column

Antifragiel doceren is zo makkelijk nog niet

11 feb 2026

Strenge docenten hebben pas echt hart voor hun studenten, betoogt columnist Adriaan Duiveman. Studenten moet je opzettelijk frustreren. Maar toen stond hij voor zijn eerste werkgroep. ‘Ik ontdekte dat de toepassing van mijn antifragiele doceerfilosofie zo makkelijk nog niet was.’

Toen ik als eerstejaars promovendus mijn eerste colleges ging geven, kocht ik twee nieuwe overhemden en schreef ik me in voor het vak ‘Education in a nutshell’. Deze facultatieve cursus stoomt beginnende docenten in drie middagen klaar voor de eerste confrontatie met hun werkgroep. De workshops waren de nuttigste van mijn hele promotietraject. Didactische principes en trucjes die ik er leerde gebruik ik nog altijd.

Op de laatste middag vroegen de cursusleiders ons om onze doceerfilosofie te presenteren. Wie wilde je zijn als docent?

Mijn mede-promovendi bleken naast hun studenten te willen staan, ze te willen coachen en echt verbinding te willen maken. Ik werd daar kribbig van. Tuurlijk, er is niks mis met een prettig leerklimaat waarin studenten hun mond durven open te trekken – iets wat studenten van beneden de rivieren sowieso al moeilijker lijken te vinden. Maar terwijl ik terugdacht aan mijn eigen studietijd, en dacht aan de docenten van wie ik het meest geleerd had, constateerde ik dat dat lang niet altijd de vriendelijkste exemplaren waren. Integendeel. Docenten van wie ik heb leren werken, vond ik helemaal niet aardig, laat staan ‘verbindend’.

Toen ik als 18-jarige geschiedenis ging studeren, bleek niet alleen de wetenschap fascinerend, maar ook de cafés aan de Groningse Peperstraat. Terwijl ik dynastieën en discoursanalyse moest leren, was ik drukker met het uitvogelen hoe een wasmachine werkte, hoe ik de slavinken niet liet aanbranden en hoe ik het meest efficiënt door bochten kon driften in Mario Kart. Ik haalde voldoendes, maar dat was het ook wel.

Totdat er een docente was die me flink de waarheid vertelde. Ik had een onderzoeksvoorstel bij haar ingediend waar ik hoogstens een uur of twee aan had gewerkt. Dat was te zien. De docente vertelde me dat ik niet moest denken dat ik met dit geslampamper wegkwam. Dat als ik echte historicus wilde worden, ik niet zo lui moest wezen.

Wat vond ik haar verschrikkelijk. Hoe durfde ze?

Drie jaar later vroeg ik haar als mijn scriptiebegeleider. Want, zo had ik inmiddels door: haar hoognodige berisping had effect gehad.

Gebaseerd op die wijze les presenteerde ik in ‘Education in a nutshell’ mijn filosofie: ‘antifragiel doceren’. Samengevat: je mag eisen stellen aan je studenten. Laat ze maar zweten, maak ze maar een beetje bang. Want daar leren ze pas wat van.

Beter nog, ik had de wetenschap aan mijn zijde. Economen onderzochten de prestaties van studenten aan de Amerikaanse Air Force Academy in een reeks calculusvakken en verbonden die met docentevaluaties. De onderzoekers zagen een bijzonder patroon. Er was een groep calculus-1-docenten die laag scoorde in studentenevaluaties en wiens studenten niet beter scoorden op het eerste tentamen. Maar diezelfde studenten bleken in calculus 2 en 3 juist significant beter te scoren. Deze gehekelde docenten hadden het hun studenten in het instapvak namelijk extra lastig gemaakt. De studenten vonden dat frustrerend en onprettig, maar het werkte. Door de uitdaging hadden ze meer geleerd.

Dat langetermijneffect wilde ik ook bereiken. Ik wilde ook een strenge docent zijn die studenten berispte, uitdaagde en bewust frustreerde.

Maar toen stond ik zelf voor een werkgroep. Daar ontdekte ik dat de toepassing van mijn antifragiele doceerfilosofie zo makkelijk nog niet was. Slappe excuses voor niet-ingeleverde opdrachten accepteerde ik, studenten die overduidelijk niet hadden voorbereid stelde ik geen vervolgvragen. Een student die diens essay niet had ingeleverd omdat die ‘te druk’ was met een baristacursus, heb ik gecomplimenteerd met diens artistieke melkschuimen bladmotief.

Om streng te zijn, zo ontdekte ik, moet je eigenlijk heel veel om studenten geven. Zoveel zelfs, dat je de kosten daarvan accepteert: het besef dat studenten jou niet leuk vinden. Je moet conflicten aangaan zodat zij er uiteindelijk beter van worden. Maar conflicten zijn niet leuk; voor de studenten niet, maar voor de docent ook niet.

Nadat de collegereeks over was ontving ik de evaluaties. Een student velde een vernietigend oordeel: ‘Meneer Duiveman is echt een schatje.’

Lees alle columns van Adriaan Duiveman

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!