Dit artikel lees je liever staand

11 nov 2019

Zitten is ongezond, horen we steeds, zitten is 'het nieuwe roken'. Het is voor Marit Willemsen tevens een groot deel van haar dag. De Vox-medewerker liet haar zitgedrag een week lang ‘volgen’ met een speciale meter en ontdekte hoe slecht zitten nu eigenlijk écht is.

Ik kijk naar beneden naar het vierkante doosje op mijn bovenbeen. Om de paar seconde knippert er een piepklein lampje, zie ik zelfs door mijn panty heen. Het doet het nog. En dus weet het dat ik nu zit. Ik sta op van de bank, strek mijn benen en besluit een rondje te gaan lopen.

Een paar dagen eerder sta ik in een onderzoeksruimte op de afdeling Fysiologie van het Radboudumc met Thijs Eijsvogels. Hij is inspanningsfysioloog en onderzoekt de effecten van beweging op de gezondheid. Eijsvogels plakt eerst een laagje klevend doorzichtig plastic op mijn been, daarna volgt het metertje van ongeveer vijf bij drie centimeter, gewikkeld in wat volgens Eijsvogels best vergeleken kan worden met een hoop ‘condoompjes’. Dan weer een laagje plastic. Voelen doe ik het niet echt, en dat is precies de bedoeling. Ik kan sporten, zweten, zwemmen en douchen met het ding. Een week lang meet het mijn inspanning en, dankzij een soort slimme interne waterpas, weet het wanneer ik sta, lig of zit.

Het doel van mijn week is ontdekken hóe slecht bureauwerk nu eigenlijk voor me is. Als journalist breng ik een groot deel van mijn dag zittend door, net als veel studenten of universiteitsmedewerkers. Studenten en scholieren zitten zelfs het allermeest van alle arbeidsgroepen in Nederland, zo’n elf uur per dag, blijkt uit een factsheet van het Kenniscentrum Sport en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) uit 2017. Werkende Nederlanders bezetten de tweede plaats, met gemiddeld 9,8 zituren per dag.

Hoe meer je zit, hoe slechter dat is voor je gezondheid, vertelt Eijsvogels alvast. Verrassend is dat niet. Zitten zou het nieuwe roken zijn. Maar hoe erg is het precies?

Vroegtijdige dood

De wetenschappelijke wereld keek lang niet naar zitten. ‘Dat is pas iets van de laatste tien jaar’, zegt Eijsvogels. Na een decennium aan zit-onderzoeken, zijn de eerste voorzichtige resultaten te zien, en die zijn op zijn zachtst gezegd zorgwekkend.

Zitten leidt tot een hogere bloeddruk, verhoogde cholesterol, een slechtere functie van de bloedvaten en verminderde insulinegevoeligheid, en dat kan ernstige gevolgen hebben. Volgens een Amerikaanse verzamelstudie uit 2015, waarin de resultaten van 47 onderzoeken naar zitten samengepakt zijn, kan veel zitten leiden tot een scala aan ernstige ziektes. Wie veel zit – meer dan acht tot tien uur per dag in de meeste van die 47 onderzoeken  –  heeft 91 procent meer kans op suikerziekte, 14 procent meer kans op hart- en vaatziekten en 13 procent meer kans op kanker dan iemand die weinig zit. Over het algemeen genomen, blijkt een fervente zitter 24 procent meer kans te hebben om vroegtijdig te overlijden. Ook als je rekening houdt met mogelijk samenhangende factoren, zoals roken of alcoholgebruik.

Foto: Bert Beelen

Je moet de verhoogde risico’s wel met een korreltje zout nemen, zegt de onderzoeker er nog achteraan. ‘Ook al is de kans op vroegtijdig sterven bijvoorbeeld 30 procent hoger, dan kan het absolute getal nog steeds erg laag zijn. Maar hoe ouder je bent, hoe groter die kans op bijvoorbeeld kanker en dus sterven wordt.’ Kanker en hart- en vaatziektes zijn respectievelijk doodsoorzaak nummer een en twee in Nederland. Bovendien is er een verschil tussen zitten en zítten. Wie achter een bureau zit, is ten minste op mentaal vlak nog actief. Op de bank voor de tv hangen, is het allerslechtst. ‘Met de slogan: zitten is het nieuwe roken’ ben ik eigenlijk niet zo blij’, zegt Eijsvogels er nog bij. ‘Van een beetje roken ga je echt al sneller dood, van een beetje zitten niet.’

De ontknoping

Een week gaat voorbij. Vooral de eerste dagen kan ik het Big Brother-gevoel niet van me afschudden, en brandt het metertje op mijn been als ik lang stilzit. Maar naarmate de week vordert, vergeet ik dat het er is. Op een vrijdagochtend zit ik weer op de afdeling Fysiologie. Eijsvogels trekt in een vloeiende beweging het plastic laagje van de bewegingsmeter. Hij haalt de ‘condoompjes’ van het apparaatje en een zwart doosje verschijnt.

Promovendus Bram van Bakel analyseert de data van mijn apparaatje achter zijn stabureau op een laptop. Op de achterkant van zijn computer zit een sticker met in kapitalen ‘sit less’, aan de muur hangt een kitscherig schilderijtje van een huismus met daaronder in sierlijke letters: excersise. Het is de onderzoekers duidelijk menens.

Na het inladen van de data van het apparaatje verschijnen er verschillende grafieken met kleuren in beeld. Zie ik rood, dan heb ik bewogen of gelopen, groen is staan, geel betekent zitten en tijdens blauwe vlakken lag, of sliep ik. Ik kan per dag, en zelfs per uur mijn zitgedrag bekijken.

Eijsvogels en Van Bakel beginnen positief. Mijn uitkomst is gemiddeld. ‘En je gele blokken zijn nog redelijk doorbroken’, zegt Eijsvogels. Ik kijk ondertussen tevreden naar de groene en rode vlakken op het scherm. Op zaterdag, de eerste dag met mijn metertje, werkte ik ’s avonds in een restaurant (mijn tweede baan), daarna ging ik ook nog eens op stap met collega’s, en lag ik om zes uur in bed. En op maandagochtend ging ik naar mijn wekelijkse kickboksles. Het krikt mijn gemiddelde lekker omhoog. Elke avond is bovendien te zien hoe ik naar huis fiets, lopend mijn boodschappen doe en kook.

Dan maakt Eijsvogels korte metten met mijn optimisme. ‘Jij focust op beweging. Maar als je kijkt naar je zitgedrag, valt er nog veel winst te behalen.’ Naarmate de week vordert, en ik me minder bewust word van het apparaat op mijn been, lijk ik steeds minder mijn best te doen om überhaupt nog uit een stoel te komen. Donderdag spant de kroon. De dodelijke combinatie van een werkdeadline, lunchen achter mijn bureau en het overslaan van het geplande sportavondje, maakt dat ik bijna elf uur zit.

Maar goed, ik sport. Compenseert dat niet voor mijn zitgedrag? ‘Pas als je meer dan zeven uur per week sport, maakt het niet uit hoeveel je zit’, zegt Eijsvogels. ‘De fysioloog pakt er een overzichtsstudie uit 2016 bij, met data van meer dan een miljoen mensen, waarin gekeken werd in hoeverre beweging, zitten compenseert. Meer sporten blijkt – niet verrassend – beter voor de levensverwachting, maar zitgedrag blijkt ook enorm veel uit te maken. In de studie zijn mensen ingedeeld in groepen, naar aanleiding van hun sportgedrag (sporten betekent hier matig- tot intensieve beweging, zoals stevig doorwandelen of fietsen).

Ik bevind me in de groep van ‘een tot drie uur sport per week’, en ik zit meer dan acht uur per dag. Volgens het onderzoek is mijn kans op vroegtijdig overlijden daarmee 30 procent hoger dan mensen die zeven uur per week sporten. Die kans is even groot als die van iemand die weinig tot niet sport, maar minder dan vier uur zit. Als ik minder dan vier uur zou zitten, is mijn kans op vroegtijdig overlijden nog maar 10 procent hoger dan de gezondste groep.

Een minder-zitten-missie

Hoe verbeter ik mijn leven, als zitten nu eenmaal zo’n groot deel van mijn werk is? ‘Ik pak nooit meer de lift naar mijn werkplek op derde verdieping’, zegt Eijsvogels. ‘En ik sta altijd in de trein vanuit mijn woonplaats Cuijk. Als mijn kamergenoot vraagt of hij koffie moet halen, zeg ik dat ik het zelf wel doe.’ En dan zijn er nog stabureaus, een grondig middel om het zitgedrag tijdens studie of werk aan te pakken. Op de afdeling Fysiologie staat iedereen tijdens vergaderingen. ‘Die bureaus werken, blijkt uit onderzoek’, aldus Eijsvogels. De vraag is alleen voor hoe lang, zegt hij. Want je moet nog steeds zelf je bureau omhoog doen. ‘Er zijn apps’, vertelt Eijsvogels, ‘die je scherm bijvoorbeeld om het half uur blokkeren, en je zo dwingen om een rondje te lopen of je bureau op sta-stand te zetten’.

De allerbelangrijkste tip die Eijsvogels meegeeft: zit vooral niet te lang achter elkaar. ‘Na een uur zitten gaat je lichaam in een soort rustmodus, je metabolisme verandert’, zegt hij. ‘Je wil dat het vuurtje altijd een beetje blijft branden. Steeds meer studies laten zien dat elke dertig minuten even staan en lopen, zorgt dat je niet in die modus komt.’

‘Na een uur zitten gaat je lichaam in rustmodus’

Als het maatschappelijk zit-probleem zo evident is, waarom zijn er dan nog geen landelijke anti-zit campagnes, vraag ik me af? Omdat het zit-onderzoek nog relatief nieuw is, en de bewijslast – in vergelijking met beweegonderzoek – zwak, zegt Eijsvogels. Daar komt bij dat zitten in feite de norm is. Eijsvogels krijgt, als hij weer eens staat in een lege trein, bijna altijd van de conducteur te horen dat hij heus wel een stoel mag uitzoeken. De verleiding om even ergens neer te ploffen, is groot.

Die verleiding voel ik nog steeds, maar daar staan de na-effecten van het metertje tegenover. Het apparaatje mag dan weg zijn, maar dagen na het inleveren zit ik niet meer zo lekker op mijn stoel. En nu maar hopen dat dat zo blijft.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!