‘Angst om te zware werklast toe te geven’

13 mrt 2017

Iedere medewerker op de campus kent mensen die bezwijken onder de last van hun werk of de onzekerheid over hun loopbaan. Maar ermee te koop lopen doen ze niet. ‘Mensen zijn bang dat hun bezwijken als falen wordt gezien’, zegt Marijtje Jongsma van wetenschapsvakbond VAWO.

Dat er hoge werkdruk is aan universiteiten ontkent niemand meer, zeker niet na het onderzoek uit januari van VAWO, de vakbond voor wetenschappelijk personeel. De cijfers zijn duidelijk, maar de persoonlijke verhalen laten zich moeilijk optekenen. Vox sprak een aantal wetenschappers die de problemen liever niet publiekelijk delen. Marijtje Jongsma van VAWO herkent het probleem. ‘Wij hebben een meldpunt, maar daar komen weinig reacties binnen. Over werkdruk heerst een angstcultuur.’

VAWO was samen met de FNV verantwoordelijk voor het onderzoek naar werkdruk, met resultaten die er niet om liegen: zo ervaart bijna 80 procent van de wetenschappers een (te) hoge werkdruk en worden vakantiedagen massaal niet opgenomen. ‘Het is al vijftien jaar bekend dat de druk te hoog is’, zegt Jongsma, ‘maar het is heel moeilijk om het tij te keren.’

Roer gaat om
Jongsma denkt dat de tijd nú wel rijp is voor maatregelen. ‘De druk is een gevolg van het bedrijfsmatig model waar de hele publieke sector aan onderhevig is.’ Iedereen wordt afgerekend op resultaten en als je uitstekende resultaten kunt halen met uitgeknepen contracten, zegt Jongsma, is er voor werkgevers geen reden om het roer om te gooien. ‘Zo’n systeem loopt tegen zijn eigen grenzen aan, en die zijn nu wel bereikt.’

Jongsma wil als eerste een groter aandeel vaste aanstellingen. Als tweede wil ze de taakstelling van het personeel vrijer maken: niet de functie belasten met eisen over de hoeveelheid binnen te halen subsidies of te schrijven publicaties, maar mensen taken geven en zelf laten uitzoeken hoe ze dit invullen. Jongsma wijst op onderzoek dat uitwijst dat personeel dat vertrouwen krijgt – liefst in vaste dienst – tot betere resultaten komt. ‘Je moet goed voor je mensen zorgen, dan komt het succes vanzelf.’

Dode letter
Het is lastig om als universiteit apart maatregelen te nemen, zegt Jongsma: dat moeten de universiteiten samen doen. ‘Nu worden we tegen elkaar uitgespeeld. Dat we concurreren op Europees niveau snap ik nog wel, maar dertien universiteiten onderling zouden geen strijd moeten leveren.’ Jongsma wijst erop dat de ‘S’ in de naam van universiteitsvereniging VSNU (die staat voor ‘samenwerkende’) al jarenlang een dode letter is.

De VAWO roept het de Ondernemingsraad van de Radboud Universiteit na: we moeten nú aan tafel om maatregelen door te voeren. Tot actie roept Jongsma niet op, dat zit niet in de genen van VAWO. ‘Maar we kunnen wel met z’n allen een boycot uitroepen over het kwantificeren van al onze resultaten en ons weer gaan bezighouden met de inhoud en de kwaliteit.’

Wie naar buiten wil met een persoonlijk verhaal over haar of zijn ervaren werkdruk kan contact opnemen met de redactie. Eventueel gewenste anonimiteit wordt gewaarborgd. Mail naar: redactie@vox.ru.nl

Meer lezen over Medezeggenschap? Bekijk dan ons dossier.

3 reacties

  1. Arnoud Lagendijk schreef op 21 maart 2017 om 16:12

    Dat er universiteitsbreed een angstcultuur valt niet te ontkennen, al manifesteert het zich op heel verschillende manieren: onzekerheid, paranoia, allerlei psychische en lichamelijke krachten. Op langere termijn leidt het tot blijvende stressfenomenen en tot burn-outs.

    Eén van de oorzaken is wat in de VS wel het ‘Grid’ effect genoemd. The Grid vormt een grote matrix met als kolommen de prestatie-indicatoren voor onderzoek, onderwijs, acquisitie, opname vakantiedagen etc. en als rijen de medewerkers van de betreffende afdeling. Hiermee worden wordt werknemers ieder jaar individueel de maat genomen. Er hangt veel van af. De indicatoren hebben drempelwaarden waaraan je als medewerker moet voldoen. Dat leidt, zoals ook in het stuk staat, tot allerlei problemen. Het creëert eenheidsworst; het ontbreekt aan echt inhoudelijke gronden voor beoordeling; het beperkt creativiteit, flexibiliteit en authenticiteit. Het is managersrationaliteit pur sang en dan nog eens van het mindere soort. Maar het is wel, zoals René ten Bos in Bureaucratie is een Inktvis uitlegt, heel verleidelijk, penetrant en besmettelijk, niet alleen voor de managers maar ook voor medewerkers. Als je de drempels haalt doe je het ‘goed’, voor de organisatie en jezelf, of je artikelen nu echt iets zeggen of niet, of de studenten nu echt iets leren of niet, en of je nu echt vakantie hebt gevierd of met een laptop in het strandhuisje bent gaan zitten.

    De stress komt vooral voort uit de angst het niet ‘goed’ te doen, dat betekent zelfs maar op één dimensie de drempelwaarde niet te halen. En die confrontatie is er ieder jaar weer. Alsof je jaar op jaar weer eindexamen moet doen. The Grid verlangt van je een superschaap te zijn met vijf poten. De psychologische druk daarvan is groot, om meerdere redenen:
    – omdat het andere collega’s het schijnbaar zonder problemen af gaat, leggen stafleden de schuld van ‘mindere’ resultaten vaak bij zichzelf; “ik moet dat toch ook kunnen” (soms krijgen ze dat ook zo te horen van leidinggevenden)
    – de criteria worden (terecht) als arbitrair en simplistisch ervaren (René ten Bos omschrijft ze als uitkomsten van domheid); zo zitten de onderzoekscriteria doorgaans vast aan ISI, waarvan iedereen weet dat dat niet wetenschappelijk gegrond is, een enorme uniformering afdwingt, disciplinaire culturen negeert etc.
    – de onderwijscriteria zijn als het daarom gaat wellicht nog erger: de evaluaties ontberen validiteit, halen vaak het slechtste uit studenten en confronteren de docenten daar direct mee (als een scriptiestudent zo data zou verzamelen, zou dat niet acceptabel zijn)
    – dan is er nog de acquisitieverwachting waarbij de drempelwaarde vooral dient als promotiecriterium; hetgeen vanwege de lage kansen, loterijkarakter en het Mattheuseffect als onredelijk wordt gezien

    Vanuit eigen ervaring kan ik een grote zorg uitspreken hoe diep het wetenschappers treft dat ze worden samengevat in een lijst met cijfers, dat ze worden gereduceerd tot een spreadsheetrecord, en dat ze op die basis worden ‘gemeten’, beoordeeld en ‘goed’ bevonden. We erkennen wel dat we de cijfers met een flinke korrel zout moeten nemen, en dat we ook rekening moeten houden met individuele en groepsomstandigheden. Maar eigenlijk maakt dat het alleen maar erger, hypocrieter en meer onaantastbaar. Bureaucratie is een Inktvis beschrijft dit fenomeen aan de hand van het werk van Kafka. O ironie, dat juist in universiteiten die praktijken kunnen overleven die niet alleen middelmatig zijn, maar ook wetenschappelijk niet gevalideerd zijn, en dat dat laatste ook nog eens wordt erkend. Dat lijkt de praktijken juist alleen maar te versterken. Met als effect een vaak doordringende angstcultuur.

  2. L.J. Lekkerkerk (Hans) schreef op 20 april 2017 om 16:12

    Mooie reactie van Arnoud. Dat dergelijke ongewenste praktijken blijven bestaan kan worden toegeschreven aan wat Alvesson & Spicer (2012, JoMS) ‘Organizational stupidity’ noemen en waar universiteiten ondanks het gemiddeld hoge IQ van de staf niet aan kan ontkomen.
    Wouter ’t Hart schrijft in ‘Verdraaide organisaties’ ook treffend over allerlei indicatoren die men hanteert omdat ze makkelijk meetbaar zijn, maar die geen enkele relatie hebben met de ‘bedoeling’ van de organisatie te weten op duurzame wijze een bijdrage leveren aan mensen en de samenleving als geheel.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!