Zomerinterview (6) met Hans de Kroon, de ecoloog die verklaarde waarom je geen vliegjes meer van je autoruit hoeft te wassen (omdat ze er bijna niet meer zijn)

12 aug 2026

Hij wordt niet somber van slecht nieuws over de natuur. Hans de Kroon, de ecoloog die tien jaar geleden de dramatische afname van het aantal insecten wereldkundig maakte, zegt anders in elkaar te zitten. 'Ik wil laten zien hoe het ook kan', aldus de hoogleraar aan de vooravond van zijn afscheid van de Radboud Universiteit. 'In de Ooijpolder zie je dat de natuur opbloeit, tegen de verdrukking in.'

Toen hij als achttienjarige begon aan zijn studie biologie, had Hans de Kroon nooit kunnen bedenken hoe actueel zijn vakgebied zou worden. Het woord biodiversiteit was nog niet uitgevonden, behalve een handjevol ecologen waren er weinig mensen met de natuur bezig. Het was in de tijd dat je na een lange autorit de vliegjes nog met een spons van je voorruit moest wassen.

De ontdekking dat de hoeveelheid vliegende insecten dertig jaar later met driekwart was afgenomen, zou in 2017 zijn meest opzienbarende bijdrage aan de wetenschap worden. ‘Dat beeld van die beestjes die niet meer op de autoruit zaten, sprak meteen aan’, vertelt hij tijdens een wandeling in de Ooijpolder. ‘Het ging bij mensen onder de huid zitten. Iedereen voelde wel aan dat er iets niet pluis was.’

Ooijpolder als laboratorium

Om zijn nek hangt een verrekijker. Die neemt hij altijd mee tijdens een struintocht. De Kroon kijkt graag naar vogels. De bruine kiekendief, de sperwer met zijn mooie gestreepte borst. Hij fotografeert ook graag. Liefst kwetsbare, kleine plantjes die kranig standhouden in hun omgeving. Met een macrolens.

‘Ik ben niet zo iemand die alle namen van plantjes kent’, zegt hij enigszins verontschuldigend. ‘Dat heeft niet met leeftijd te maken, hoor, ik heb daar nooit een geheugen voor gehad.’

67 jaar is hij, en sinds het begin van de zomer krijgt hij maandelijks AOW op zijn bankrekening gestort. Collegezalen zal de emeritus-hoogleraar nog weinig van binnen zien, des te meer tijd is er om naar buiten te gaan.

‘Ik ben niet zo iemand die alle namen van plantjes kent’

De Ooijpolder is het grootste laboratorium dat hij ooit tot zijn beschikking had. ‘Living labs’ heet zijn levenswerk: hier tussen de weilanden, de stuwwal en de rivier werkte hij met ontelbaar veel partijen aan het vergroten van de biodiversiteit. En met succes.

Een ‘patrijzenakker’ noemt u het veldje waar we nu naast staan. Ik zie hoog gras en gele bloemen. Is dat speciaal ingezaaid voor de patrijs?

‘Ja. De patrijs is een boerenlandsoort waar het slecht mee gaat en die maar niet wil opknappen. Dit soort plekken heeft hij nodig om te broeden en zich te verstoppen. Er is voldoende voedsel, het werkt heel goed. De boer die eigenaar is van deze grond, mag hier niet zomaar maaien.’

En u telt hoeveel patrijzen hier zijn en met hoeveel dat aantal toeneemt?

‘Dat doen vrijwilligers, ik doe dat niet zelf.’

Hans de Kroon. Foto: Duncan de Fey

Met de boer aan tafel

Al zo’n tien jaar is een groot deel van de polder naast Nijmegen het onderzoeksgebied van De Kroon. Behalve de patrijzenakker zijn poeltjes aangelegd waar onder meer salamanders op af komen. Stroken met bloeiende kruiden wisselen ouderwetse maïsakkers en aardappelvelden af – de bloemen trekken nieuwe insecten aan. De Nijmeegse ecoloog was initiatiefnemer van een onderzoeksproject om het succes van de Ooijpolder in kaart te brengen en ervan te leren.

Hoe krijg je boeren zover dat ze samenwerken met wetenschappers? Ze moeten er kostbaar akkerland voor uitlenen.

‘Met geduld. Dat zijn processen die niet in een half haar bekeken zijn. Je moet bij de boeren aanschuiven aan de keukentafel. Uitleggen wat je van plan bent, interesse tonen in hun bedrijf, vragen wat zij van het landschap vinden en waar ze trots op zijn. Tiny Wigman van de stichting ViaNatura heeft hier een grote rol in gespeeld, zij begeleidt dit soort veranderingsprocessen op het platteland. Je moet er ook voor zorgen dat de financiële kaders kloppen. Een boer die zijn land beschikbaar stelt voor een patrijzenakker, krijgt daar een vergoeding voor van de overheid. Daar maakt hij geen winst op, maar hij moet ook geen verlies lijden.’

Helpt het bij het winnen van het vertrouwen dat u zelf opgroeide op een boerderij?

‘Dat denk ik wel. Het scheelt als je weet hoe het boerenbedrijf werkt en welke taal er gesproken wordt.’

De link met pesticiden

Terwijl kleine kikkertjes in het gras voor onze voeten wegschieten, vertelt De Kroon over zijn jeugd in West-Brabant. Zijn vader runde de boerderij van een grote broedergemeenschap in Oudenbosch. Het was een gemengd bedrijf, met zo’n 25 koeien. De jonge Hans vond het leuk om op de tractor te rijden en plukte aardbeien als bijbaantje, maar was niet bijzonder geïnteresseerd in het boerenbestaan. Omdat hij goed was in exacte vakken, maar niet precies wist wat hij wilde worden, ging hij maar biologie studeren in Utrecht.

‘Pas toen we met een docent het veld in gingen, zag ik welke planten er allemaal groeiden. Ik had daar nooit oog voor gehad. We bestudeerden ook de bodem, waar allerlei beestjes in zaten. Zo ben ik geleidelijk dit vakgebied ingerold. Het was niet vooraf geregisseerd.’

De Kroon hield van het statistische werk én van het experimenteren met plantjes. Docenten adviseerden hem een van die twee paden op te gaan, en ze niet te combineren. Hij kon beter in één ding goed worden, vonden zij. De Kroon was eigenwijs en specialiseerde zich in beide. ‘Tot op de dag van vandaag denk ik dat je ze voor gedegen onderzoek allebei nodig hebt.’

‘Pas toen we met een docent het veld in gingen, zag ik welke planten er allemaal groeiden. Ik had daar nooit oog voor gehad’

Het ultieme bewijs was de insectenstudie die bijna tien jaar geleden zo veel stof deed opwaaien. Data, modellen en berekeningen waren daarin van cruciaal belang. De Kroon en zijn Nijmeegse promovendus Caspar Hallmann hadden in 2014 al een artikel gepubliceerd in wetenschapsblad Nature waarin ze de afname van insectenetende zangvogels als de veldleeuwerik, de boerenzwaluw en de gele kwikstaart linkten aan pesticiden. Ze hadden daarvoor onder meer data van Sovon en gegevens van de waterschappen over de vervuiling van het oppervlaktewater gekoppeld.

‘We gingen er al wel vanuit dat er minder insecten moesten zijn die als voedsel dienden voor die vogels, maar konden dat niet aantonen. Tot daar opeens de Duitsers in onze deuropening verschenen.’

‘De Duitsers’ was een groep entomologen uit Krefeld die zich meldde naar aanleiding van de publicatie in Nature. De Oosterburen zeiden al 27 jaar met Deutsche Gründlichkeit de hoeveelheid insecten in 63 verschillende natuurgebieden te meten. Ze vingen de beestjes in vallen en documenteerden alle gegevens. Ze waren meer dan bezorgd over de zichtbare achteruitgang, waar ze zelf ook al eens over aan de bel hadden getrokken, maar zonder effect. Nu wilden ze graag samenwerken met de Nijmeegse onderzoekers.

‘Op basis van hun data hebben we een wetenschappelijke analyse gemaakt. De uitkomst was echt schrikbarend: ruim 75 procent van de vliegende insecten bleek in 27 jaar tijd verdwenen.’

De universiteit verspreidde een persbericht over de conclusies en al snel hing Maarten Keulemans, wetenschapsjournalist van De Volkskrant aan de lijn. ‘Die was helemaal van de kaart’, aldus De Kroon.

Hij zou niet de laatste zijn. Media waren er als de kippen bij om het nieuws te brengen. De Nijmeegse ecologen stonden de volgende dag op de voorpagina van NRC en schoven aan bij De Wereld Draait Door. ‘Caspar Hallmann en ik verdeelden de taken. Doe jij CNN? Dan pak ik BBC. Het was een compleet idiote situatie.’

De Ooijpolder. Foto: Duncan de Fey

Waren de bestrijdingsmiddelen de boosdoener?

‘Die zaten wel in de verdachtenbank, en flink ook, maar inmiddels zijn we tien jaar verder en weten we dat er niet één oorzaak is. Wat in elk geval opvalt, is dat de natuurgebieden die we in kaart hebben gebracht in Duitsland en later ook in Nederland, allemaal omringd worden door landbouwgebied. We denken dus zeker dat stikstof en pesticiden een rol spelen. Maar het is een combinatie van factoren. Het verlies van habitat heeft ook invloed. We zien hier in de Ooijpolder dat als je weer ruimte maakt voor natuur, de insectenstand meteen opveert.

De afname van wilde bloeiende planten en de achteruitgang van het aantal insecten hebben ook met elkaar te maken, die twee gaan samen op. Maar we kunnen niet precies zeggen wat de oorzaak van wat is.’

Hoe verklaart u die enorme schokgolf die het nieuws teweegbracht?

‘Dit bericht raakte het gevoel van mensen. Ze herkenden ook wat we schreven. Zo van ‘dit klopt, want ik heb het zelf ook gezien’. Geen vliegjes meer op de voorruit… Er was echt iets aan de hand en we voelden allemaal aan dat zo’n grote afname van het aantal insecten niet in ons voordeel was en dat er iets moest gebeuren.’

Wat gebeurde er?

‘Ons unique selling point als wetenschappers was natuurlijk dat we conclusies brachten waar niemand nog omheen kon. Er kwamen discussies op beleidsniveau en kort na het verschijnen van onze insectenstudie zijn vier belangrijke soorten van neonicotinoïden, het landbouwgif waar we in 2014 over hadden gepubliceerd in relatie tot de weidevogels, verboden in Europa. Dus ja, toen hadden we toch wel wat bereikt.’

Ook winst: er kwam meer draagvlak, het Deltaplan Biodiversiteitsherstel met inmiddels 90 partners werd opgericht, waar projecten als de living labs in de Ooijpolder uit zijn voortgekomen. De bereidheid onder gemeentes, natuurorganisaties, waterschappen en boeren om mee te werken nam toe.

Versterking van dijken

Onder de brandende zon lopen we over een boerenlandpad. De afgelopen jaren werden in het gebied dat De Kroon kent als zijn broekzak verschillende routes uitgezet zodat wandelaars kunnen zien wat hier gebeurt. Een landschap dat wordt doorbroken door hagen en bloemen spreekt meer aan dan een aaneenschakeling van weilanden. Hier en daar staan bordjes, zoals bij de patrijzenakker, om het publiek uit te leggen wat er wordt gedaan om de biodiversiteit te vergroten.

Hans de Kroon wijst naar de bodem. Die is droog. Maar daar gaat het hem niet om. Hij wil uitleggen hoe de wortels van planten zich gedragen. Ook daar deed hij tijdens zijn jaren aan de Radboud Universiteit veel onderzoek naar.

‘Het stukje waar we nu staan, is niet zo lang geleden aangelegd. Het is een bloemstrook. We bestuderen hoe al die verschillende soorten het met elkaar uithouden. Je zou denken dat ze elkaar verdringen met hun wortels en dat dan de sterkste overblijft. Maar dat is niet zo. Kijk naar graslanden waar tientallen soorten al honderden jaren bij elkaar staan, zonder dat de ene soort de andere eruit knikkert.’

‘Je zou denken dat planten elkaar verdringen met hun wortels en dat de sterkste overblijft. Maar dat is niet zo’

Om het gedrag van wortels beter te kunnen volgen, bouwde hij op de Nijmeegse campus een wortellab. Het is een tunnelkas waar biologen experimenten doen met verschillende soorten. ‘Wat we zagen, is dat de ene plant de andere niet gaat verdringen, maar dat ze allebei meer wortels maken. Ze gaan niet de diepte in, ze verknopen hun wortels in de bovenste grondlaag. Die laag wordt daardoor veel sterker.’

Dat was een game changer. En een opstapje naar de gedachte dat dijken vol bloemen, die hartstikke leuk zijn om naar te kijken, minstens zo sterk zijn als dijken met alleen maar gras. De Nijmeegse biologen zochten contact met de waterschappen om hun inzichten te delen. Achter het Huygensgebouw op de Nijmeegse campus bouwden ze minidijken waar ze met verschillende zadenmengsels experimenteren om tot de stevigste wortellaag te komen.

‘We hebben langs de Maas bij Balgoij een enorme golf water over een stuk bloemrijke dijk gestort om de sterkte te testen. En de dijk hield stand. Uiteindelijk zei de directeur van het Hoogwaterbeschermingsprogramma: “Weet je wat? Dan moet dit maar de nieuwe standaard worden.” Die uitspraak heb ik – bij wijze van spreken – ingelijst en boven mijn bureau gehangen.’

Nederland telt zo’n 17.000 kilometer aan dijken, dus er is genoeg te doen. De biodiversiteit zal de grootste profiteur zijn van het Future Dikes-project, zoals het officieel heet. De Kroon: ‘Maar het ziet er ook gewoon mooi uit.’

Hans de Kroon op een boerenlandpad. Foto: Duncan de Fey

Méér dan dood en verderf

De harde grond waar we inmiddels op staan, ligt een stuk lager dan de omliggende weilanden. Hier is dertig centimeter bodem afgeschraapt, vertelt de hoogleraar. Het was zwaar bemeste landbouwgrond, in de voedselarme laag die ontstond is maaisel ingebracht van bestaande bloemenrijke weilanden. Ook al is het kurkdroog en hoogzomer, hier bloeien nog steeds bloemen, waaronder het paarsblauwe knoopkruid en witte wilde peen.

‘Prachtig toch? Ik neem hier vaak mensen mee naartoe. Heb IJslandse en Australische filmploegen rondgeleid om te laten zien hoe het ook kan. Ik wil niet alleen maar verhalen vertellen over dood en verderf en achteruitgang en ellende.’

Waarom niet?

‘Omdat het niet werkt. Daarmee krijg je mensen niet in beweging. Je ziet hier dat de natuur opbloeit, tegen de verdrukking in.’

Tegelijkertijd verdwijnen er soorten. Wordt u daar nooit somber van?

‘Nee, zo zit ik niet in elkaar. Het wordt nooit meer zoals het was, maar we zien nu al een glimp van de biodiversiteit die er aan komt. Wetenschappers mogen best wat meer focussen op de toekomst. Het lastige is dat dat ook gevaarlijk is. Als je zegt: “kijk, de natuur doet het hier weer goed” weet je al dat er stikstofontkenners klaarstaan om te reageren met “zie je wel, er is helemaal geen probleem”.’

Net als de een groot deel van Nederland gaat hij deze zomer met vakantie. Maar niet in een Boeing. Vliegen botst met zijn principes, hij vindt het simpelweg te vervuilend. Congressen die niet bereikbaar zijn per trein of auto, mijdt De Kroon al een paar jaar. ‘Mijn vrouw en ik gaan volgende week met een camper op vakantie’, zegt hij. ‘We tanken zo schoon mogelijke diesel. In Europa zijn ook genoeg mooie plekken. Net als in ons eigen land.’

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!