De telefooncentrale is niet meer

12-01-2018

Weinigen staan stil bij de 50.000 telefoongesprekken die dagelijks op de campus worden gevoerd. Deze maand worden de kelders vol techniek van universiteit en ziekenhuis ontmanteld. ‘Dit zijn museumstukken geworden.’

Theo Leether van de afdeling Telefoonbeheer is een telefoonverzamelaar. ‘De alleroudste telefoons van de universiteit, nog met zo’n slinger, heb ik thuis.’ Uit twee vitrinekasten in een kelder in het Radboudumc  – het zenuwcentrum van de campustelefonie – haalt Leether een grijs kastje. ‘Een tikkenteller, wie kent dit nog?!’

Universiteit en ziekenhuis tellen tien centrales om het telefoonverkeer af te werken, die in het Radboudumc is de grootste (een cluster van vijf centrales). Leether daalt met ons af naar de diepste krochten die de campus rijk is – een kilometers lange gang onder de grond met tal van kabels. ‘Kijk, dit is voor de noodtelefonie. Wat er ook gebeurt, het telefoonverkeer moet wél blijven werken.’

Een leven redden

Een poster aan de muur in de centrale onderstreept de urgentie van het werk. “Eén telefoontje kan een leven redden.” ‘Continuïteit staat naast digitale veiligheid bovenaan onze agenda’, zegt Leether. ‘Als de ene centrale uitvalt, neemt een andere centrale het over.’ In 1986 werd in het bètagebouw de eerste centrale in gebruik genomen, de rest van de campus volgde vijf jaar later. ‘Het systeem heeft ononderbroken gefunctioneerd.’

Het nieuwe systeem leidt de telefoongesprekken door dezelfde datakabels als die van het computerverkeer. Waarmee een einde komt aan het eindeloze gepriegel bij al die verhuizingen: elke telefoon moest steeds handmatig met snoertjes worden omgeleid naar een ander kastje. ‘Bij de verhuizing van de managementfaculteit neemt elke gebruiker zijn telefoon mee en plugt die in de muur. Klaar. Wij hoeven hier niks meer te doen’, legt Leether uit.

Nog een reden voor de telefonierevolutie is het ontbreken van de technische ondersteuning van de leverancier van het oude systeem. Bovendien werd het allemaal veel te bewerkelijk: waar voorheen tien mensen een week lang bezig waren met een software-update, zijn nu twee mensen in een half uurtje klaar.

Gezicht achter de stem

Wat niet verandert is het team van nu 22 mensen van de bedienposten van de telefooncentrale: die waren en blijven onvermoeibaar bezig al die in- en uitgaande gesprekken in goede banen te leiden. Vier mensen zijn aan het werk als we binnenlopen, een vijfde rust uit. “Goedemiddag, Radboudumc, met Mariska.” Eindelijk het gezicht bij de stem die velen op de campus goed zullen kennen.

Al deze mensen moeten steeds klaar staan om de moeilijkste bellers te woord te staan, zegt Leether. ‘Een patiënt die in de wacht staat voor een poli kan heel erg ongeduldig worden. Dit team moet dan de eerste klappen opvangen. Daar zijn ze gelukkig goed in getraind.’

3 reacties

  1. Beta schreef op 13 januari 2018 om 23:32

    Zijn die IP-telefoons niet al jaren in gebruik?

    • Theo Leether schreef op 14 januari 2018 om 12:05

      Klopt maar de laatste analoge telefoons zijn er pas nu vanaf .
      Het is een omschakeling. geweest van 10 jaar.
      In 2008 zijn we gestart met vervangen door IP telefonie .

  2. Johan van der Veen schreef op 15 januari 2018 om 14:27

    Beste allemaal, bij grotere telefonie netwerken is er uiteraard altijd een migratie nodig. Al is het alleen al om de beschikbaarheid van de telefonie te kunnen garanderen. Bij grote installaties is een big bang veel te risicovol. Nieuwe grote klanten zijn er erg weinig in Nederland. Dus er treedt bijna altijd een migratie van oud naar de cloud op. Bij deze migratie is altijd een migratieplan nodig, zodat de klant weet, waaraan hij toe is tijdens de migratie. De telefooncentrale zal tijdens de migratie nog een tijdje blijven bestaan denk ik.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!