Educatieve minor krijgt krappe zeven van studenten
De eerste ervaringen met de educatieve minor voor bachelorstudenten zijn positief. Bijna zeventig procent haalde binnen een jaar zijn lesbevoegdheid. Van die groep heeft één op de vijf studenten inmiddels een (kleine) aanstelling op een middelbare school. Studenten geven de minor van de Radboud Universiteit een 6,9 als rapportcijfer.
Dat blijkt uit de evaluatie van de educatieve minor, die in opdracht van universiteitenvereniging VSNU door IOWO en het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen werd gemaakt. Sinds vorig collegejaar kunnen universitaire studenten tijdens hun bacheloropleiding een lesbevoegdheid halen. Afgestudeerde bachelors die de minor hebben gevolgd, mogen lesgeven in de theoretische leerroute van het vmbo en in de onderbouw van havo en vwo.
Toenmalig minister Van Bijsterveldt voerde de minor in om het lerarentekort te bestrijden en meer academici voor de klas te krijgen.
Radboud
Net als de RUG en de UvA, krijgt de minor van de Radboud Universiteit een 6,9 als algemeen rapportcijfer. De VU scoort met een 6,4 minder goed, terwijl Leiden (7,1) en Utrecht (7,5) een beter cijfer krijgen.
Nijmeegse studenten zijn vooral positief over het praktijkdeel van de minor. Ze geven dat onderdeel een 8. Het vakdidactische deel en algemeen-didactische deel krijgen respectievelijk een 5,5 en een 5,9.
Sanne van Kempen, projectsecretaris van de Educatieve Minor in Nijmegen, plaatst de kanttekening dat er in Nijmegen veel veranderd is sinds het collegejaar 2009-2010 (het eerste jaar van de minor en tevens het jaar van de evaluatie). ‘In 2009-2010 konden alleen bètastudenten de minor konden volgen, dat waren er tien. Dit jaar zijn er dertig studenten van uiteenlopende studies gestart.’
De lage cijfers voor het cursorische gedeelte zijn volgens Van Kempen onder meer te verklaren door de keuze om de minor in drie periodes te verdelen waardoor de minor en majorvakken door elkaar lopen en studenten het extra druk hebben. Van Kempen: ‘Ook geven we in Nijmegen relatief veel onderwijs in de minor. Wellicht dat studenten de studiedruk als negatief ervaren en daardoor een negatieve beoordeling geven aan het cursorisch deel. En daarnaast is het responsaantal van negen studenten erg weinig om hier heel veel van te kunnen zeggen.’
Praktijkbegeleiders kritischer
De praktijkbegeleiders zijn minder positief over het praktijkgedeelte dan de studenten. Veertig procent van de begeleiders vindt dat het niveau van de afgestudeerden lager is dan dat van beginnende tweedegraads docenten. De vakinhoudelijke kennis van de studenten is goed, maar didactisch valt er ‘nog wel wat winst te behalen’. Niettemin scoren de studenten van de educatieve minor meestal ‘voldoende’ tot ‘goed’ op de wettelijke eisen die aan leraren worden gesteld, en zijn de meeste scholen bereid om hun stagiairs na de minor aan te nemen als docent.
In 2009 begonnen 191 studenten bij negen universiteiten aan de educatieve minor, in 2010 waren dat er 330 bij elf instellingen. De meesten zijn derdejaars bachelorstudenten, en ze zijn relatief vaak vrouw. HOP / TdH