Zomerinterview (5) met Sander Leeuwenburgh, de tandheelkundeprofessor die fulltime pianist wordt

04 aug 2026

Wat muziek voor hem betekent? ‘Voor mij benadert het de essentie van het leven’, zegt Sander Leeuwenburgh. De hoogleraar Regeneratieve Biomaterialen stopt als wetenschapper om professioneel pianist te worden. In zijn keuken staat het klavecimbel waar hij als achtjarige op leerde spelen.

Het klavecimbel staat in de keuken, tussen het aanrecht en de eettafel. De akoestiek is eigenlijk ideaal in deze ruimte, vertelt Sander Leeuwenburgh (48). ‘Komt door dat plafond van vier meter hoog.’ Zijn vinger wijst naar boven.

Als jongetje van acht leerde hij spelen op dit instrument, het stond bij zijn ouders thuis. Toen zijn vader vroeg of Sander het klavecimbel niet kon herbergen in zijn nieuwbouwwoning in Ede, dacht hij er geen plek voor te hebben. Tot hij eens ’s avonds op de bouwplaats door de net geplaatste ramen naar binnen keek en dacht ‘hé, maar in die keuken…’

Onder de oppervlakte broeide iets

Het idee om fulltime muzikant te worden, was op dat moment nog niet geboren. Leeuwenburgh had een baan als hoogleraar Regeneratieve Biomaterialen aan de Radboud Universiteit, hij gaf onderwijs en werkte in het lab aan de ontwikkeling van kunstbot dat onder meer wordt gebruikt voor kaakimplantaten. Het ging best lekker met zijn wetenschappelijke carrière.

Maar onder de oppervlakte was er iets beginnen te broeien. Zonder dat dat ‘iets’ een duidelijk beginpunt had, legt hij uit tijdens het koffiezetten. ‘Het was een proces. Ik heb altijd wel gevoeld dat ik op een dag iets met muziek wilde gaan doen, maar concreter dan dat was het niet.’

‘Het was heel emotioneel. Ik vóelde gewoon… Dit is mijn jeugd!’

Het klavecimbel in de keuken speelde vermoedelijk een belangrijke rol in dat proces. Verliefd kijkt hij van de koffiepot naar het instrument. Vertelt wat er gebeurde toen hij het pianokrukje na al die jaren weer aanschoof en begon te spelen.

‘Het was heel emotioneel. Ik vóelde gewoon… Dit is mijn jeugd! Hiermee heb ik mijn liefde voor de muziek ontdekt.’

Het voelde als uit de kast komen – zo verwoordt hij het.

Uit de kast komen… dat klinkt best zwaar.

‘Mijn vrouw vond het ook wat overdreven [lacht], maar voor mij was het zo. Ik voelde heel sterk: muziek maken is wat ik echt wil. Ik wilde er dolgraag aan toegeven. Maar het had een lading, zo van: dat mag en dat kan niet.’

Van wie zou dat niet mogen en kunnen?

‘Wat betreft mogen: vooral van mezelf. Ik kende geen voorbeelden van andere mensen die zo’n omslag hadden gemaakt. Kijk, als het nou heel slecht met me was gegaan in de wetenschap, dan was die keuze misschien makkelijker geweest. Maar op zich liep alles goed. Ik haalde netjes subsidies binnen en leidde keurig een team. Waarom zou je je dan afvragen of dit wel het juiste pad is?

Het kunnen komt meer vanuit de maatschappij. Zodra je zegt dat je iets met muziek wilt gaan doen, vragen mensen: “Daar valt toch niks aan te verdienen?”’

Wat antwoordt u dan?

‘Dat ik het ga proberen, want zo is het. Ik ga erin zoals ik ook in de wetenschap ben gestapt, al is het daar wel wat makkelijker om je brood te verdienen. Maar ik probeer het dus en dan zien we wel wat er van de grond komt.’

Geen hoge hypotheek

Het voordeel is, zegt Sander Leeuwenburgh, dat hij geen hoge hypotheek heeft die als een molensteen om zijn nek hangt. Zijn vrouw en hij kozen bewust voor een betaalbare woning om ruimte voor andere levenskeuzes te creëren. De auto verkochten ze een paar jaar geleden al, uit duurzaamheidsoverwegingen.

Foto: Johannes Fiebig

Het rijtjeshuis staat bijna tegenover station Ede-Wageningen, in een wijk waar vroeger een fabriek voor kunstzijde stond. De voorgevel is monumentaal en authentiek, die bleef overeind terwijl daarachter nieuwe muren werden gemetseld. Vandaar de hoge plafonds.

In 2024 durfde Leeuwenburgh de stap te wagen. Hij vertelde zijn baas dat hij wilde stoppen als hoogleraar, maar niet meteen. Zijn voorstel was geleidelijk af te bouwen, om de landing in de muziek zo zacht mogelijk te maken. Daarbij wilde hij zijn team niet in de problemen brengen door hals over kop op te stappen. ‘Ik werk nu nog twee dagen in de week bij Tandheelkunde, en blijf na mijn afscheid als hoogleraar nog een dag in de week om de afdeling te helpen met onder meer de begeleiding van afstudeerscripties.’

Twintig jaar geleden promoveerde hij in Nijmegen, na een opleiding materiaalkunde in Delft. Tijdens zijn promotie studeerde hij ook af aan het conservatorium.

Was dat geen uitputtende combinatie?

‘Het voelde voor mij als pure noodzaak. Na al die jaren aan de TU Delft was ik uit evenwicht geraakt. Mijn hele leven is een soort zoektocht naar de balans tussen ratio en gevoel. De gevoelskant had ik verwaarloosd door alleen maar met wetenschap bezig te zijn. Op het conservatorium in Arnhem ben ik piano gaan studeren, dat was echt de tijd van mijn leven.’

‘Op het conservatorium in Arnhem ben ik piano gaan studeren, dat was echt de tijd van mijn leven’

‘Ik woonde in een complex van de SSHN bij het Goffertpark en op mijn kamer stond de vleugel die ik nu nog steeds heb. Er was nauwelijks plek voor een bed. Op een gegeven moment hoorde ik bij de fietsenstalling iemand een deuntje zingen van een muziekstuk dat ik al heel lang aan het repeteren was. Jeetje, dacht ik, die jongen woont vier verdiepingen boven me. Zo goed hoor je dat dus kennelijk. Achteraf bezien is het absurd dat ik er nooit klachten over heb gehad.’

Hoe hielp de piano u door de promotie heen?

‘Als ik vastliep tijdens het schrijven van mijn proefschrift, ging ik een stuk spelen. Het hield me psychisch gezond. Het relativeerde. Ik raad mijn promovendi ook altijd aan: ga er iets naast doen, iets heel anders.’

Was het geen optie om de combinatie muziek en hoogleraarschapvoort te zetten?

‘Als dat kon, zou ik het doen. Maar hoogleraar zijn is geen baan van negen tot vijf. Het houdt je voortdurend bezig. Toen ik promoveerde, was ik alleen maar verantwoordelijk voor mijn eigen proces, toen lukte het nog wel. Nu draag ik zorg voor een hele club. Stel dat ik een concert heb gepland en de dag ervoor popt er opeens een of ander HR-issue op. Dat gaat echt niet, het zou mijn muzikale voorbereiding in de wielen rijden.

Foto: Johannes Fiebig

Naar mijn promovendi toe zou het eveneens slecht voelen – ik zou zelf ook geen promotor willen die eigenlijk met zijn hoofd ergens anders is. In het decennium dat ik hoogleraar ben, zijn er jaren geweest dat ik helemaal geen piano speelde. Naarmate ik ouder werd en me realiseerde dat ik een keer dood zou gaan, dacht ik: nu wordt het tijd om keuzes te maken.’

Wat betekent muziek voor u?

‘Daar kan ik niet zo concreet antwoord op geven… ik voel gewoon… dat zit heel diep bij mij.’

Dieper dan de wetenschap?

‘Ja.’

Hoe voelt u dat dan?

‘Muziek komt echt vanuit mijn kern, voor mij benadert het de essentie van het leven. Het heeft iets… tijdloos. Muziek heeft de eeuwen overleefd. Afgelopen weekend gaf ik een concert in het schattige kerkje van Velp. Na afloop waren de mensen ontroerd, ikzelf ook. Met wetenschap is me dat nog nooit gebeurd.’

Eigen voorstellingen

Concerten zijn nieuw voor de hoogleraar. Als jonge conservatoriumstudent speelde hij weleens voor publiek, daarna niet meer. De voorbereidingen op eigen voorstellingen zijn dan ook erg spannend. Voor het concert in Velp was hij anderhalf jaar bezig met de voorbereidingen: de juiste violist en cellist vinden met wie hij wilde optreden, eigen bewerkingen  maken van verschillende stukken van Bach, zijn favoriete componist. En dan repeteren en hopen dat het werkt.

‘Het concert ging echt heel goed’, verzucht hij met een tevreden blik. Vanzelfsprekend was dat niet, want het optreden viel op een van de heetste dagen van het jaar, zaterdag 27 juni (de temperatuur liep op tot 38 graden). Bijna alle evenementen in het land werden afgezegd. De week vooraf had hij dagelijks contact met de mensen van de kerk, gelukkig kwam er op de ochtend zelf een go.

Foto: Johannes Fiebig

‘Het mooie van met beroepsmuzikanten spelen, is dat ze zo vreselijk professioneel zijn. Zo goed mogelijk willen zijn is in de muziek nog altijd de norm. Dat topsportachtige, streven naar het maximaal haalbare, dat vind ik inspirerend. Iedereen loopt tot het laatste moment heen en weer over het podium. De violist vroeg of er geen vloerkleed was. Dat was er, we legden het neer en het geluid was meteen veel beter. Tien minuten voor tijd hebben de violist en de cellist zelfs nog van plek gewisseld, toen klonk het helemaal perfect in dat kerkje.’

Hoe weten de mensen dat er een concert is? Doet u de pr ook zelf?

‘Ja, dat is allemaal nieuw voor me. Zulke dingen heb ik nog nooit gedaan. Ditzelfde Bach-concert gaven we ook in Amsterdam, daar heb ik persoonlijk staan flyeren. Dat was geen succes, overigens. Ik had chat GPT gevraagd op welke plekken ik moest gaan staan en zo een route uitgestippeld. Er klopte echt geen snars van.

Ik deed vroeger nooit iets met sociale media, maar daar ben ik nu ook op gegaan. Het is toch een manier om als muzikant te laten zien dat je er bent. Op YouTube laat ik horen wat ik speel.

Het kost wel veel tijd allemaal, dat heb ik een beetje onderschat. Website bouwen, teksten schrijven, mail beantwoorden, concerten regelen. Ik had eerder dit jaar een Museumjaarkaart gekocht. Wilde kunst gaan bekijken, ter inspiratie enzo. Ik had er een enorm romantisch beeld bij. Nou echt, ik heb nog niks met die hele kaart gedaan.’

Kunst is gewoon hard werken…

‘Ja. En dat moet ik ook nog piano spelen. Ik had gehoopt op drie à vier uur studeren per dag, maar daar zit ik nog lang niet op.’

Wat vindt uw vrouw van de muziek in huis? Behalve het klavecimbel in de keuken staat er een vleugel in de kamer. Alle woonruimtes staan in open verbinding met elkaar.

‘Het was even wennen, maar ze heeft er weinig last van. De vleugel bespeel ik met een koptelefoon op, zij hoort alleen het aanslaan van de toetsen. Roffelen noemen we dat hier thuis. We hebben roffelen en pingelen. Pingelen doe ik op het klavecimbel, dat klinkt veel zachter dan de piano.’

Bach en Rachmaninov

Hij legt zijn vingers op de toetsen, laat het geluid van het instrument horen. Hij doceert over Bach, die al zijn muziekstukken oorspronkelijk schreef voor het klavecimbel, want de piano deed pas later zijn intrede en die heeft de componist nooit gekend.

Toen Leeuwenburgh jong was, was hij het enige kind in de wijde omtrek dat klavecimbel speelde. Erg cool was het niet. Maar het ding stond nu eenmaal bij hem thuis omdat zijn vader het had gekregen van een vriend – en bespeelde. Die vriend had hem ook nog eens helemaal zelf gebouwd.

Foto: Johannes Fiebig

‘Het was een dorpsgenoot die op latere leeftijd besloot het roer om te gooien en klavecimbels te gaan bouwen. Hij reisde een jaar lang door Italië en België om overal oude instrumenten te bestuderen. Hij probeerde ze zelf opnieuw te maken. Dit klavecimbel is door die vriend gebouwd in de jaren tachtig, mijn vader heeft hem mooi geschilderd.’

Leeuwenburgh vindt het een fijne gedachte dat het instrument uiteindelijk in zijn huis is beland. Zijn vader is dementerend en net opgenomen in een verpleeghuis. Verdrietige ontwikkelingen. Maar muziek luisteren kan hij nog. Hoe mooi is het dat Leeuwenburgh junior dat oude klavecimbel af en toe nog in een busje laadt om er ergens in het land een optreden mee te geven?

Welke muziek wilt u absoluut nog spelen?

‘Rachmaninov. Zijn pianoconcerten zijn het allermoeilijkst. Dat grootse, dat vette… dat vind ik echt de ultieme pianomuziek. Of zijn tijdgenoot Scriabin, die de wereld in extase wilde brengen met zijn kunst. Daar ga ik zeker iets mee doen tijdens mijn afscheid als hoogleraar in februari.

Ik heb niet de droom om ooit in het Concertgebouw te spelen, ofzo. Helemaal niet. Wat ik wil, is fijne muziek maken en met anderen delen. Ik heb een waslijst aan muziek die ik nog wil spelen, het zou me meer dan een mensenleven kosten als ik die wil afwerken.’

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!