Bas Kortmann komt op voor gedupeerde Groningers

02 okt 2019

Bas Kortmann, de voormalig rector van de Radboud Universiteit, accepteerde vorig jaar een nieuwe klus: hij is voorzitter van de commissie die de claims afhandelt van Groningers met aardbevingsschade. ‘Als zich zoiets in Amsterdam had voorgedaan, denk ik dat het probleem veel sneller was opgelost.’

“Deze week: 367 schademeldingen afgehandeld, 566 nieuwe meldingen binnengekomen.” Aldus de barometer op de website van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG). Een week eerder werd het aantal afgehandelde schadezaken ook al ingehaald door een stortvloed aan nieuwe dossiers. Je zou er moedeloos van worden.

Zo niet Bas Kortmann. Een half jaar is hij nu voorzitter van de commissie die bewoners met aardbevingsschade compenseert, een klus waar hij volmondig ‘ja’ tegen zei. En nog altijd is de voormalige rector van de Radboud Universiteit erop gebrand álle Groningers die recht hebben op geld, van hun centen te voorzien. ‘Wij zijn er om de situatie die voor veel mensen werkelijk schrijnend was, te verbeteren’, stelt hij.

Een simpele opdracht is dat niet. Toen Kortmann in maart 2018 (eerst als lid van de commissie, pas later werd hij voorzitter) aantrad, wachtten nog een kleine 13.500 mensen op de afhandeling van hun dossiers. Veel Groningers waren boos, gefrustreerd, verdrietig of moedeloos. De kranten stonden vol met hun verhalen. ‘Je voelde de pijn en de bezorgdheid en de onmacht.’

Drie dagen in de week houdt de 69-jarige hoogleraar Burgerlijk recht zich bezig met de afhandeling van de schadeclaims. Hij pendelt tussen zijn woonplaats Nijmegen en kantoren in Groningen.

Hoe kwam u terecht bij de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG)?

‘Sander Dekker belde mij. Ik kende hem nog uit de tijd dat hij staatssecretaris van Onderwijs was en ik rector (van 2007 tot 2014, red.). Het was op een vrijdagmiddag, hij viel met de deur in huis. “Zou jij voorzitter willen worden? We willen het vandaag weten.” Ik heb gezegd dat ik erover wilde nadenken, want het is een forse klus. Ik heb met mijn echtgenote besproken of ik het moest doen. Zij zei ‘ja natuurlijk’. Ik heb gestudeerd in Groningen, mijn vrouw is een geboren Groningse; we hebben iets met Groningen. Ik ben begonnen als plaatsvervanger omdat mijn werkzaamheden het toen niet toelieten voorzitter te worden.’

U had in Nijmegen al afscheid genomen als hoogleraar. Waarom begon u aan deze nieuwe, intensieve klus?

‘Ik kan niet goed stil zitten. Deze tijdelijke commissie was iets heel nieuws. Juridisch zit het ingewikkeld in elkaar. Eerst was het de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) zelf die de schadeclaims afhandelde; de NAM is immers aansprakelijk. Maar volgens velen deed de NAM dit niet naar behoren. Toen zei de overheid: wij nemen die afwikkeling voor onze rekening en laten ze uitvoeren door een onafhankelijke commissie. Normaal gesproken lopen schadeclaims via een civielrechtelijke procedure, maar in dit geval is er een voorlopige regeling gemaakt die de zaken afhandelt via de bestuursrechter. Van de vijf commissieleden, zijn er vier jurist. Er is zwaar op ingezet. Als opdracht hebben we meegekregen ruimhartig en voortvarend te zijn. Toen we begonnen, lagen er 13.5000 claims op de plank en was er al een jaar lang niets gebeurd.’

Bas Kortmann. Foto: Duncan de Fey
Bas Kortmann. Foto: Duncan de Fey

U dacht: ‘13.500 claims … leuk!’

‘Nou ja, leuk… Kijk, in eerste instantie vond ik het belangrijk dat er voor die Groningers nu eindelijk eens iets werd gedaan. Als commissie kregen wij van de overheid alle vrijheid: zie maar hoe je het gaat doen. Dat maakte het interessant. We moesten creatief zijn, bedenken hoe we die stapel claims zo snel mogelijk kleiner konden maken. Ons was gezegd dat we de beschikking zouden hebben over zestig onafhankelijke deskundigen die dagelijks claims konden beoordelen. Dat bleken er vijftien te zijn. Hoe konden we met dat aantal in godsnaam de productie verhogen?’

En?

‘We konden alleen meer mensen aantrekken middels een Europese aanbesteding. Dat duurde zes maanden, dus leidde tot vertraging. Intussen vond ik het heel akelig om te merken dat een deel van de Groningers die schade hadden geleden, er niet meer in geloofden. Zij wachtten al zo lang op hun geld dat ze dachten dat het nooit meer goed zou komen. Ze waren lamgeslagen. Ik begreep het, want de manier waarop de aardbevingsproblematiek wordt afgehandeld is een bestuurlijke spaghetti die zijn weerga niet kent. Gemeentes bemoeien zich ermee, de nationaal coördinator Groningen, minister Wiebes van Economische Zaken, minister Ollongren van Binnenlandse Zaken… Wij als tijdelijke commissie zijn er voor de schadeclaims, maar er is weer een aparte commissie die zich buigt over zaken waarbij huizen moeten worden versterkt om mogelijke nieuwe aardbevingen te kunnen overleven. Voor de Groningers is het compleet onoverzichtelijk. Ik heb al zo vaak in Den Haag geroepen: geef ons één loket! Toen kwam de aardbeving in Westerwijtwerd eroverheen in mei van dit jaar (3,4 op de schaal van Richter, red.) en regende het nieuwe schadeclaims. Op dat moment hebben we gezegd: dit moet echt anders. We hebben de stuwmeerregeling bedacht.’

Gedupeerden kregen een aanbod: accepteer 5000 euro voor uw geleden schade en we sluiten uw dossier.

‘Ja. We hebben gezegd: of je nou één of zes scheuren in je huis hebt, dít is ons aanbod. En als je facturen kunt overleggen van een aannemer, dan kun je zelfs tot 11.000 euro direct terugkrijgen zonder dat we komen inspecteren. Uit de eerdere afgehandelde dossiers wisten we dat het grootste deel van de Groningers minder dan 5000 euro schade had geleden. Meer dan 90 procent bleef onder de 11.000 schade. Dit was dus een heel ruimhartig aanbod, een deel van de mensen kreeg voordeel in de schoot geworpen. In het kader van de gelijke behandeling was het wel een lastige regeling. Wat als iemand net 1000 euro schadevergoeding heeft gekregen en zijn buurman krijgt een maand later 5000 euro? Dat is onrechtvaardig. Maar ja, een besluit waar mensen al jaren op zitten te wachten is alleen al door die lange wachttijd óók onrechtvaardig. Onze redenatie was: hoe meer we nu wegwerken, hoe sneller de rest aan de bak komt. 16.700 zaken vielen onder de stuwmeerregeling, inmiddels hebben ruim 9200 mensen de keuze gemaakt gebruik te maken van ons aanbod. Gedupeerden kunnen er ook voor kiezen in de reguliere procedure te blijven.’

Protest bij bezoek minister Kamp aan het provinciehuis in 2016. Foto: Marten van Dijl, Milieudefensie, Creative Commons

Heeft u als commissie veel boze Groningers over de vloer gehad?

‘Ja. Lange tijd voelden ze zich niet gehoord. Deels hadden ze gelijk. Als wat hier in Groningen is gebeurd rond de gaswinning, zich in deze mate in Amsterdam had voorgedaan rond de aanleg van de Noord-Zuidlijn, denk ik dat het probleem veel sneller was opgelost. Soms kwamen Groningers boos binnen op ons kantoor. Maar door écht naar ze te luisteren, gingen ze vaak tevreden de deur uit. Kijk, de angst voor nieuwe bevingen kunnen wij niet wegnemen, maar we kunnen wel het vertrouwen terugwinnen door een eind te maken aan de onzekerheid of schade nu wel of niet vergoed wordt. Binnenkort kunnen we ook schade aan huizen in natura herstellen.’

U komt dan à la Bob de Bouwer bij de mensen thuis?

‘Nou, daar zeg je wat. Het klinkt misschien grappig, maar ik zou dus heel graag een grote klussenbus aanschaffen en tegen mensen zeggen: dan en dan staat de bus in uw wijk. Een groot deel van de schadeclaims bedraagt een schadebedrag van minder dan 1000 euro. Het zou zo simpel zijn als mensen zich gewoon melden in de bus en de klusser direct het probleem oplost. Als commissie moeten we vereenvoudigen en versnellen. Plus: de kosten van de schadevergoedingen proberen te verlagen. Op dit moment kost de procedure meer dan de schadevergoeding. Als ik 2 euro kosten moet maken om 1 euro uit te keren, doe ik iets niet goed…’

Komt uw ervaring als rector magnificus nog van pas in uw huidige werk?

‘Ja. Bij mijn huidige positie is de onafhankelijke positie die mijn commissie inneemt, essentieel. Iedereen heeft een belang: de NAM, de centrale overheid, de regionale overheden. Al die partijen kennen onze onafhankelijkheid, maar proberen ons toch te sturen. Als we niet zuiver te werk gaan, verliezen we het vertrouwen van de Groningers. Tijdens mijn rectoraat heb ik vaak – en soms fel – verdedigd dat wij als universiteit onafhankelijk dienden te zijn van Den Haag en van de kerk. Laveren tussen zo veel verschillende partijen en belangen, vind ik spannend.’

Hoe lang blijft u dit werk doen?

‘Volgend jaar word ik 70. De dingen die ik doe, moeten er wel toe doen. We zijn nu bezig met monumenten die schade hebben geleden, en met ingewikkelde dossiers in de agrarische sector. Dan moet je denken aan lekkende gierkelders enzo. En onlangs ben ik bij de stichting Oude Groninger Kerken gaan praten om te kijken hoe we hun problemen door aardbevingsschade kunnen oplossen. Dat vind ik leuk. Begin 2020 krijgen we bovendien dat ene loket waar we zo naar uitkijken: het Instituut Mijnbouwschade. Burgers kunnen daar terecht voor hun schadeclaim – onze commissie gaat op in het instituut – én voor smartengeld en compensatie van de waardedaling van hun woning. Ik ben kwartiermaker, dus blijf zeker aan tot het instituut vorm heeft gekregen. Helaas moeten Groningers voor de versterking van hun woningen nog steeds naar een ander loket; ik roep Den Haag op om ook dat bij het instituut onder te brengen. ’

 

1 reactie

  1. Michel schreef op 5 oktober 2019 om 13:07

    Heel erg aardig deze cijfers maar iets zegt mij dat hier iets niet klopt.
    Ook mijn dossier stamt al uit de tijd van CVW en behoorde tot de 13500 claims.
    De oudste dossiers het eerst is mij beloofd.
    Inmiddels zijn er volgens de statistieken 21984 afgehandeld maar van mij helaas nog niet.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands