Zomerinterview (7) met hoogleraar Paul van der Velde: ‘Mensen denken vaak dat ik een boeddhist ben’

25 aug 2026

Toen hij begon aan zijn studie, was India in trek bij jongeren die smachtten naar het aards paradijs. Als hoogleraar Boeddhisme en Hindoeïsme doken Boeddha's op in tuincentra. Voor Paul van der Velde werden Aziatische religies zijn leven, en dat verandert niet na zijn emeritaat. 'Toen ik voor het eerst in India was, voelde ik meteen: dit is het.'

Maandag is geel, dinsdag beige met zwart. Vandaag, woensdag – de dag waarop we elkaar spreken – is groen. Voor hoogleraar Paul van der Velde (67) hebben alle dagen van de week een kleur. En alle kleuren klinken anders. Het glas met gele aanmaaklimonade op tafel maakt in zijn beleving een brommend geluid. Hij doet het na. ‘’Zzzzzz.”

Van der Velde heeft synesthesie, waardoor zijn zintuigen op een bijzondere manier samenwerken. Luistert hij naar Vivaldi of Bach, dan ziet hij er prachtige kleuren, vlakken en lijnen bij. Die lopen als een soort ondertiteling door zijn beeld.

Pas toen hij een paar jaar geleden natuurkundige Robbert Dijkgraaf op tv hoorde vertellen over zijn synesthesie, dacht hij: dat heb ik ook. Tot die tijd ging hij ervan uit dat het normaal was. Maar het bleek een neurologisch verschijnsel dat naar schatting bij slechts 2 tot 4 procent van de bevolking voorkomt.

Als u naar kunst kijkt, komt dat dan anders binnen dan bij mij?

‘Wellicht, ja. Kleuren kunnen vloeken, dat klinkt voor mij als een dissonant. Mijn partner en ik adviseren weleens mensen op het gebied van kleding. Ik weet dat een outfit klopt als ik een harmonie hoor van de geluiden die de kleuren samen maken. En bij mij kunnen smaken ook kleuren hebben.’

Is dat niet storend?

‘Totaal niet. Sterker, ik vind het zelfs zeer aangenaam. Maar ik weet ook niet beter. Er zijn mensen bij wie de kleuren dwars door hun gezichtsveld lopen, ik kan me voorstellen dat die daar wel last van hebben.’

Geen opvolger

Voor Van der Velde was de kennismaking met het begrip synesthesie een eye opener. Opeens keek hij anders aan tegen een fenomeen als aura’s kunnen zien. Het lijkt hem niet uitgesloten dat er mensen zijn die lichaamswarmte daadwerkelijk kunnen waarnemen in verschillende tinten.

‘Waarom niet?’ Hij kent iemand, vertelt hij, die ook synesthesie heeft en een Achterhoeks en Twents accent kan onderscheiden door naar de kleur van de klanken te kijken. Van der Velde wil er maar mee zeggen dat we de wereld allemaal anders zien. ‘Mensen die alleen maar kleurenblind zijn, hebben al een andere perceptie van de dingen om ons heen.’

‘Ik heb, wat ze in Azië zeggen, een koel hart’

Dertig jaar lang was hij de eerste en enige hoogleraar Boeddhisme en Hindoeïsme op de Radboud Universiteit. En voorlopig ook de laatste, want een opvolger is er niet. Dat vindt hij jammer, omdat studenten die religiestudies gaan studeren, volgens hem ook onderwezen moeten worden in Aziatische religies. Bovendien valt het onderwijs in de vier talen die hij gaf nu ook weg. Tegelijkertijd is hij er de mens niet naar om zich er al te druk over te maken.

‘Ik heb, wat ze in Azië zeggen, een koel hart’, zegt hij terwijl zijn partner Godfried Beumers een punt Limburgse vlaai serveert. ‘Dat klinkt in onze taal negatief, maar het betekent dat je niet snel van je stuk te brengen bent. Zelf spreek ik liever van een kalm hart.’

Paul van der Velde thuis, bij een van zijn beelden. Foto: Duncan de Fey
Paul van der Velde thuis, bij een van zijn beelden. Foto: Duncan de Fey

Zijn woonkamer staat vol met kleurrijke beelden die in zijn synthestetische hoofd wel moeten klinken als een uitbundig fanfareorkest. Ook daar heeft hij geen last van, zegt hij. Een bureau dat zo rood is dat het lijkt te branden, staat middenin de ruimte, en juist daaraan zit hij graag rustig te schrijven.

Op de zeventiende verdieping van het Erasmusgebouw was zijn werkkamer jarenlang een bezienswaardigheid. Honderden beelden stonden op elkaar gepropt in de ruimte van slechts een paar vierkante meter groot. Een stel Aziatische goden hield op de gang de wacht. Een deel van de kunstwerken die Van der Velde hoogstpersoonlijk verzamelde, is deze week toegevoegd aan zijn thuiscollectie. Een ander deel gaat naar Museumpark Oriëntalis, zodat andere mensen er ook van kunnen genieten. En o ja, omdat zijn huis nu eenmaal een beperkte grootte heeft.

‘Alle beelden zijn me even dierbaar’, vertelt hij. ‘Ze hebben ook allemaal een eigen verhaal.’

Voordat hij hoogleraar werd, voorzag hij kunsthandelaren en veilinghuizen van beschrijvingen van beelden die werden aangekocht. Hij had er als Aziëkenner verstand van, was een liefhebber. Zo kwam hij onder meer aan de mansgrote Birmese Buddha uit de achttiende eeuw die nu bij hem in de kamer staat. ‘Toen ik genoeg geld had, kon ik hem zelf kopen.’

Esthetiek van India

Paul van der Velde reisde in zijn leven meer dan negentig keer naar Azië. De eerste keer was hij negentien jaar. De reis was een cultuurshock voor de student die niet veel meer gewend was dan het kleine, Brabantse dorpje Someren waar hij opgroeide. ‘Maar ik voelde wel meteen: dit is het.’

De esthetiek van India had hem eerder al betoverd, als kleine jongen, toen hij in een geschiedenisboek een plaatje zag van de dansende Shiva die later in het Rijksmuseum zou belanden. Het zat hem in de dynamiek en de rust die in één figuur waren verenigd. Het plaatje dook geregeld op in zijn gedachten en bleef hem altijd inspireren.

Na een jaar kunstacademie – ‘ik miste de intellectuele verdieping’ – begon hij aan de studie Indiase Talen in Utrecht. ‘Daar was ik één van de 21 studenten die dat jaar Sanskriet wilden leren. Het was in 1987, in de nasleep van de jaren zeventig en de Bhagwan-hype. Uiteindelijk bleven er van die 21 studenten 3 over ofzo.’

De rest was alleen maar op zoek naar spiritualiteit en het aardse paradijs in plaats van naar wetenschap, en hield het snel voor gezien. Van der Velde dook diep in de oude talen en later, als promovendus bij godsdienstwetenschappen, in de geschiedenis van India. Hij specialiseerde zich in het Hindoeïsme en het boeddhisme. Daarnaast verdiende hij geld als reisleider, iets wat hij tot op de dag van vandaag doet.

‘Ik ben net terug van achttien dagen Mongolië, een mevrouw brak haar heup in de Zuid-Gobi. Ze is uiteindelijk met een helikopter uit de woestijn opgehaald.’

‘De Boeddha’s namen de plek van de tuinkabouters in aan de rand van de vijver’

Van der Velde vertelt het met zijn zelfbenoemde kalme hart. Ja, het was een boel geregel en die vrouw was 85. Maar haar doorzettingsvermogen was indrukwekkend en uiteindelijk kwam het allemaal goed. Hij kijkt er opgewekt bij. ‘Begin september ga ik met een gezelschap naar Nepal, in oktober naar Oost-India.’

De aandacht voor het zenboeddhisme nam in het Westen een grote vlucht in de jaren dat u hoogleraar was. Bij Blokker en Intratuin kon je zelfs Boeddha’s kopen. Wat vond u van die ontwikkeling?

‘De Boeddha’s namen de plek van de tuinkabouters in aan de rand van de vijver. Zo ging het, ja. Ik heb er zelfs nog een boek over geschreven: De Boeddha in het tuincentrum. De buurvrouw van Godfried had er ook een in haar voortuin en ik vroeg haar eens naar de reden. Ze zei dat ze er rustig van werd. Nou, prima toch? Ik heb daar geen moeite mee.

De Boeddhistische monniken in India ook niet trouwens – ik heb er nog nooit eentje zijn beklag over horen doen. Het zijn meestal de belijdende boeddhisten in het westen zelf die daar problemen mee hebben.’

Met het cherry picken?

‘Ja, omdat ze vinden dat het boeddhisme wordt geseculariseerd en mensen er alleen maar uit pikken wat ze kunnen gebruiken. Met meditatie ging het ook zo. Die techniek kwam overgewaaid uit Azië in de jaren zestig en zeventig.

In het boeddhisme is het uiteindelijke doel van meditatie niet dat je er kalm van wordt. Boeddhisten trainen hun geest omdat ze een staat van verlichting willen bereiken, vaak is dat met het doel om wijsheid te ontwikkelen en compassie te voelen met alle levende wezens.

Ontstressen is een bijeffect, en dat bijeffect werd bij ons dominant. Mindfulness ging de hele wereld over. Het mooie is dat daar in het Westen, bijvoorbeeld door het in te zetten bij psychotherapie en medische behandelingen, heel veel onderzoek naar is gedaan. Die wetenschappelijke inzichten reisden weer terug naar Azië.

In Azië hebben de mensen dezelfde problemen met stress als wij. Daar zie je nu ook dat wordt gedacht: meditatie is misschien niet het doel zelf, maar als het de kwaliteit van leven verbetert…’

Paul van der Velde met zijn vijftienjarige raskat, een Abessijn. Foto: Duncan de Fey

120 bruidsschatmoorden

De enige hoogleraar Boeddhisme en Hindoeïsme in Nijmegen liftte mee op de populariteit van India. Hij was een veelgevraagd spreker, schrijver en cursusgever. Tegelijkertijd heeft hij nooit willen bijdragen aan het romantische beeld van een land waar de mensen niet materialistisch zijn en de hele dag zitten te mediteren. Omdat het simpelweg niet klopt, zegt hij.

‘In 1988 verbleef ik voor een langere periode in Delhi. In de krant stond dat in die stad alleen al dat jaar – en het was pas oktober – 120 geregistreerde bruidsschatmoorden waren geweest. Dat heb ik altijd onthouden. Het gaat dan om de familie van de man die de nieuwe bruid doodt omdat háár familie niet genoeg geld meebrengt. Zo’n meisje wordt in haar keuken in brand gezet ofzo, zodat de familie van de bruidegom snel op zoek kan gaan naar een nieuwe schoondochter.’

Akelig, maar gelukkig is het aantal bruidsmoorden inmiddels wel afgenomen. Sterft er nu in India een meisje binnen vijf of zes jaar na het huwelijk, dan wordt dat volgens Van der Velde van alle kanten uitgezocht. ‘Maar ja, de politie kun je ook omkopen…’

Komt hij fanatici tegen die beweren dat het boeddhisme geen dogma’s kent is en dat uit die religie nog nooit een oorlog uit voortgekomen is, dan staat de docent in hem op. Wijst hij op de geschiedenis van Tibet, waar Boeddhistische kloosters zelfs onder elkaar oorlogen hadden. De vijfde Dalai lama vocht in de zeventiende eeuw tegen Bhutan en Tibetanen overvielen en vermoordden ook reizigers langs de zijderoute.

‘Boeddhisten geweldloos? Dat is ‘wishful thinking’ van de westerse esoterie’

Of neem Japan, waar verschillende kloosters een eigen leger hadden en de wapens tegen elkaar opnamen. Dat Boeddhisten geweldloos zouden zijn, noemt hij ‘wishful thinking van de westerse esoterie’. Zenmonniken zegenden de kamikazepiloten in de Tweede Wereldoorlog, geweld tegen vrouwen en verkrachting zijn een diepgeworteld probleem in India, en vrouwen zijn er allerminst gelijk aan mannen.

‘Er zijn natuurlijk heel veel aardige boeddhisten, maar de haat tegen de Rohingya’s in Myanmar wordt toch echt aangevoerd door een monnik, Ashin Wirathu.’

Inidase dans

Dat aan India en het Hindoeïsme en boeddhisme ook negatieve kanten zitten, is de afgelopen decennia ook door de media uitvoerig gebracht. Dat zou weleens de reden kunnen zijn dat het land een stuk minder populair is geworden onder backpackers die smachten naar spiritualiteit, vermoedt Van der Velde. Een tikkeltje cynisch: ‘Die gaan nu naar Zuid-Amerika, want daar kunnen ze Ayahuasca drinken.’

U bent zelf geen boeddhist?

‘Nee, al denken mensen dat vaak. Ik heb wel dingen overgenomen uit het boeddhisme en het Hindoeïsme. Als ik een ruimte binnenkom, zal ik altijd als eerste mijn rechtervoet over de drempel zetten. Dat is een brahmaanse traditie die ik leerde van een Hindoe familie waar ik lang verbleef. Ik zal ook nooit op een drempel gaan staan als dat niet hoeft. Dat heeft te maken met het overbrengen van geluk en ongeluk. Ik heb ook jarenlang Indiase dans gedaan. Kan nog steeds alle handgebaren.’

‘Als ik een ruimte binnenkom, zal ik altijd als eerste mijn rechtervoet over de drempel zetten’

Hij haakt zijn handen in elkaar en beweegt zijn vingers boven het tafelblad: het gebaar voor een wegvliegende parkiet. Daarna een nieuwe vingerchoreografie die de fluit spelende Krishna moet voorstellen. Daarna de god Shiva die op een stier zit. Murugan op een pauw. Ganesha op een muis. Zijn fascinatie voor Aziatische religies en verhalen was altijd méér dan alleen wetenschap. Door te dansen, gaf hij er fysiek vorm aan. Maar hij schildert ook, en draagt graag kleding die hij door zijn vaste kleermaker in Nepal laat naaien.

Bent u dan nog in staat als objectieve wetenschapper naar die religies te kijken?

‘Sommige collega’s zullen vinden dat die belichaming ten koste is gegaan van wetenschappelijke afstandelijkheid. Ik moet nu denken aan Ron Grimes, een voormalige hoogleraar Ritual Studies in Nijmegen. Hij was een heel inspirerende man, een oude hippie met een grote baard. Hij sprak over het concept van stepping in en stepping out.

Eerst word je een observer, dan een participant en daarna een believer. Dat kan allemaal, zo lang je de stappen ook terug weet te zetten en van believer uiteindelijk weer achter je bureau belandt. Daar kun je analyseren en opschrijven wat je hebt gezien. Ik vind dat iets heel wezenlijks.’

Katholiek jongetje

Paul van der Velde voelde nooit de behoefte zich te bekeren tot een andere religie, als is hij in Azië wel in verschillende tradities geïnitieerd. Hij groeide op als katholiek jongetje. Deed eerste communie en vormsel, maar geloofde nooit echt in de kerk. Toch beschouwt hij zijn kerkelijke wortels als een meerwaarde. Omdat hij weet hoe het is om binnen een religieus systeem te leven. Daardoor kan hij zich makkelijker inleven in mensen die in soortgelijke netwerken groot worden.

Op een dag, toen hij al volwassen was, probeerde hij zich uit te schrijven uit de katholieke kerk, om reden van de misstanden binnen het instituut. Om de een of andere reden lukte dat niet, en achteraf gezien was die mislukking een zegen voor zijn carrière.

‘Bij mijn aanstelling als hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (oude naam van de Radboud Universiteit, red.) moest kardinaal Simonis zijn akkoord geven. Die belde naar de hoogleraar Godsdienstfilosofie om te vragen of ik belijdend katholiek was. En of ik geregeld in de kerk kwam. Ik was toevallig net dat weekend naar de Grote Kerk in Den Haag geweest voor een antiekmarkt, dus die hoogleraar kon zeggen dat ik best regelmatig een kerk bezocht voor belangwekkende en oude dingen. Daar hoort antiek toch ook bij?

Simonis heeft ook nog gebeld met de pastoor in mijn dorp Someren. Die man zei: “De familie Van der Velde is een keurig katholiek gezin”. Ik werd aangenomen in Nijmegen.’

Hoogleraar Paul van der Velde. Foto: Duncan de Fey

Theatermaker Godfried Beumers schenkt de ranjaglazen nog eens vol. Hij is al bijna dertig jaar de partner van Van der Velde. Een overeenkomst tussen het katholieke geloof, het boeddhisme en het Hindoeïsme is dat ze geen van allen homoseksualiteit toejuichen. Zijn de hoogleraar en zijn partner samen in Azië, dan zeggen ze dat ze als beste vrienden in hetzelfde huis wonen. Expliciet uitspreken dat ze een liefdesrelatie hebben kan niet, zegt Van der Velde. ‘Terwijl de goede verstaander dan heus wel weet hoe het zit.’

Honderdduizend verzen

In Azië past hij zich aan. In Nijmegen niet, daar heeft hij zich altijd vrij gevoeld om te zijn wie hij is. Zelfs op een katholieke universiteit. ‘Dat ik openlijk gay was en samenwoonde met Godfried, werd zelfs een beetje een uithangbord, had ik het idee. Het ging emanciperend werken. Er kwamen wel eens studenten naar me toe die worstelden met hun identiteit.’

‘Degene die uiteindelijk weg zal vallen uit deze collectie, ben ik zelf’

Hij was op zijn plek in Nijmegen, vertelt hij. Solliciteerde al die jaren nooit naar een andere baan. Zelfs het Erasmusgebouw, waar door collega’s toch veelvuldig over wordt geklaagd, vond hij een heel fijne plek. De verhuizing van Religiewetenschappen valt samen met zijn afscheid. Maar in het nieuwe onderkomen, het Maria Montessorigebouw, krijgt hij als emeritus toch nog weer een klein bureautje. ‘Ik heb nog heel veel scripties af te ronden en de proefschriften lopen nog even door. Komend voorjaar geef ik ook nog een college.’

Daarna zal hij zich storten op het vertalen van grote, epische werken uit het Sanskriet, waaronder de Mahabharata die honderdduizend verzen telt. Gewoon thuis, aan zijn brandweerrode bureau, tussen alle beelden die hij in zijn leven verzamelde.

Glimlachend: ‘Degene die uiteindelijk weg zal vallen uit deze collectie, ben ik zelf.’

De afscheidsrede van Paul van der Velde is op 27 november. Houd de agenda in de gaten voor verdere details.

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!