Zomerinterview (3): Uit Syrië gevluchte student Jan Mustafa wil in Nijmegen vooral anderen helpen

17 jul 2026

Zes jaar geleden moest hij Syrië ontvluchten na kritiek op de overheid. Nu is Jan Mustafa (24) in opleiding tot arts, spreekt hij vloeiend Nederlands, werkt hij als tolk en rijdt hij af en toe nog op de motor. Jezelf verbeteren en anderen helpen, daar krijgt hij energie van. ‘Ik ben kritisch richting mezelf, maar ook zeker richting anderen.’

Een brommend geluid klinkt tussen de gebouwen op het Linneausplein. De uitlaat van een Kawasaki Z750. Donkerblauwe metallic coating, een flinke motor erop – goed voor 120 PK. Met een kleine vaart komt de tweewielige machine het plein opgereden.

De bestuurder stapt af. Handschoenen uit. Helm af. De glimlach van de 24-jarige Jan Mustafa komt tevoorschijn.

Jan Mustafa op de rotonde bij de Erasmuslaan. Foto: David van Haren

‘Ik hou niet van dat knallende geluid van de uitlaat’, zegt Mustafa terwijl hij trots zijn nieuwe motor laat zien. ‘Daarom zit een goede decibelkiller op. Ik had eigenlijk nooit iets met motorrijden, ik vond het maar gevaarlijk. Maar zo’n twee jaar terug besloot ik toch ineens mijn rijbewijs te halen. Ik weet niet zo goed waarom eigenlijk. Maar het is echt heerlijk om je hoofd leeg te maken.’

Altijd goedgemutst

Het is kenmerkend voor hoe de 24-jarige Koerdische Syriër in elkaar steekt. Altijd goedgemutst, open voor iets nieuws. Een uitdaging voor zichzelf, of om een ander te helpen.

Op een bankje op het Linneausplein vertelt hij over zijn leven. Over de plotselinge vlucht uit Syrië als 18-jarige jongen. Over zijn tijd in azc’s in Nederland. Over hoe hij de taal leerde en vastberaden was om geneeskunde te studeren.

Achter ons, in het Linneausgebouw, maakte hij in 2021 een test om aan een maatwerkprogramma voor de opleiding geneeskunde te kunnen beginnen. Hij was toen net iets langer dan een half jaar in Nederland. Het gebouw is van grote symbolische waarde voor hem. ‘Ik weet nog goed hoe ik hier bij de bushalte uitstapte. Ik was vanuit het azc nabij Deventer met het openbaar vervoer hiernaartoe gekomen en wist niet zo goed wat me te wachten stond. Ik was onder de indruk van de campus.’

Hij begint te lachen. ‘Ik had veel te goed gestudeerd, het was slechts een test om te kijken of ik deel kon nemen aan het maatwerkprogramma. Ik had al hele studieboeken van geneeskunde doorgenomen ter voorbereiding. Wist ik veel – ik dacht dat ik alles al moest weten.’

Eindbestemming onbekend

De reis van Mustafa naar de Radboudcampus begon in 2020 – al wist hij op dat moment nog niet wat zijn eindbestemming zou worden. Mustafa heeft Koerdische roots en woonde vóór zijn vlucht in Afrin, een stad zo’n 60 kilometer ten noorden van de Syrische hoofdstad Aleppo. (Zie kader hieronder).

Op social media had hij kritiek geuit op het Syrische regime. Al snel werd duidelijk dat de regering hem op de korrel had en hij het land moest verlaten. Een mensensmokkelaar hielp hem de grens over en na enkele weken in Turkije en Griekenland kwam Mustafa als achttienjarig jochie uiteindelijk aan in het COA-aanmeldcentrum in Ter Apel.

‘Ik ben altijd voorstander van de dialoog aangaan. Maar er zijn echt grenzen – met deze man viel niet te praten’

‘Dat was niet makkelijk’, blikt hij terug. ‘Je bent 18, helemaal alleen, en moet je kamer delen met drie anderen. Dat was wennen. Het was sowieso een periode vol onzekerheden: na Ter Apel heb ik nog tijdelijk in azc’s in onder andere Budel en Schalkhaar gezeten.’

‘Ik had ook weinig mensen met wie ik mijn sores kon delen. Ik wist dat mijn ouders in Syrië zich al zorgen maakten om mij. En ze zaten daar zelf ook in een onveilige situatie. Ik wil dan niet tegen hen lopen zeuren dat ik hier mijn kamer moet delen.’

Jan Mustafa op de motor voor het Radboudumc, waar hij zowel als geneeskundestudent en als tolk komt. Foto: David van Haren

Bovendien was hij al lang blij dat hij in Nederland was beland. Na een intakegesprek had hij begrepen dat hij een goede kans maakte op een verblijfsvergunning.

In Syrië studeerde hij geneeskunde – ook zijn ouders werken in de gezondheidszorg – en hij nam zich meteen voor om die droom in Nederland voort te zetten.

‘In het azc in Deventer deed ik er alles aan om snel Nederlands te leren. Want ik wist ook dat ik als dokter wel de taal goed moet spreken. Zo’n zes of zeven uur per dag was ik aan het leren. Veel anders was er ook niet te doen: werken of studeren mocht ik nog niet in afwachting van mijn procedure. En mezelf de hele dag vervelen wilde ik ook niet. Het klinkt misschien vreemd, maar juist van de kracht om ondanks alles door te zetten kreeg ik weer meer energie.’

De manier waarop Mustafa erover praat is luchtig, bijna onverschillig. Alsof zo’n vlucht naar een compleet onbekend land de normaalste zaak ter wereld is. Voor hem is het dat ook.

Hoe de politiek spreekt over asielzoekers doet Mustafa pijn. ‘Je hoort veel verhalen over de duizenden asielzoekers die deze kant op komen en zogenaamd een probleem voor de samenleving zijn. Maar daarbij vergeten mensen te kijken naar de individuen achter die getallen. Het gaat hier wel echt om mensenlevens – iedereen heeft een verhaal.’

Incident

Maar, zo nuanceert hij, hij heeft ook dingen gezien die problematisch zijn. ‘Ik ben kritisch richting mezelf, maar ook zeker richting anderen. Ik heb mensen rond zien lopen waarvan ik dacht “jij zet de reputatie van andere vluchtelingen op het spel met je gedrag”.’

Als voorbeeld noemt hij een incident met een man die eveneens uit Syrië was gevlucht. ‘Deze man heeft echt de meest vuile dingen tegen mij gezegd toen hij erachter kwam dat ik een Koerd uit Afrin was. Enkele jaren terug is onze stad bezet Islamitische strijders en het Turkse leger . Deze man verwees daarnaar en zei trots dat wij mindere mensen waren en dat hij wel een goede moslim was.’

De geneeskundestudent schudt zijn hoofd. De lach is verdwenen van zijn gezicht.

‘En dit was nog maar één van de incidenten met deze man. Het alle idiootste aan dit verhaal is nog wel dat ik hem zo’n twee jaar geleden weer tegenkwam in een club in Arnhem, toen ik een avondje uit was. Hij loopt hier dus nog steeds rond, ondanks dit soort gedrag.’

‘Ik ben altijd voorstander van de dialoog aangaan. Maar er zijn echt grenzen – met deze man viel niet te praten. Hoe kan je een ander nou zo behandelen, puur op basis van afkomst? Dit soort mensen verpest het voor de vele anderen die hier wél met goede intenties zijn en een toekomst willen opbouwen.’

Jan Mustafa. Foto: David van Haren

Mensen zouden zich wat meer moeten realiseren wat de impact van hun woorden is, vindt Mustafa. ‘Als ik zie hoe politici in de Tweede Kamer over vluchtelingen praten. Kom op man, je hebt een voorbeeldfunctie als je daar staat. Als je als politicus al zulke sterke en polariserende woorden gebruikt, wat verwacht je dan van mensen op social media? Daar gaat het er nog tien keer zo hard aan toe.’

‘Terwijl de grap is dat ook juist de mensen die online het hardst roepen het vervolgens heel goed kunnen vinden met hun Marokkaanse of Turkse buurman – als je elkaar een beetje kent dan zijn de culturele verschillen ineens geen probleem meer.’

Geneeskunde

Terug naar zijn studieambities. Want ondanks dat hij in 2023 al vloeiend Nederlands sprak, zijn verblijfsvergunning op orde was, hij werkte én een eigen onderkomen in Elst had, bleek aan de geneeskundeopleiding beginnen nog niet zo makkelijk.

Want onderdeel van de selectieprocedure voor geneeskunde was destijds niet alleen een kennistoets – die Mustafa met gemak haalde. Er was ook een zogeheten situationele beoordelingstest die even zwaar meetelde, waarbij je vragen krijgt over specifieke situaties in het ziekenhuis. En precies daar ging het mis. Want de cultuur hier in Nederland is een stuk directer dan die in Syrië, daar kwam Mustafa al snel achter.

‘Stel je voor dat er een Koerdische patiënt in de spreekkamer zit en je als arts meteen heel direct bent, dat is ook niet de beste manier van iets over brengen’

‘Het slaat nergens op’, vertelt hij. ‘Als je Nederlandse ouders hebt, is het dus veel makkelijker om die test te halen, zeker als die zelf ook in de medische wereld werken. Daarbij is er ook niet één juiste manier om te reageren. Mensen in de Achterhoek doen dingen al anders dan in de Randstad, of in Zuid-Limburg. Of stel je voor dat er een Koerdische patiënt in de spreekkamer zit en je als arts meteen heel direct bent, dat is ook niet de beste manier van iets over brengen.’

Hij vocht de selectieprocedure aan en zijn zaak kreeg landelijke bekendheid. Een kleine twee jaar nadat hij in Ter Apel binnenkwam, stond hij zelfs in de Tweede Kamer te pleiten dat de toelating voor studenten eerlijker moest worden. ‘Ik had er zelf niet zo veel aan op dat moment natuurlijk, maar ik hoopte vooral dat het de kansen voor anderen in eenzelfde situatie zou verbeteren.’

Triest familienieuws

Het procederen was uiteindelijk succesvol. In de zomer van 2024 kreeg Mustafa te horen dat hij in september kon beginnen aan de opleiding. En de Radboud Universiteit veranderde later ook de toelatingseisen voor de geneeskundeopleiding – als een van de weinige universiteiten in het land.

Inmiddels is Mustafa net klaar met het tweede jaar, na de zomer begint hij aan het laatste jaar van de bachelor. Dat hij nog steeds goed op schema ligt met zijn studie, mag een klein wonder heten. In januari kreeg hij nog midden in zijn tentamenweek triest familienieuws uit Syrië te horen: zijn neef en oom waren beiden doodgeschoten in het ziekenhuis in Aleppo waar zij werkten – vanwege hun Koerdische achtergrond.

‘In een ziekenhuis, waar ze iedereen helpen, ongeacht afkomst…’ Hij kan er met zijn hoofd niet bij.

‘Mijn neef was vijftien jaar ouder en ik keek ontzettend naar hem op. Hij nam mij vroeger al mee naar het ziekenhuis waar hij als apotheker werkte. Hij was dé reden dat ik zelf ook de geneeskunde in wilde.’

Foto: David van Haren

Ook met dit verlies gaat Mustafa op zijn kenmerkende, onverschrokken manier om. Hij probeert er niet in te blijven hangen, maar er de motivatie uit te halen om door te gaan. De tentamens van januari heeft hij allemaal gehaald, zonder herkansingen. En ook over de laatste tentamens – hij wacht nog op de uitslag – maakt hij zich geen zorgen. ‘Eerst een paar weken vakantie. Naar Spanje met mijn broertje en daarna nog naar Italië met mijn vriendin. Daar ben ik wel aan toe.’

Uiteindelijk hoopt hij zich te specialiseren tot hartchirurg. Of misschien toch neuroloog of cardioloog. ‘Als chirurg kom je pas om de hoek kijken als er een ingreep nodig is en ben je daarna weer klaar. Het lijkt mij ook heel interessant om een patiënt in een heel proces te kunnen begeleiden. Neurologen en cardiologen doen dat veel meer, omdat je dan ook echt poli’s draait. Ik kijk daarom al uit naar mijn coschappen, dan kan ik ervaren hoe het werk in de praktijk is.’

Werken als tolk

Wie denkt dat Mustafa na zijn colleges alleen maar in de boeken zit om te leren, heeft het mis. Dat doet hij wel veel, maar hij sport ook regelmatig, werkt als tolk, heeft een relatie en probeert zijn familie die inmiddels is overgekomen naar Nederland regelmatig te zien.

Waar hij de tijd vandaan haalt? Hij begint te lachen bij de vraag.

‘Ik heb soms ook geen idee. Maar ik krijg juist energie van anderen helpen. Zeker als tolk kom ik soms in hele zware situaties terecht, waarbij je écht iets kan betekenen voor mensen. Ik spreek Koerdisch en Arabisch, wat handig is als mensen geen Nederlands of Engels spreken. Denk bijvoorbeeld aan rechtszaken of politieverhoren. Ik kom ook regelmatig als tolk in het Radboudumc, wanneer er patiënten zijn die de Nederlandse taal niet machtig zijn. En dan komt ook mijn medische kennis weer heel goed van pas.’

‘Omdat er Jan staat, verwachten veel mensen een wat oudere, Nederlandse tolk’

Zijn werk als tolk levert hem de nodige grappige anekdotes op. ‘Mijn voornaam is een traditionele Koerdische naam, je spreekt het uit als djan. Maar omdat er Jan staat, verwachten veel mensen een wat oudere, Nederlandse tolk. Zeker omdat ik zo goed als accentloos Nederlands spreek. Dan kijken ze raar op als er ineens een jonge buitenlandse man binnenkomt.’

‘Ik heb een tijdje terug eens voor een advocatenkantoor geholpen met vertalen naar het Koerdisch. Na afloop vroeg die man van dat kantoor aan mij “Jan, waar heb jij toch zo vloeiend Koerdisch leren praten”. Toen heb ik hem maar uitgelegd dat het mijn eerste taal is en dat ik pas enkele jaren in Nederland woon.’

Motorrijden doet hij het liefst in de Achterhoek. Daar is het lekker rustig en groen. De stress zakt dan vanzelf. Hij zet zijn helm weer op en rijdt voor de fotograaf een paar rondjes over de Erasmuslaan en de Heyendaalseweg.

Nog één keer over de rotonde. Het geluid van een scheurende uitlaat. En weg is ’ie.

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!