Er zit nog altijd een cabaretier in wetenschapper Jan-Kees Helderman

16 mei 2019

Vandaag start de kaartverkoop van de Nijmeegse Stadsschouwburg voor het nieuwe seizoen. Als Jan-Kees Helderman 25 jaar geleden een andere keuze had gemaakt, stond hij nu misschien als cabaretier in de brochure. De universitair hoofddocent Bestuurskunde heeft nog altijd profijt van zijn theaterverleden. 'Het gaat om het overbrengen van verwondering.'

Drie maanden geleden stal Jan-Kees Helderman (53) een hesje op de voetbalclub van zijn dochter. Met dat hesje vertrok hij naar de Johan Cruijff Arena waar hij in een van de zalen een lezing zou geven, als onderdeel van een bijeenkomst over burgerparticipatie bij zorgonderzoek.

Hij hield een verhaal over de noodzaak van participatie. Een actueel thema. Mensen voelen zich steeds minder gehoord door de overheid en daarom moeten ze meer ruimte krijgen om mee te doen. Helderman onderstreepte dit door middenin zijn lezing zijn jasje uit te trekken. Daaronder droeg hij het gele hesje, verwijzend naar de beweging die zich niet gehoord voelt en nu zelf van zich laat horen.

‘Ik zie theater als een manier om een boodschap over te brengen’

‘Het moment dat ik het hesje toonde, had groot effect. Het klopte ook precies: de timing, de setting, de verrassing. Ik brak met de conventies van de lezing. De toehoorders waren even helemaal ontregeld, op een goede manier.’

Helderman gebruikt vaak theatertechnieken in zijn colleges en lezingen. Het is iets wat hij heeft meegenomen uit de tijd dat hij wekelijks op het podium stond. In zijn studententijd (hij studeerde planologie in Nijmegen) en in de jaren vlak daarna deed Helderman veel aan cabaret. Eind jaren tachtig en begin jaren negentig trad hij op met verschillende programma’s. Eerst samen met Rob Bonte (tegenwoordig consultant bij Royal Haskoning), als het duo Overhoop, en later solo.

‘Wat je leert bij cabaret is dramaturgische lijnen uitzetten, hulpmiddelen gebruiken en denken in een plot. Hoe krijg je iemand mee met je verhaal? In een college kan dat goed werken. Studenten gaan meedenken, je kunt ze manipuleren, een bepaalde richting op sturen en ze dan heel bewust in een valkuil laten trappen. De technieken staan natuurlijk altijd in dienst van de inhoud. Ik zie het als een manier om een boodschap over te brengen.’

Improviseren

Bij een lezing in De Doelen in Rotterdam voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) begon hij zomaar een nummer van Neerlands Hoop te zingen. ‘Er schoot me een lied binnen dat perfect paste bij mijn verhaal. Ik vroeg me af of ik dat wel zou durven, tussen die grijze pakken. Ik kondigde het aan, dat ik misschien ging zingen. Dat maakte ze nieuwsgierig, ze leefden met me mee. Zo van: zou hij het doen? Toen ik het ook echt deed, kreeg ik complimenten.’

Jan-Kees Helderman. Foto: Tom Hessels

Hij beschouwt het als een doordachte improvisatie. ‘Bij zo’n geval als bij De Doelen heb ik de ruwe versie van mijn plan al klaar. Ik moet me vrij voelen in het materiaal dat ik heb, dan kan ik improviseren. Ik laat zo weinig mogelijk over aan het toeval. Bij een lezing stap ik eerst af op de technicus en maak afspraken over versterking en licht.’

Met veel enthousiasme vertelt hij over zijn optredens. Heeft hij spijt dat hij destijds niet voor het theater koos? ‘Die periode waarin ik veel optrad was heel gaaf. Alleen speelde ik op het laatst twee keer in de week en dat viel niet meer te combineren met mijn promotieonderzoek. Toen de grote cabaretfestivals in zicht kwamen, moest ik een keuze maken. Ik weet natuurlijk niet of ik was doorgebroken, maar ik voelde me toen wel een beetje als een sporter die op hoog niveau speelt en dan vlak voor hij professional kan worden, stopt. Maar ik heb heel bewust voor de wetenschap gekozen en daar ben ik altijd blij mee geweest. Wel is het fijn dat ik die dramaturgische elementen nog steeds in kan zetten.’

Colleges

Dat doet hij overigens meer bij lezingen dan in de collegezaal. Bij colleges moet het passen. ‘Dat is lastiger. Je kunt gewoon niet altijd het niveau halen, zeker niet als het ’s morgens vroeg is. Je publiek is ook anders.’
Afgelopen jaar werkte het wel een keer, toen hij een college moest houden in het Engels en hij een studente zag zitten met een Nick Cave-shirt aan. ‘Ik was net naar een concert van Cave geweest. Ik heb toen het hele college regels uit zijn songteksten ertussendoor gefietst. Bij ‘you’ve got to push the sky away’ viel bij haar het kwartje.’

‘Ik word veel liever met Micha Wertheim vergeleken’

In een evaluatie werd Helderman door een student vergeleken met Ronald Goedemondt. ‘Ik zei toen tegen de opleidingscommissie dat ik daarvan geschrokken was en absoluut niet blij mee was. Ik word namelijk veel liever met Micha Wertheim vergeleken.’
Hij lacht.

Helderman ziet een belangrijke overeenkomst tussen theater en wetenschap. ‘Uiteindelijk gaat het om het overbrengen van verwondering. Dat onderzoekende, het nog niet weten, daar moet je toe bereid zijn. Het is een zoektocht. Wat ik in theater deed, is hetzelfde als wat ik in de wetenschap doe, alleen met andere spelregels. Als ik die regels kan oprekken om de boodschap over te brengen, dan doe ik dat. Die ruimte is groter dan docenten vaak denken.’

Ook voor de studenten kan theater bruikbaar zijn. Bij het begeleiden van scripties vraagt Helderman altijd of iemand een instrument bespeelt. ‘Dat komt in feite op hetzelfde neer. Bij het maken van muziek draait het om de grondtoon. Je scriptie staat ook in een grondtoon. Een scriptie kun je beschouwen als een muzikale compositie. Als je zo redeneert, worden de woorden ondersteunend aan de boodschap die je wilt overbrengen.’

Plankenkoorts

De docent heeft nog altijd last van plankenkoorts als hij voor een publiek moet spreken. Dat heeft voor- en nadelen. Het begin is heel belangrijk volgens de theaterwetten. ‘Ik ga elke keer een beetje dood. Vlak voor ik begin, denk ik na over met welk been ik als eerste de zaal in stap. Maar ik heb ook geleerd dat je een slecht begin kunt herstellen. Dan moet je er wel hard voor werken. Dat betekent dat die eerste minuut heel veel bepaalt.’

Als hij naar de schouwburg gaat, is hij ook niet volledig relaxed. ‘Dan ben ik gespannen omdat ik de spanning van de artiest voel. Zo ging bij Herman van Veen een keer van alles mis bij de techniek. Ik merkte dat meteen en kreeg last van plaatsvervangende spanning. Dat gaat nooit meer weg, vrees ik.’

 

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands