niet akkoord met de ophoging van het Bindend Studieadvies (BSA). De andere zes faculteiten zagen geen bezwaar, of hoefden niet te stemmen.

De ophoging van het Bindend Studieadvies (BSA) was vorig jaar by far het hevigst bediscussieerde thema in de medezeggenschap. Het stond op 39 tot 42 studiepunten (faculteiten mochten daarbinnen een keuze maken voor een exact aantal), maar het universiteitsbestuur was gebrand op een ophoging naar een bandbreedte van 42 tot 45. Wie minder dan 42 studiepunten haalt in zijn eerste bachelorjaar, kan beter vertrekken, vindt het college.

De Universitaire Gezamenlijke Vergadering ging daar niet mee akkoord. Dat het universiteitsbestuur deze richtlijn zomaar doorvoerde, was tegen het zere been van de medezeggenschap. Het compromis dat daarop volgde was dat de ophoging van het BSA zou worden voorgelegd aan de medezeggenschapsraden op facultair niveau.

Dat is gebeurd. Op zes van de zeven faculteiten is de medezeggenschap akkoord gegaan – of was een stemming niet nodig, omdat het BSA al op 42 studiepunten stond. De medezeggenschap van de zevende faculteit, de bètafaculteit, weigert zomaar mee te gaan in de wens van het college van bestuur. ‘Wij waren niet overtuigd van de effectiviteit van maatregel en het beoogde hogere studierendement’, licht Kitty Rang toe, die vorig jaar voorzitter was van de Facultaire Studentenraad bij FNWI. ‘Het is nog maar de vraag of studenten die 39 studiepunten halen in het eerste jaar, de eindstreep echt niet halen binnen vier jaar. De onderdeelcommissie, bestaande uit werknemers van de faculteit, deelde onze twijfel.’

Zwaarwegend advies
Daarom is er nu een commissie van drie hoogleraren aan het werk gezet om de ophoging van het BSA tegen het licht te houden. ‘Eén van die drie leden is voorgedragen door ons, de facultaire medezeggenschap’, zegt Rang. ‘En één door het college van bestuur. Samen hebben zij een derde commissielid gezocht.’ De commissie geeft het college van bestuur een zwaarwegend advies, waar alleen met goede argumenten van afgeweken mag worden.

‘De informatie op basis waarvan de commissie haar beslissing neemt, is gekleurd.’

Rang maakt zich zorgen over de procedure. ‘De informatie op basis waarvan de commissie haar beslissing neemt, komt deels van het college van bestuur en deels van het faculteitsbestuur. Die informatie is gekleurd. De commissie biedt ons niet de mogelijkheid om in een gesprek onze tegenargumenten uiteen te zetten. Dat is op zijn minst jammer.’ De commissieuitspraak wordt spoedig verwacht – het collegejaar is immers al begonnen.

Prijs
Zonder het werk van de Universitaire Studentenraad was de commissie bij de bètafaculteit er niet geweest. Monique van Vegchel, voorzitter van vorig jaar, kijkt met gemengde gevoelens terug op de hevige discussies die zij vorig jaar voerde met het college van bestuur. ‘Het was het waard, want wij vonden het als USR een principekwestie dat deze ophoging ter instemming langs de medezeggenschap moest. Als de facultaire raden op uitzondering van de bèta’s dan akkoord gaan, is dat prima.’

Toch kende de discussie zijn prijs, kijkt Van Vegchel terug. ‘Het heeft veel tijd en energie gekost. Dat is ten koste gegaan van eigen initiatieven van de studentenraad.’

Meer lezen over medezeggenschap? Bekijk dan ons dossier.

1 reactie

Geef een reactie