Het bijzondere leven van de advocaat van dispuut T.H.O.R.

26 jun 2019

Samuel Vermeulen, advocaat van beroep, groeide op in een commune. Als student werd hij lid van het Nijmeegse dispuut T.H.O.R. Zo heel anders is dat niet, vindt hij. ‘Samen eten, samen op vakantie gaan.’ Hij schreef een boek over zijn turbulente jeugd en zijn studententijd in Nijmegen.

Dit is de allereerste herinnering van advocaat Samuel Vermeulen (33): als vierjarig jongetje zit hij op de schouders van zijn vader terwijl het lichaam van Bhagwan op een lijkbaar door de massa wordt gedragen. Bhagwan, een Indiase goeroe (later Osho genaamd) ligt onder een deken van rozen en draagt een met parels ingelegde muts. Met kleren en al gaat het lijk op de brandstapel. Mensen dansen in witte gewaden. Er klinkt gezang en gehuil.

Vermeulen is geboren in een commune in Beuningen, vlakbij Nijmegen. Elk jaar brengen zijn ouders de winter door in het Indiase Poona. Samen met andere Bhagwan­-volgelingen verblijven ze in een minimaatschappij (ashram) waar vrije liefde en meditatie onmisbare ingrediënten zijn. Ze wonen, werken en koken samen.

‘Ik wist helemaal niet wat een dispuut was, joh’

In Nederland leven zijn ouders gescheiden van elkaar in wisselende communes. Zijn vader heeft geneeskunde gestudeerd en is huisarts. Vermeulen woont bij zijn moeder, totdat zij na de dood van Bhagwan in een psychose raakt en wordt opgenomen in een inrichting. De jongen gaat met zijn vader mee naar Amsterdam, maar papa is vooral druk met zichzelf en zijn nieuwe vriendin – een aan alcohol en heroïne verslaafde ex-prostituee.

Met zijn moeder voor de ashram, 1987. Foto: privé-collectie

Tijdens een rit naar Hongarije wordt het stel aangehouden wegens drugssmokkel. De kleine Samuel, die ook in de auto zit, vindt tijdelijk onderdak bij zijn oma in Valkenswaard. Vader verdwijnt achter de tralies, niet veel later werpen Vermeulens oom en tante in Enschede zich op als pleeggezin. Daar arriveert hij als zesjarige met rotte tandjes, te kleine schoenen en een zwaar verlatingstrauma. ‘Mijn ouders hadden nooit kinderen moeten krijgen’, zei Vermeulen onlangs in een interview in het Algemeen Dagblad.

Zijn pleegouders hebben het zwaar te verduren met de verveelde en recalcitrante Vermeulen, maar hij haalt op zijn sloffen het vwo. Hij verhuist naar Nijmegen om rechten en bedrijfswetenschappen te gaan studeren. In de Waalstad wordt hij lid van dispuut T.H.O.R. De tegenstelling kan niet groter zijn, zou je zeggen. Bhagwan versus dispuut. Hij moet erom lachen. ‘Ik wist helemaal niet wat een dispuut was, joh.’

Prins

Vandaag, op een regenachtige donderdag in mei, staan we voor zijn oude studentenhuis aan de Bijleveldsingel. Samuel Vermeulen – hij woont al jaren in Amsterdam – is inmiddels gewend aan het geven van interviews. Afgelopen voorjaar verscheen de autobiografie over zijn bizarre jeugd. De titel verwijst naar de naam die hij kreeg van Bhagwan zelf: Swami Prem. Ofwel, Prins van Liefde. Het boek, waarin zijn studententijd in Nijmegen een rol speelt, is het sluitstuk van een intensieve therapie die drie jaar van zijn leven in beslag nam. De succesvolle advocaat bleek meer beschadigd dan hij zelf in de gaten had.

Eerst maar eens over dat dispuut. Hoe kwam hij daar nou bij? ‘Heel simpel’, zegt hij. ‘Ik reageerde op een kamer op Kamernet.nl. Pas op de kijkavond vertelden de jongens dat de nieuwe huisgenoot lid zou moeten worden van hun dispuut. Zelfs van het woord had ik nog nooit gehoord. Ze zeiden dat ze veel activiteiten deden samen. Dat leek me wel gezellig.’

Het gevangenishuwelijk van vader Jaap met Tina, 1992. Foto: privé-collectie

Vermeulen zet zijn ov-fiets op slot. Een student opent de deur. ‘Hé Samuel. Biertje?’ Het is drie uur ’s middags. Nee bedankt. Met korte passen loopt hij de trap van zijn oude huis op. Sportsokken op de gang, dispuutsdassen aan de deuren. Binnen is weinig veranderd. Samuel vertelt dat hij zich al gauw thuis voelde bij T.H.O.R. ‘Een commune en een dispuut zijn eigenlijk best wel hetzelfde. Het is een groep individuen die een gezamenlijke deler creëert en op basis daarvan een gemeenschap opzet. Samen sporten, samen eten, samen op vakantie gaan. Het kwam me bekend voor allemaal.’ Hij is net terug van een weekje fietsen met vrienden in Italië, vier van de acht waren dispuutsgenoten.

Losgeslagen

In de portrettengalerij op de gang hangt nog een zwart-witfoto van hemzelf. ‘Dit was in mijn eerste jaar denk ik. Ik zie het aan mijn haar, dat begon al lang te worden.’ Toen hij bij zijn pleegouders woonde, droeg hij het kort. Ze waren streng voor hem. Maar goed ook, denkt hij hardop, anders was hij helemaal losgeslagen.

De Samuel Vermeulen die we nu zien, is een totaal andere dan de Samuel Vermeulen die vijftien jaar geleden in Nijmegen studeerde, zegt hij. Rechten was hem op het lijf geschreven. Hij was een man van de ratio. En ja, dat was een allergische reactie op het hoge zweverigheidsgehalte van zijn ouders. Onder Bhagwan-volgelingen werd veel geknuffeld en gemediteerd. ‘Gevoelens en spiritualiteit vond ik onzin’, zegt hij. Lange tijd hield hij de schijn op dat hij prima zonder kon.

Samuel in zijn oude kamer bij T.H.O.R. Foto: Erik van ’t Hullenaar

Terwijl hij de deur van de badkamer opentrekt (haren in het putje), vertelt hij dat het dispuutshuis in zijn tijd door Vox werd uitgeroepen tot smerigste studentenhuis van Nijmegen. ‘Haha, we wonnen er nog een gratis schoonmaakbeurt mee. Werd het hier professioneel gereinigd.’

In zijn boek staan details over zijn studentenleven die een stuk meer indruk maken. Hoe hij samen met een dispuutsgenoot een busje jatte om na een feest in Mill terug naar Nijmegen te rijden. De sleutels zaten er gewoon in, het plan was de auto om de hoek bij het dispuutshuis te parkeren en dan anoniem de politie te tippen. Dat mislukte. Op de St. Annastraat werd het stel klemgereden door agenten. Met getrokken pistolen kwamen de politiemannen hun wagens uit om de studenten in te rekenen. Vermeulen kreeg een werkstraf.

‘Ik moest tweeënhalve dag schoffelen op een industrieterrein’

‘Ik moest tweeënhalve dag schoffelen op een industrieterrein.’ Hij gniffelt. Nog nooit in zijn leven had hij geschoffeld. En kom, ze waren wel eerstejaarsstudenten, hè? Maar dan, serieus: ‘Ik heb er wel wat van geleerd, ik heb nooit meer zoiets gedaan. Bij een dispuut of een corporale vereniging word je een beetje aangeleerd dat je alles kunt doen en laten wat je wilt. Zo van ‘niemand kan ons iets maken want wij zijn studenten’. Door die werkstraf heb ik me gerealiseerd dat dat niet op ging.’

Schoolfoto met rotte tandjes, 1991. foto: privé-collectie

In Prins van Liefde beschrijft hij hoe hij als nachtportier van hotel Belvoir dure whisky wegtikte met dispuutsvrienden. En telefoongrappen uithaalde waarmee hij onschuldige mensen de stuipen op het lijf joeg (‘dag mevrouw die en die, ik wil u graag verwittigen van het feit dat uw huis executoriaal zal worden verkocht’).

Hij noemt zichzelf ongeremd. Toen in 2014 zijn vader overleed en Vermeulen een doos met dagboeken vond, kwam hij erachter dat die onrust in zijn genen zit. ‘Ik schrok. Ik begon te lezen en zag een kopie van mezelf. Mijn vader was tot zijn dertigste ook intelligent en succesvol. Daarna ontspoorde hij.’

Vermeulen las hoe eenzaam zijn vader zich voelde, hoe hij vroeger was verwaarloosd en hoe hij hunkerde naar liefde. Het was alsof hij over zichzelf las. Nadat zijn vader uit de gevangenis was vrijgekomen, had hij zich verloren in heroïne – hij vroeg de achtjarige Samuel eens de aansteker onder het zilverpapiertje te houden met de woorden ‘zo, nu weet je ook wat chinezen is’. Drank en psychoses richtten hem verder te gronde. Vermeulen was dertig en keek in de spiegel. Van buiten leek hij te glanzen, maar hoe rafelig was zijn eigen binnenste?

Robot

In het tweede jaar van zijn studie was Vermeulen samen met een vriend een callcenter begonnen in Nijmegen. De studie bood hem weinig uitdaging en hij zocht iets nieuws. Ze hadden zo’n dertig studenten in dienst en verdienden goudgeld. Vermeulen droeg maatpakken van 1500 euro. Succes werd een drijfveer, hij was gevoelig voor applaus (‘dat verwarde ik met liefde’). Toen hij oprechte honger kreeg naar academische kennis, verkocht hij zijn aandelen om serieus te gaan studeren. ‘Ik ben ongeveer alles gaan doen wat de universiteit te bieden had’, vertelt hij. Denk aan United Netherlands, het Honours Programma en nog een master geschiedenis.

Samuel Vermeulen bij zijn dispuutshuis. Foto: Erik van ’t Hullenaar

Samuel ontwikkelde een soort prestatieverslaving. Hij wilde overal de beste zijn. Nadat hij cum laude zijn rechtendiploma had gehaald, studeerde hij door aan het prestigieuze Cambridge. Daarna liep hij stages bij Buitenlandse Zaken en het Joegoslaviëtribunaal om uiteindelijk terecht te komen op de Amsterdamse Zuidas. Hij kreeg een baan bij het grootste advocatenkantoor van het land, De Brauw, Blackstone en Westbroek. Werkweken van zeventig uur waren heel normaal, een pilletje slikken in het weekend hoorde erbij in Amsterdam. ‘Ik was een robot.’

Toen zijn vader overleed en Vermeulen diens memoires las, kwamen de herinneringen uit zijn jeugd keihard binnen. Hij voelde zich wankel en ging in therapie. ‘Samen met mijn psycholoog heb ik besloten een boek te schrijven. Alle dagboeken en brieven van mijn vader heb ik laten uittypen en ik nam een sabbatical bij het advocatenkantoor.’

India

Vermeulen besloot in 2017 terug te gaan naar Poona, India. Wat zochten zijn ouders daar? Hoe was het leven in de ashram geweest? Bij aankomst moest hij direct een rode jurk aan, dat voelde onwennig. Hij had zich aangemeld voor een Osho-cursus. ‘Ik dacht aan iets met een powerpoint. De eerste dag kwam ik ’s ochtends een zaaltje binnen. Het was een lege ruimte met kussens op de grond. Ik vroeg aan de cursusleider ‘wat moet ik doen?’ Hij zette muziek aan en zei ‘ga maar dansen’. Ik keek ’m aan. ‘Het is negen uur ’s ochtends dude, ik ben broodnuchter. Wat denk je zelf?’’

Diploma-uitreiking Cambridge, 2010. Foto: privé-collectie

Toch deed hij het, zo onopvallend mogelijk in een hoekje. De cursusleider pakte zijn handen en legde die in de handen van een onbekende vrouw, terwijl hij haar recht in de ogen moest blijven kijken. Ongemakkelijk danste hij samen met haar. Maar dit was goed, voelde hij, al wist hij nog niet precies waarom. In de commune kwamen de eerste tranen. Robot Samuel viel langzaam uit elkaar.

Hij ging nog eens naar India voor een tantracursus. Gaf zich over aan de spiritualiteit die hij altijd belachelijk had gevonden. ‘De sannyasins (Bhagwan-volgelingen, AH) waar mijn ouders in Nederland mee omgingen, waren werklozen en types die nauwelijks voor zichzelf konden zorgen. Ik dacht dat alle spirituele mensen zo waren. Dat beeld bleek helemaal niet te kloppen. In de ashram trof ik geslaagde psychologen, architecten en advocaten. Ze hadden allemaal hun leven goed op orde.’

‘Voor het eerst in mijn leven ben ik tevreden met mezelf’

En nu? Nu voelt Samuel Vermeulen zich beter dan ooit. Dankzij de therapie, dankzij zijn boek, dankzij India. Zijn hunkering naar succes is verdwenen. ‘Voor het eerst in mijn leven ben ik tevreden met mezelf. Ik kan alleen zijn zonder dat de muren op me af komen. Vroeger had ik geen empathie, weet ik nu. Ik had mensen nodig om een gat in mezelf op te vullen en had daardoor nooit volle aandacht voor hen. De schoonheid van personen of dingen ging langs me heen.’

Toen zijn boek eenmaal was verschenen, gaf hij zijn baan op bij De Brauw. Hij wilde niet langer werken aan miljoenenzaken voor multinationals waarbij alle contact liep via de mail. Hij begon voor zichzelf. ‘Als advocaat doe ik alleen nog maar kleinere zaken die ik leuk vind, een paar dagen in de week.’ Deze zomer treedt de reünist op als raadsman van T.H.O.R. De huidige bewoners van het dispuutshuis moeten van de gemeente hun huis uit, hij probeert namens de eigenaar de uitzetting te voorkomen (zie kader).

In Amsterdam is hij daarnaast actief als vastgoedontwikkelaar. Verder besteedt hij zijn tijd aan tennis, wielrennen, naar het theater gaan en meditatie. Zijn oude leven wil hij nooit meer terug. ‘Ik heb geproefd aan de vrijheid. Mijn leven is zo veel breder geworden.’ Zelfontwikkeling heeft een prominente plek gekregen in zijn bestaan, zoals dat ook bij zijn ouders het geval was. Of hij hen iets kwalijk neemt? ‘Ik vind het nog steeds heel moeilijk om boos op ze te worden.’ Ze zochten, maar vonden niet wat ze nodig hadden. Zijn moeder zit nog altijd in een psychiatrische kliniek.

Na de rondleiding door zijn oude studentenhuis, trekt Vermeulen de deur achter zich dicht. Het dispuut is hij dankbaar omdat hij er vrienden voor het leven trof. De Nijmeegse jaren hebben hem gevormd. ‘Maar’, zegt hij, ‘ik verheerlijk het dispuutsleven niet, zoals ik sommige oud-collega’s wel eens heb horen doen.’ Met rauwe ontgroeningspraktijken – ‘ouderejaars die opeens tegen je beginnen te schreeuwen’ – heeft hij nog altijd grote moeite.

 

 

2 reacties

  1. Piet schreef op 2 juli 2019 om 11:30

    Samuel,

    Veel dank voor je openhartige verhaal. Deels is er herkenning.
    Het is goed te lezen dat ‘het goed kan komen’.

    Groet.

  2. Verschueren han schreef op 20 september 2019 om 18:20

    Enig idee hoe dat voor de buurt was?
    Bewijst, dat onze klachten zeer terecht zijn en waren.
    Dank Samuel en toe kijk eens om je heen!!Moeten wij dit steunen, wat vind je?

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands