Hogescholen en universiteiten moeten hun economische waarde laten zien, vindt Tweede Kamer
-
Het Berchmanianum. Foto: Dick van Aalst
Van patenten tot spin-offs, in hoeverre dragen hogescholen en universiteiten bij aan de Nederlandse economie? Dat moeten ze in kaart gaan brengen, vindt een ruime meerderheid van de Tweede Kamer.
Dinsdag stemde de Tweede Kamer voor een motie van D66 en PRO over ‘valorisatie’. Dat is een wettelijke taak van hogescholen en universiteiten: ze moeten hun kennis aan de maatschappij overdragen, zodat onder meer bedrijven er gebruik van kunnen maken.
Maar er is geen “uniform en vergelijkbaar landelijk beeld van de resultaten” van die valorisatie, staat in de motie. Daar moet verandering in komen, vinden niet alleen D66 en PRO, maar ook regeringspartijen CDA en VVD en een flinke groep oppositiepartijen van links tot rechts.
Het kabinet zou erover in gesprek moeten gaan met de kennisinstellingen. Dat moet leiden tot een openbaar toegankelijke set ‘kernindicatoren’ voor valorisatie, bijvoorbeeld hoeveel bedrijfjes de kennisinstellingen voortbrengen (spin-offs) en hoeveel geld ze binnenslepen met hun patenten.
Haalbaar
Universiteitenvereniging UNL vindt het prima. ‘Dit lijkt ons zeker haalbaar’, zegt woordvoerder Ruben Puylaert. ‘De universiteiten zijn er al mee bezig. Er lopen al gesprekken met het ministerie en er zijn ook steeds meer data op het gebied van valorisatie beschikbaar.’
Het is niet de eerste keer dat er een poging wordt gedaan om de valorisatie in kaart te brengen. Al in 2012 beloofden hogescholen en universiteiten een set indicatoren te ontwikkelen, maar dat heeft niet tot een helder landelijk overzicht geleid.
Dit voorjaar verscheen een rapport over de maatschappelijke relevantie van onderzoek: die kon je eigenlijk niet in cijfers vangen, was de conclusie. Het is afwachten hoe de instellingen dat met economische valorisatie gaan doen.
Tekst: Bas Belleman/HOP
ongeruste medewerker schreef op 9 september 2026 om 11:32
Laat universiteiten universiteiten blijven
De Tweede Kamer wil dat universiteiten en hogescholen beter zichtbaar maken wat ze economisch opleveren. Hoeveel spin-offs komen eruit voort? Hoeveel patenten? Hoeveel geld levert dat op?
Ik begrijp waar die wens vandaan komt. Universiteiten krijgen publiek geld en moeten kunnen laten zien wat ze daarmee doen. Maar toch voelt deze ontwikkeling ongemakkelijk. Niet omdat kennisinstellingen geen economische betekenis zouden hebben, integendeel. Maar omdat economische opbrengst steeds meer lijkt te worden gezien als maatstaf voor hun succes.
Daar begint het probleem.
Een universiteit bestaat niet om economische groei te produceren. Zij bestaat om kennis te ontwikkelen, kennis kritisch te toetsen en die kennis over te dragen aan nieuwe generaties studenten en aan de samenleving. Soms leidt dat tot een product, een bedrijf of een innovatie. Vaak ook niet. En dat hoeft geen probleem te zijn.
Sterker nog: veel van de belangrijkste wetenschappelijke doorbraken hadden aanvankelijk geen duidelijke economische waarde. Onderzoekers stelden vragen omdat ze nieuwsgierig waren, niet omdat er een businesscase achter zat. Pas jaren of zelfs decennia later bleek hoe belangrijk die kennis was. Als je onderzoek gaat beoordelen op directe economische opbrengst, ontstaat al snel de neiging om vooral te investeren in wat vandaag rendement oplevert. Dat gaat ten koste van onderzoek waarvan de waarde nog niet zichtbaar is.
Daarnaast vraag ik mij af of dit niet opnieuw een stap is richting verdere politieke sturing van universiteiten. De afgelopen jaren is regelmatig discussie ontstaan over de vraag welke maatschappelijke doelen universiteiten zouden moeten dienen. Nu lijkt daar een economische dimensie bij te komen. Vandaag gaat het om patenten en start-ups. Morgen misschien om bijdragen aan het verdienvermogen van Nederland of aan specifieke economische sectoren.
Maar wetenschap is juist waardevol omdat zij niet volledig in dienst staat van de politieke agenda van het moment.
Een universiteit moet ook onderzoek kunnen doen dat geen direct nut heeft. Onderzoek dat kritisch is, ongemakkelijke conclusies oplevert of waarvan niemand vooraf weet wat het zal opleveren. Zodra de overheid steeds explicieter gaat bepalen welke opbrengsten zichtbaar moeten worden gemaakt, verandert ongemerkt ook de definitie van wat als waardevol wordt beschouwd.
Dat maakt universiteiten kwetsbaar.
Natuurlijk moeten kennisinstellingen zich verantwoorden. Natuurlijk mogen ze laten zien welke maatschappelijke en economische effecten hun werk heeft. Maar dat is iets anders dan economische prestaties centraal stellen in de beoordeling van hun functioneren.
Het risico bestaat dat we uiteindelijk gaan waarderen wat gemakkelijk te tellen is, terwijl we uit het oog verliezen wat werkelijk belangrijk is.
Hoe meet je de waarde van een historicus die nieuwe inzichten biedt in democratische ontwikkelingen? Hoe druk je in euro’s uit dat een filosoof een maatschappelijk debat verdiept? Hoe bereken je het rendement van een fundamenteel onderzoeker die een vraag bestudeert waarvan de betekenis pas over twintig jaar duidelijk wordt?
Niet alles wat telt, is meetbaar. En niet alles wat meetbaar is, telt.
Juist daarom zouden we voorzichtig moeten zijn met nieuwe indicatoren voor economische valorisatie. Universiteiten leveren zonder twijfel een bijdrage aan onze economie. Maar dat is uiteindelijk een gevolg van hun werk, niet hun bestaansreden.
Als we willen dat universiteiten blijven doen waar ze goed in zijn, moeten we ze niet in de eerste plaats beoordelen als economische ondernemingen. We moeten ze de ruimte geven om universiteiten te zijn.
Hans Unger schreef op 9 september 2026 om 13:38
Helemaal eens met bovenstaande reactie van “ongeruste medewerker”: ik had hetzelfde idee. “De Tweede Kamer wil weten wat hoger onderwijs opbrengt, bijvoorbeeld in de vorm van patenten en spinoffs.” 1) Is de Tweede Kamer, de vòlksvertegenwoordiging (!), vergeten dat er ook nog zoiets bestaat als “algemeen belang”?! Je weet wel, waarom we een democratie hebben als bestuursvorm, en niet een autocratie, of meritocratie, of wat voor -çratie dan ook. Misschien kan een spindoctor dat hen nog even in de oren fluisteren? 2) Deze motie komt van D66 en Pro. D66? Dè onderwijspartij? Je zou toch denken dat voor D66 onderwijs op zìch waardevol is, en zich niet economisch hoeft te bewijzen. Zo’n motie verwacht je eerder van (‘het profijtbeginsel’) de VVD, of de PVV. Zijn ze bij D66 en Pro een beetje de weg kwijt?
3) De economische betekenis van hoger onderwijs meet je niet alleen met patenten en spinnoffs. Dat is economie voor beginners. Je zou van onze volksvertegenwoordigers toch wel ìets meer inzicht verwachten. 4) “Wat is de economische betekenis van hoger onderwijs?” Moet dat aangetoond worden? Zet een paar onderwijseconomen, bijvoorbeeld Wim Groot, bij elkaar en je hebt je antwoord. Gratis en voor niks, want ze schudden het uit hun mouw. Die toch al door de belastingbetaler is betaald ;-). 5) Wat heeft deze motie, het debat daarover en de stemming gekost? Mogen wij, de kiezers, dat ook even weten? Wat een onkunde, wat een minkukels :-\.