‘Ambtenaren van de IND moeten meer met elkaar praten’

09 okt 2019

Een niet te controleren verhaal checken, hoe doe je dat? Jurist Ralph Severijns (37) onderzocht het perspectief van de mens met precies die taak: de IND-medewerker. ‘Seksuele gerichtheid, of geloof beoordelen, daar worstelen ze vooral mee.’

‘Dit is nogal een politiek beladen onderwerp’, zegt jurist Ralph Severijns (37) bijna meteen nadat hij gaat zitten, en hij legt zijn handen op zijn proefschrift voor hem op tafel.

Vandaag promoveert Severijns op een veelbesproken en controversiële kwestie: het werk van ambtenaren bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Politieke uitspraken doet hij heel bewust niet. ‘Over wat de IND doet, wordt veel geschreven, vaak kritisch’, zegt Severijns. ‘Regelmatig staan er uitspraken in kranten of op sociale media van mensen die vinden dat er te veel gelukszoekers of terroristen het land binnenkomen.’

Ralph Severijns. Foto: Stan van Pelt

Het perspectief van de IND-medewerker zélf ontbrak echter, vond Severijns. Want hoe controleer je eigenlijk het verhaal van een vrouw die asiel zoekt vanwege haar seksuele oriëntatie? En hoe weet je zeker dat iemand de waarheid vertelt, die zegt dat hij vervolgd wordt in eigen land omdat hij het verkeerde geloof aanhangt? Severijns onderzocht de vraag hoe ambtenaren bij de IND omgaan met dit soort vragen bij een asielprocedure. Vaak zijn die namelijk moeilijk te beantwoorden vanwege gebrek aan bewijs.

Severijns’ onderzoek duurde maar liefst zeven jaar –  hij combineerde het met een baan als adviseur migratie bij het Rode Kruis. Daarvoor zat hij in een commissie die regering en parlement over migratiebeleid en recht adviseert.

De jurist zat voor zijn onderzoek gehoren met asielzoekers bij, en hij interviewde 36 hoor- en beslismedewerkers, op drie verschillende IND-kantoren. De eerste groep voert verschillende gesprekken met asielzoekers, legt Severijns uit. ‘Zij vragen wie iemand is, waar hij vandaan komt, en naar de redenen voor iemand om het land te verlaten.’ Op basis van die gesprekken, plus relevante documenten, beoordelen beslismedewerkers vervolgens of iemand een verblijfsvergunning krijgt. Severijns: ‘Maar veel van die informatie is nooit helemaal te verifiëren.’

Wat vonden de ambtenaren zelf het lastigst om te beoordelen?

‘Innerlijke overtuigingen, die niet objectief te meten zijn. Geloof bijvoorbeeld, of seksuele gerichtheid. Daar worstelen ze erg mee.’

Hebben zij geen richtlijnen die uitleggen hoe ze moeten werken?

‘IND-medewerkers moeten bepaalde richtlijnen volgen tijdens de gesprekken. Er zijn een aantal standaardvragen, zoals: ben je politiek vervolgd, ben je vervolgd vanwege je seksuele geaardheid, of vanwege je geloof? Maar niet alles dat iemand zegt, kan met objectief bewijs worden gestaafd. Daarom moeten de hoormedewerkers vragen proberen te stellen waardoor ze de geloofwaardigheid van de verklaring kunnen beoordelen. Die vragen zijn niet volledig in regels te vatten. En wat een beslismedewerker van het antwoord moet vinden, ook niet.

‘Stel: een asielzoeker zegt op de vlucht te zijn vanwege politieke activiteiten in het land van herkomst, maar kan dit niet bewijzen. Dan probeert een medewerker door middel van vragen, te laten zien of hij zich bijvoorbeeld tegenspreekt. Maar kun je tegenspraak iemand verwijten? Als ik twee keer een verhaal vertel, kan het de tweede keer net iets anders zijn. Wanneer kan een IND-ambtenaar dat iemand aanrekenen en wanneer niet?’

Hoe gaan medewerkers daarmee om?

‘Sommigen vinden het moeilijk om iemands overtuigingen niet te geloven. Dan nemen ze antwoorden eerder aan, zonder kritisch door te vragen. En je hebt mensen die juist heel streng doorvragen.’

Hoe de asielprocedure verloopt, ligt met andere woorden maar net aan de persoon die een asielzoeker voor zich heeft zitten?

‘IND-medewerkers moeten hun keus wel altijd motiveren. Als een beslismedewerker totaal niet overtuigd is van een verhaal, maar niets op papier heeft waardoor hij dat verhaal kan ontkrachten, moet hij een asielaanvraag nog steeds inwilligen. Sommige ambtenaren vinden zulke gevallen vervelend, ze hebben dan het gevoel dat ze voor de gek worden gehouden.

‘Binnen de marges van de instructies, is de ruimte die IND-medewerkers hebben om zelf te oordelen, wel best groot. En zo kunnen individuele overtuigingen een rol gaan spelen. Als een asielzoeker plat gezegd voldoet aan het stereotiepe beeld van een homoseksuele man, dan zal een medewerker hem misschien sneller geloven als hij zegt homoseksueel te zijn. En omgekeerd.’

Hoe lossen die medewerkers dit op?

‘Je hebt mensen die hun instructies duidelijker proberen te krijgen, door nieuwe jurisprudentie uit te lokken. In het verleden was bijvoorbeeld niet expliciet duidelijk in hoeverre IND-medewerkers naar iemands seksleven mochten vragen. Sommigen deden dat op een gegeven moment juist wel, in de hoop dat het tot een rechtszaak zou leiden. Dan kon de rechter daarover uitsluitsel geven.

‘In het verleden was niet duidelijk in hoeverre IND-medewerkers naar iemands seksleven mochten vragen’

‘En vaak overleggen mensen, bijvoorbeeld met meer ervaren collega’s. Sommige ambtenaren zeggen bewust op zoek te gaan naar mensen die er anders over denken, anderen praten juist met een collega die er hetzelfde over denkt. Die keuzevrijheid kan leiden tot subgroepjes met dezelfde mening. Op een van de IND-kantoren zaten units in gangen met verschillende kleuren. Iemand zei: ‘Wij van de rode gang zijn meer op de mens gericht, wij proberen iedereen zoveel mogelijk gelegenheid te geven om zijn verhaal te doen. Die mensen op de blauwe gang zijn zó kritisch.’ Op de blauwe gang klonk het: ‘Wij zorgen voor écht goede beoordelingen. Die van de rode gang, dat zijn allemaal softies.’

Wat moet de IND doen om het werk voor zijn ambtenaren makkelijker te maken?

‘Het zou goed zijn als ambtenaren van verschillende kantoren binnen de IND meer met elkaar praten. En niet alleen met elkaar. Ze kunnen experts inschakelen, bijvoorbeeld op het gebied van religie, om scherper te krijgen wat men kan vaststellen, en wat niet. Maar verschillen zijn niet te vermijden, het is mensenwerk.’

Je werkt zelf ook veel met vluchtelingen. Kon je eigenlijk nog wel objectief zijn in dit onderzoek?

‘Ik denk van wel. Ik heb heel duidelijk beschreven hoe ik te werk ben gegaan en mijn conclusies onderbouwd. Ik denk dat er weinig mensen zijn die intensief met een maatschappelijk onderwerp bezig zijn, en daarover niet zelf een mening hebben.’

Voorin je proefschrift staat een Spiderman-quote: ‘With great power comes great responsibility’. Gaat de overheid wel goed genoeg om met de enorme verantwoordelijkheid die IND-ambtenaren hebben?

‘Je kunt altijd méér doen. Je kunt langer de tijd nemen, en vaker ambtenaren van Buitenlandse Zaken naar het land van herkomst sturen voor onderzoek. Je wil aan de andere kant niet dat procedures te lang duren, zoals voor de invoering van de Vreemdelingenwet 2000 het geval was. Toen woonden een heleboel mensen tien of vijftien jaar in azc’s, in afwachting van een beslissing die maar niet kwam. Asielzoekers willen een goede, maar ook een snelle beslissing. Die politieke uitspraak durf ik wel te doen.’

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands