Het geheugen van de politiek viert zijn vijftigste verjaardag
-
Het Binnenhof. Foto: Pieter Musterd, Creative Commons
Vandaag bestaat het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis vijftig jaar. Wegens corona wordt het halve eeuwfeest online gevierd. ‘In Den Haag weten ze ons te vinden‘, zegt directeur Carla van Baalen.
Het was hoogleraar Staatsrecht Frans Duynstee (1914-1981) die vijftig jaar geleden het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis oprichtte, met als doel om de parlementaire geschiedenis van Nederland na de Tweede Wereldoorlog kabinet per kabinet te bestuderen.
‘Nederland had daar een mooie traditie in’, zegt huidig CPG-directeur Carla van Baalen in een Zoom-gesprek. ‘Vanaf 1848 tot aan de Tweede Wereldoorlog was de Nederlandse parlementaire geschiedenis al geboekstaafd. Duynstee wilde die draad weer oppakken vanaf 1945. Hij begon in 1971 met het eerste naoorlogse kabinet Schermerhorn-Drees en kort daarna met het kabinet-Beel I.’
Dries van Agt
De boekenserie Parlementaire Geschiedenis van Nederland na 1945 is vandaag nog steeds de core business van het CPG. Deel 10, over de periode 1971-1982, verschijnt eind dit jaar. Daarnaast werken onderzoekers van het CPG aan biografieën van oud minister-presidenten. De werken over Piet de Jong en Dries van Agt zijn al verschenen, een boek over Ruud Lubbers is in voorbereiding.
De feestelijkheden
Wegens corona wordt het halve-eeuwfeest van het CPG online gevierd. Op 16 februari om 12 uur ’s middags komt een filmpje online, met een welkomstwoord van Carla van Baalen en korte toespraken van politici. Ook is er een jubileumpagina waar om de 14 dagen nieuwe wapenfeiten uit de geschiedenis van het CPG worden gepubliceerd. Daags na de verkiezingen, op donderdag 18 maart, is er een extra editie van Radboud Reflects met CPG-directeur Carla van Baalen, politicoloog Kristof Jacobs en een nader te bepalen derde spreker.
Ook over kabinetsformaties heeft het CPG veel expertise in huis. Na de verkiezingen zullen heel wat politici in het standaardwerk De kabinetsformatie in vijftig stappen van Van Baalen en Alexander van Kessel duiken. ‘En vanuit de politiek krijgen we weleens de vraag om in een commissie plaats te nemen of om onderzoek in opdracht te doen’, zegt Van Baalen. ‘Den Haag weet ons te vinden.’
Waarom zitten jullie eigenlijk niet in Den Haag?
‘Het CPG is nu eenmaal in Nijmegen gesticht en de universiteit heeft ons altijd gesteund. De eerste onderzoekers van het CPG gingen één keer per week naar Den Haag om de notulen van de ministerraad te bestuderen. Sinds de jaren tachtig wordt een kopie van die notulen, die 25 jaar lang geheim zijn, naar Nijmegen gebracht. Dat privilege hebben we nog steeds. We krijgen steeds de notulen van de periode waar we op dat moment onderzoek naar doen. Notulen van de ministerraad worden na 25 jaar openbaar en dan kan iedereen ze inkijken in het Nationaal Archief. Voor wetenschappelijk onderzoek komen de notulen al na 20 jaar ter beschikking. Het is altijd interessant om te kijken of we spannende dingen gaan vinden.’
Kunt u daar een voorbeeld van geven?
‘In de jaren tachtig werkte ik als medewerker van het CPG aan de studie van het kabinet 1948-1951. Vlak na de oorlog zat Nederland financieel aan de grond. Voor bijna niets was geld, overal moest zuinig aan worden gedaan, maar voor de KLM werd een opvallende uitzondering gemaakt.. In het parlement werd een motie ingediend om minder geld naar de KLM te laten gaan. De ministerraad was het daar niet mee eens: uit de notulen bleek dat de ministers KLM een prestigeproject vonden waar geld naartoe moest blijven gaan. Minister-president Willem Drees vroeg aan de KVP-ministers of ze niet even met hun fractie konden gaan praten. Dat bleek een goede strategie: een paar dagen later werd de notie ingetrokken.’
‘De notulen over het ontslag van procureur-generaal Docters Van Leeuwen zijn verdwenen’
‘Een ander voorbeeld: in 1998 had minister van Justitie Winnie Sorgdrager een conflict met de procureur-generaal Arthur Docters Van Leeuwen, wat tot het ontslag van die laatste leidde. Dat was nogal wat. Maar de notulen van de ministerraad waarin deze kwestie werd besproken, zijn er niet meer. Heel vreemd, want die notulen verdwijnen eigenlijk nooit. Dat kan bijna geen toeval zijn.’
Ieder jaar brengt het CPG een Jaarboek Politieke Geschiedenis uit. Waarom doen jullie dat?
‘Met de jaarboeken, die over actuele kwesties gaan, proberen we in brede kring belangstelling te wekken voor de parlementaire geschiedenis. We willen laten zien dat het interessant is om kwesties van nu met een historische bril te bekijken. Er wordt vaak gezegd dat iets uniek is en voor het eerst gebeurt, maar dat is meestal niet zo.’
Hoe komt de keuze voor een thema tot stand?
‘Het is altijd weer een uitdaging om een thema te kiezen dat ook een jaar later nog relevant is. In 2001, toen Pim Fortuyn net aan zijn opmars begon, kozen we voor het thema nieuwkomers. Dat pakte goed uit: toen het jaarboek verscheen, was de LPF in de regering bijna in elkaar gestort, en “nieuwkomers” waren dus nog steeds een hot thema. Een ander jaarboek ging over nationale identiteit. Twee weken voor de publicatie deed Prinses Máxima haar beroemde uitspraak dat de Nederlander niet bestaat. Daar kwam een golf van kritiek op, maar met ons jaarboek zaten we goed.’
Wat is de rol van het CPG in het maatschappelijk debat?
‘Vanuit de media komt vaak de vraag of iets ooit eerder is gebeurd, en zo ja, wanneer. Naar aanleiding van de verkiezingen in tijden van een pandemie, praatten vier van mijn collega’s bijvoorbeeld op Radio 1 over bijzondere verkiezingscampagnes in het verleden. Wij zijn het geheugen van de politiek. Maar we doen ook zelf mee aan het debat. Zo zat ikzelf in de laatste Staatscommissie Parlementair Stelsel. Daar ging het niet alleen over het verleden, maar ook over de toekomst van de politiek.’
Vier bijzondere momenten in de geschiedenis van CPG
1. In 1985 wordt in Den Haag de Stichting Parlementaire Geschiedenis opgericht. In het bestuur zetelen Kamerleden van verschillende partijen. Vanaf dan wordt het CPG voor de helft door Den Haag gefinancierd en voor de helft door de Radboud Universiteit, waardoor het centrum over meer geld en mensen kon beschikken.
Het besluit om de stichting op te richten wordt in de laatste ministerraad van Dries Van Agt genomen. ‘Of dat toevallig is? Van Agt kwam uit Nijmegen, heeft gewerkt bij de universiteit en hij kende onze oprichter Frans Duynstee goed’, zegt Van Baalen. ‘Hij heeft het CPG wel eens zijn love baby genoemd.’
2. In de jaren negentig verhuisde het CPG van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid naar de Faculteit der Letteren – van de juristen naar de historici.
3. In de jaren 2000 kreeg het CPG een nieuwe financiële impuls met dank aan toenmalige minister van Onderwijs Loek Hermans.
4. Het gaat het centrum voor de wind, tot in 2013. Dan besluit het ministerie van Onderwijs de subsidie in te trekken als gevolg van de financiële crisis. ‘Toen was er even paniek in de tent’, zegt Van Baalen.
Vanuit het CPG komt een lobbyactie op touw. ‘Deze actie pakte goed uit. Kamerleden dienden een motie in (de motie-Rog, red.) en de twaalf nog levende Kamervoorzitters hebben een brief ondertekend over het belang van het collectieve politieke geheugen. Dat heeft wel indruk gemaakt. Ook de Radboud Universiteit stond daar helemaal achter.’
Door de actie wordt het CPG gered. Het centrum moet wel inboeten op subsidie en drie mensen worden ontslagen. ‘Dat was een heel moeilijke tijd. In de eerste plaats natuurlijk voor hen die vertrokken, maar ook voor degenen die bleven was het zwaar’, zegt Van Baalen.
Over de reorganisatie die volgt, worden kritische vragen gesteld in de Gezamenlijke Vergadering van de universiteit. De Ondernemingsraad wilde weten of de hervorming een reorganisatie betrof, wat gepaard gaat met meer waarborgen voor het ontslagen personeel. Bij een gewone organisatiewijziging is overleg met vakbonden bijvoorbeeld niet aan de orde. Even dreigde de OR zelfs met een stap naar de Ondernemingskamer, maar zo ver komt het niet.
