Zomerinterview (4) met rolstoelbasketbalster Bo Kramer (27): ‘Als topsporter moet je kicken op jezelf kapot maken’

29 jul 2026

Masterstudent Biomedische Wetenschappen Bo Kramer staat aan de top van het internationale Paralympische rolstoelbasketbal. In september speelt ze op het WK in Canada, in januari begint haar promotieonderzoek. ‘Op mijn vijftiende heb ik een jaar alleen maar gebasketbald. Ik werd gillend gek.’

Het is kwart voor zeven ’s morgens en rolstoelbasketbalster Bo Kramer (27) zit op de fiets. Niet buiten, maar binnen, op de raamloze zolder van haar nieuwbouwwoning aan de rand van Zeewolde, waar de wind langs de dakpannen huilt. Deze dag (2 juli) is een van haar weinige vrije dagen deze zomer. De afgelopen acht maanden liep de masterstudent Biomedische Wetenschappen fulltime stage in het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie. Morgen begint haar training voor het IWBF Wereldkampioenschap, in Canada in september. Nog een half uur fietsen, dan volgt anderhalf uur krachttraining.

Negen gouden medailles

Sinds Kramer in 2014 toetrad tot het nationaal team domineren de Nederlandse rolstoelbasketbalsters het internationale toneel, met vijf keer goud op het EK, twee keer goud op het WK en twee keer goud op de Paralympische Zomerspelen. De Paralympische finale in Parijs was de moeilijkste wedstrijd uit haar carrière, vertelt ze, terwijl ze de glanzende medaille uit het doosje haalt. ‘Ik was heel zenuwachtig en onzeker. Ga jij met trillende handen maar eens een bal door een ring schieten. Dat gaat niet. Die bal schoot alle kanten op. Ik dacht, what the fuck ben ik aan het doen?’

Rolstoelbasketballer Bo Kramer. Foto: Bert Beelen
Rolstoelbasketballer Bo Kramer. Foto: Bert Beelen

‘Meestal scoor ik zo’n twintig punten per wedstrijd. Na de eerste helft had ik er twee. In de rust ben ik uit mijn plaat gegaan tegen mezelf. “Je gaat verdomme nu normaal doen. Er zit dertigduizend man op de tribune, maar jij zit als een zoutzak te spelen. Laat zien wat je kan!” Toen heb ik in het derde kwart dertien punten gemaakt en in het vierde kwart weer. Ik vind het interessant hoe je de samenwerking tussen je lichaam en je brein kunt opfokken. Als ik fit ben kan ik toch superslecht spelen, als het mentaal niet goed zit.’

Tumor

Kramer groeide op in een sportfamilie. Haar ouders volleybalden in de eredivisie. ‘Op zaterdagochtend werden mijn tweelingzus en ik in de sporthal gedropt. Ik was een bijdehand kind, voetbal was mijn uitlaatklep. Maar ik ben sport pas echt gaan waarderen toen het niet meer kon.’

Op haar tiende werd na een blessure een tumor op haar rechterscheenbeen ontdekt. Negen operaties waren er nodig om de botkanker te bedwingen. Vijf jaar lang zat ze op de reservebank van haar eigen leven.

‘Ik ben snel volwassen geworden. Ik heb één nacht gehuild, ik dacht dat ik doodging. Maar toen duidelijk werd dat het geen knetteragressieve vorm was, is de knop omgegaan. Dan ga ik beter worden ook. Ik was blij als ik naar school kon, en ik vond die operaties interessant. Ik kreeg een stukje tumor mee, en de plaat die in mijn scheenbeen had gezeten. Na mijn grote operatie moest ik opnieuw leren lopen. De groep-8 eindmusical wilde ik staand kunnen doen. Dat is gelukt. Zodra ik afliep ging ik achter de coulissen gauw in mijn rolstoel zitten.’

Voelde je geen angst of verdriet in die jaren?

‘Dat heb ik volledig uitgezet. Je kan heel bang zijn en verdrietig, maar zeuren of er iets van vinden heeft geen nut. Als je beter wil worden, moet je door – dat heb ik op de harde manier geleerd. Ik heb altijd gezegd dat die ziekte me niet zo veel had gedaan, maar uiteindelijk loop je tegen een muur en ontdek je dat je toch een trauma hebt opgelopen. Want in het ziekenhuis zijn dingen gebeurd die niet fijn waren.’

 

 

‘Mijn hele scheenbeen was eruit gehaald en vervangen voor mijn linker kuitbeen. De dag na de operatie – ik had nog geen centimeter bewogen, want ik had superveel pijn – komt de dokter en die begint dat verband eraf te knippen. Ik heb het hele ziekenhuis bij elkaar gegild. Mijn moeder is flauwgevallen. Daar hebben ze volledig mijn autonomie afgepakt. Ze hebben niet naar mijn geschreeuw geluisterd en zijn gewoon doorgegaan. Sindsdien is er in mij een knopje omgegaan. Die autonomie en controle ga ik nooit meer weggeven.’

‘Het is een snel spel, je mag een beetje rammen en rauzen, soms vliegen er mensen en rolstoelen over het veld’

‘Het vertrouwen in mijn lichaam heeft ook een knauw gekregen. Er zijn tumorcellen achtergebleven, dat heb ik altijd een eng idee gevonden. Door te sporten en zo gezond mogelijk te leven, maak ik in mijn hoofd de kans zo klein mogelijk dat ik opnieuw ziek word.’ 

Dacht je na je laatste operatie: ik ga mijn leven in een rolstoel doorbrengen?

‘Nee, de dokters waren ervan overtuigd dat ik er geen beperking aan over zou houden. Maar ik had zo veel pijn. Sinds mijn operaties kan mijn enkel alleen nog maar op en neer. Mijn voet afwikkelen gaat moeilijk. Valide sport was geen optie meer.’

Op de Paralympische Talentdag ontdekte je het rolstoelbasketbal.

‘Het was liefde op het eerste gezicht. Het is een snel spel, je mag een beetje rammen en rauzen, soms vliegen er mensen en rolstoelen over het veld. Op mijn vijftiende ben ik naar de topsportopleiding op Papendal gegaan.’

 Je zit nu twaalf jaar in het vak. Leid je als Paralympisch sporter een ander leven dan Olympische sporters?

‘Nee, we krijgen hetzelfde salaris en trainingsfaciliteiten als een Olympische sporter. Het grootste verschil is dat er bij Paralympische sport minder concurrentie en doorloop is. Theoretisch gezien kun je makkelijker aan de top komen. Als ik stop, staan er niet nog zes Bo Kramers in de rij om mij te vervangen. Dat betekent dat je soms niet met de allerbeste spelers op een veld kunt staan. Maar je moet wel functioneren als team, dus als je dat voor elkaar krijgt is het mooi.’

Voel je je anders bejegend dan een valide sporter?

‘Er zijn mensen die zeggen: wat jullie doen is nog knapper dan Olympische sport. Dat vind ik bullshit. Wie zegt dat jij geen tegenslag hebt overwonnen? Het geklaag over het gebrek aan media-aandacht vind ik ook slappe hap. Hoe kunnen wij verwachten dat 18 miljoen Nederlanders gaan kijken naar rolstoelbasketbal, terwijl zij mensen in een rolstoel raar vinden? Het ziet er toch ook gek uit? Ik ben ervan overtuigd dat als mensen eenmaal weten wat het rolstoelbasketbal is, ze het supervet vinden.’

Wat moeten wij weten over rolstoelbasketbal?

‘Allereerst dat wij geen geestelijke beperking hebben. Sommige mensen verwachten dat je bijna kwijlend over het veld gaat.’

Rolstoelbasketballer Bo Kramer. Foto: Bert Beelen
Rolstoelbasketballer Bo Kramer. Foto: Bert Beelen

‘Ten tweede is rolstoelbasketbal veel tactischer. Valide basketbal is heel zijwaarts spel, je kan makkelijk om een persoon heenlopen. Bij een rolstoel is dat lastiger, dus wij moeten goed samenwerken. Maar het spelletje blijft hetzelfde. De basket hangt even hoog en het veld is even groot. Wij kunnen alles wat een valide speler doet.’

Droog: ‘Behalve dunken, want mijn stoel heeft helaas geen springveer.’

Die rolstoel lijkt me vriend en vijand tegelijk.

‘Het is dubbel inderdaad. Het is mijn vrijheid op sportgebied, maar daarbuiten vind ik het een drempel, want de wereld is niet ingericht op mensen in een rolstoel. Het dagelijks leven kan ik zonder rolstoel doen. Een uur lopen is prima, een uur staan wordt lastiger. Als ik een dag ga shoppen neem ik de rolstoel mee, maar dat roept vragen op. Mensen begrijpen niet dat ik soms kan lopen, en soms niet. Of ze gaan tegen mijn vriendin praten over mij.’

Wat doe je in zo’n geval?

‘Dan zet ik ze voor het blok en zeg ik: “hallo, ik kan zelf praten”. Je hoeft je nek niet te verdraaien omdat ik er in mijn rolstoel anders uitzie dan jij.’

Stalen kooi

Op zolder toont de student het krachtstation waar ze dagelijks traint. In deze stalen kooi bepaalt zij de regels, maar vecht ze ook elke dag tegen de pijn. ‘Ik ben breed van boven, maar mijn benen zijn smal. Ik kan ze niet echt trainen, vanwege de pijn. De plaat in mijn been ligt heel dicht tegen mijn huid. Toch ben ik onlangs begonnen met hardlopen. Ik wil altijd de grens opzoeken. Mijn krachttrainer zegt altijd: “Bo, jij bent niet goed bij je hoofd. Pijn vind jij fijn. Als iets niet zwaar is of geen pijn doet, dan wil je het niet doen”.’

Met een lach: ‘Ik denk dat je als topsporter moet kicken op jezelf kapot maken, anders vind je dit niet leuk.’

‘Je moet soms grenzen overschrijden om een wedstrijd te winnen, maar seksuele grenzen hoef je niet over’

Is topsport een manier om de gevolgen van je ziekte te hanteren?

‘Voor een deel zeker, want in de sport kan je ook lekker doorrammen en weinig voelen. Als ik stilzit voel ik me nutteloos. Ik heb moeten leren om af en toe op de bank te liggen.’

Waarom moest je dat leren?

‘Omdat ik twee keer gigantisch onderuit ben gegaan. De eerste keer was in 2020, tijdens corona. Tokio werd een jaar verschoven, er werd niet meer gezamenlijk getraind. Zodra ik me inspande werd ik misselijk. Twee jaar geleden gebeurde hetzelfde. Met behulp van psychologen heb ik geleerd om te voorkomen dat ik overtraind raak. Was dat leuk? Nee. Maar soms moet ik afgeremd worden.’

Hoe uit zich dat in je privéleven?

Mijn planning is heilig, ik heb het liefst alles weken vooruit vaststaan. Als ik op zondag vraag aan mijn vriendin wat we donderdag gaan eten, zie ik haar ogen rollen. Soms moet het hele huis aan kant, want dan zit het in mijn hoofd ook rustiger.’

Vier jaar is Kramer nu samen met haar vriendin. De verf in hun nieuwe koophuis is net droog, onlangs deelde ze op Instagram hun verloving. Internationale queer platforms roemen haar als poster girl van de regenbooggemeenschap. Die rol verkiest Kramer niet. ‘Queer, lesbisch, ik krijg jeuk van al die termen. Ik heb moeten leren dat het belangrijk is dat er mensen voorop staan in deze beweging. Maar als we iedereen lekker laten doen wat hij wil, is die hele Pride niet nodig.’

Je hebt geen behoefte aan de steun van zo’n veilige gemeenschap?

‘Mijn hele omgeving is supportive. Iedereen op straat denkt dat ik een jongen ben. Als ik hand in hand loop met mijn vriendin, is er niemand die opkijkt.’

WK in Canada

In april 2026 zegde de Nederlandse Basketbalbond het lidmaatschap van bondscoach Gertjan van der Linden op, nadat veertien speelsters van het nationaal damesteam een klacht over hem hadden ingediend wegens (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Kramer werkte vanaf haar vijftiende samen met deze coach, maar over de impact van zijn daden wil ze geen woorden vuilmaken. ‘Dat gun ik hem niet.’

Bo Kramer in Zeewolde. Foto: Bert Beelen
Bo Kramer in Zeewolde. Foto: Bert Beelen

In september speel je op het WK in Canada. Hoe schat je jullie kansen in?

‘Het gaat moeilijk worden, want de concurrentie komt hard dichtbij, zeker vanuit Amerika. Nu met een nieuwe coach moeten we aan elkaar wennen. Dat is niet erg, en we zijn nog steeds heel goed, maar het moet wel op zijn plek gaan vallen.’

In januari begint je promotieonderzoek.

‘Ik heb altijd geweten dat ik maatschappelijk carrière wilde maken. Sommige sporters zeggen: als ik stop val ik in een zwart gat en heb ik niks. Dat gaat mij niet gebeuren. Want ik weet al wat mijn volgende droom is: het kinderkankeronderzoek ingaan.’

‘Sommige oud-sporters worden van die bolletjes pretvet, ik hoop niet dat dat mijn toekomst wordt’

‘Er is onlangs ontdekt dat er micro-eiwitten bestaan die mogelijk essentieel zijn in het ontstaan van bepaalde soorten kanker. Ik ga deze eiwitjes bekijken in darmkanker. We halen tumorcellen uit een patiënt en daar gaan wij een zelfgroeiende tumor van creëren waar we testen op kunnen doen. Gewoon een beetje klieren met het DNA van die cellen, zodat ik hopelijk over een paar jaar een eiwit heb ontdekt dat misschien een aanknopingspunt kan zijn voor een therapie of medicatie.’

In het lab zit je straks de hele dag stil.

‘Klopt, maar ik zie mijn studie ook als topsport. Je mag geen seconde verslappen. Op het lab ben je elke dag aan het nadenken wat de volgende stap wordt als iets niet werkt.’

Kramer schiet in de lach. ‘Toen ik op mijn zestiende naar Papendal verhuisde heb ik een jaar alleen maar gebasketbald. Ik werd gillend gek, ik raakte hersendood. Bij het analyseren van wedstrijden hoef je echt niet je IQ te gebruiken.’

Wat ga je niet missen als je stopt met topsport?

‘Dat als ik me niet lekker voel of heel moe ben, ik toch moet trainen. Op belangrijke momenten voor de familie ben ik er nooit. Ik merk dat het me soms tegen gaat staan, dat ik denk: moet ik weer? Waar ligt de uitdaging nog? Dat gezeik met die coach heeft niet meegeholpen. Op een gegeven moment denk je: het is makkelijker om te stoppen. Ik wil een gezinnetje, het leven gaat door. Stoppen op het hoogtepunt lijkt me cool.’

Kun je er wel tegen als je lichaam langzaam verslapt?

‘Sommige oud-sporters worden van die bolletjes pretvet, ik hoop niet dat dat mijn toekomst wordt. Ik blijf sporten, anders word ik knettergek.’

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!