Hoogwater bepaalt riviernatuur meer dan gif
Wie nu over de Ooijdijk fietst, ziet duidelijk de sporen van het hoge water van vorige maand. Overstromingen hebben een grote invloed op de biodiversiteit langs de rivier, meer dan bijvoorbeeld vervuiling, berekende milieukundige Aafke Schipper. Ze promoveert vrijdag 18 februari.
De natuur in de uiterwaarden heeft met verschillende verstoringen te maken, begrazing, maaibeleid, bodemvervuiling en overstroming. Hoe werken al die milieufactoren samen in op de biodiversiteit? Haar vraag heeft ook een maatschappelijk belang: bij de herinrichting van het rivierengebied is het bevorderen van de biodiversiteit één van de doelen en wordt aan het afgraven van vervuilde grond veel geld gespendeerd.
Schipper – die werkt bij het Institute for Water and Wetland Research van de Radboud Universiteit Nijmegen – trok het veld in om het aantal soorten te bepalen. Ze keek daarbij naar planten en geleedpotigen, vooral kevers. Ook bracht ze de omgevingsfactoren in kaart. Al die gegevens gingen samen in een statistische analyse.
‘Toch wel tot onze verrassing zie je dat bodemvervuiling maar een heel klein deel van de variatie in biodiversiteit verklaart. De soortensamenstelling van de geleedpotigen hangt vooral samen met de vegetatie. En voor de soortensamenstelling van de vegetatie zijn overstroming en landgebruik, begrazing en maaien, belangrijker dan de concentratie metalen in de bodem.’
Wormeneters
Toch doen zware metalen er wel toe, ontdekte Schipper. ‘Ik heb de diversiteit van planten gekoppeld aan de concentratie metalen in de bodem. Hoe meer vervuiling, hoe lager het aantal soorten. De vervuiling in de planten was relatief laag. Toch lijken ze kwetsbaar. Het zou kunnen dat de vervuiling ze minder flexibel maakt in het omgaan met andere milieufactoren…’
Ook voor sommige dieren kunnen de zware metalen wel degelijk bedreigend zijn. ‘Ik heb uitgerekend dat spitsmuizen, mollen en steenuilen – allemaal wormeneters – gevaarlijke hoeveelheden cadmium binnen krijgen. Hoeveelheden waarvan we uit het lab weten dat die schadelijk zijn. Maar hoe dat precies hun overleven in de vrije natuur beïnvloedt, weten we nog niet.’ ‘/Iris Roggema