‘Ik ben een trotse Westerdijker’

20 mrt 2018

Drie ‘Westerdijk-hoogleraren’ over hun nieuwe leerstoel, vrouwen in de wetenschapstop en diversiteitsquota.

Met een eenmalige impuls van 5 miljoen, vrijgemaakt door het ministerie van OCW, stelden Nederlandse universiteiten afgelopen jaar honderd extra vrouwelijke hoogleraren aan. Die zogenaamde Westerdijk Talentimpuls –genoemd naar Johanna Westerdijk, de eerste vrouwelijke hoogleraar van Nederland – moet de moeizame opgang van vrouwen in de wetenschapstop bespoedigen. Want op het groeitempo van nu duurt het tot 2051 tot de man-vrouwverdeling onder Nederlandse hoogleraren fifty-fifty is.

De NWO, die over de toekenningen ging, besloot eerder de namen van betrokken hoogleraren niet vrij te geven, uit angst voor een ‘excuustruus’-stigma dat nog steeds zou leven. ‘Bij sommige mensen heerst het idee dat deze vrouwen niet om hun kwaliteiten bevorderd zijn maar om hun vrouw-zijn,’ liet een NWO-woordvoerder eerder weten aan Vox. 

Voor de Radboud Universiteit ging dat argument niet op. Zij maakte afgelopen week op haar website bekend welke zeven ‘Westerdijk-hoogleraren’ in Nijmegen benoemd zijn, namelijk Liedeke Plate (FdL), Annemiek van Spriel (Radboudumc), Femke Laagland (FdR), Ayse Saka-Helmhout (FdM), Sabine Hunnius (FsW), Herma Cuppen en Daniela Wilson (beiden FNWI).

Vox sprak drie van hen over hun nieuwe leerstoel en over vrouwenquota in de academische wereld.

Annemiek van Spriel, hoogleraar Experimentele Immunologie

Annemiek van Spriel, hoogleraar Experimentele Immunologie, Radboudumc

‘Ik doe binnen de afdeling Tumorimmunologie onderzoek naar tetraspanins, een soort membraaneiwitten die al onze cellen nodig hebben om goed te functioneren en voor communicatie met hun omgeving. Als er defecten in die processen zitten, kan dat leiden tot tumoren. Mijn onderzoeksgroep bestudeert de onderliggende mechanismen om inzicht te krijgen in het gezonde humane immuunsysteem maar ook in het ontstaan van kanker.

Johanna Westerdijk, de eerste vrouwelijke hoogleraar van Nederland, is een groot voorbeeld. Zij deed onderzoek in moeilijke omstandigheden: toen ze begon met studeren mocht ze alleen toehoorder zijn. Om als meisje het gymnasium te bezoeken was er tot 1906 speciale toestemming van de minister nodig. Een deel van haar studie deed ze daarom in het buitenland. Wij hebben onze vrijheden te danken aan mensen zoals zij, die strijden voor gelijke rechten voor man en vrouw.

Maar zelfs aan de Radboud Universiteit, die het landelijk erg goed doet, is pas 1 op de 4 hoogleraren vrouw. Initiatieven als de Westerdijk Talentimpuls juich ik toe, want diversiteit draagt bij aan een goed wetenschapsklimaat.

Op zulke impulsen zou geen stigma moeten zitten. Deze talentimpuls heeft mijn voordracht tot hoogleraar enkel bespoedigd. De selectieprocedure was precies hetzelfde, alleen verliep het nu allemaal wat sneller. Normaalgesproken kan deze procedure jaren duren. Ik draag de naam Johanna Westerdijk vol trots.’

Sabine Hunnius, hoogleraar Developmental Cognitive Neuroscience

Sabine Hunnius, hoogleraar Developmental Cognitive Neuroscience, Sociale Wetenschappen 

‘Ik onderzoek de vroegste ontwikkeling, in het bijzonder hoe baby’s en jonge kinderen hun sociale omgeving waarnemen, ontdekken hoe andere mensen voelen, denken en doen en hoe ze daarop reageren: welke ontwikkelingsmechanismes spelen daarin een rol? In de afgelopen jaren zijn er veel nieuwe onderzoekstechnieken ontwikkeld in de neurowetenschappen, die maken wij geschikt voor kinderen om nieuwe inzichten in de vroegste ontwikkelingsmechanismen te krijgen.

Door impulsinstrumenten als de Westerdijksubsidie zijn instituties eerder geneigd zich af te vragen: “Hé, hebben we geen vrouw rondlopen die geschikt is voor deze functie?”

Dat is belangrijk, want ik denk dat ons academische systeem gericht is op bepaalde karaktereigenschappen: mensen in de top zijn vaak gericht op competitie, en zichtbaarheid, zijn bereid stevige uitspraken te doen. Dat zijn eigenschappen die mannen misschien eerder hebben dan vrouwen, ja. Maar wetenschap is juist ook gebaat bij een genuanceerde blik en teamwork.

Zelf ben ik onderdeel van een onderzoeksgroep met veel vrouwen erin. Zij hechten veel waarde aan werken in een team, aan samenwerken. Ze geven op een andere manier kritiek: niet minder scherp, maar zonder aanvallerig te worden. Welke naam als eerst komt te staan in een lijst van co-auteurs is minder belangrijk.

Aan onze opleiding is de overgrote meerderheid van de studenten vrouw, maar voor de hoogleraren is dat volstrekt omgekeerd. Hoe kan het dat de minderheid uiteindelijk de top bereikt? Dat kan niet alleen met competentie te maken hebben maar moet ook aan andere factoren liggen.

Uiteindelijk moet ons selectiesysteem veranderden, maar daarvoor moet eerst een cultuurverandering plaatsvinden. Dat lukt alleen als je organisatie diverser wordt. Diversiteit gaat voor mij overigens niet alleen over gender, maar meer over persoonlijkheden.’

Liedeke Plate, hoogleraar Cultuur en Inclusiviteit

Liedeke Plate, hoogleraar Cultuur en Inclusiviteit 

‘Ik bestudeer hervertellingen van canonieke verhalen: feminist remixes van series als Mad Men of Sex and the City, of L’Étranger van Albert Camus, maar dan vanuit het oogpunt van een Arabier. Bereiken die hervertellingen daadwerkelijk de inclusiviteit waar de makers naar streven? Dat ze ook weerstand oproepen is bekend: van alt-right in Amerika bijvoorbeeld.

Dit onderzoek vind ik goed passen bij mijn leerstoel. Johanna Westerdijk is een vrouw om in ere te houden. Ook ik hoop mooi werk voor de emancipatie te gaan doen.

De manier waarop NWO omging met de talentimpuls (wél naar buiten brengen dat er honderd extra hoogleraren aangenomen zijn, niet wíe dat dan zijn, red.) vind ik jammer en onnodig. Ik wil een voorbeeld zijn voor mijn studenten, laten zien dat het kan.

De cijfers bewijzen dat impulsen als deze nodig zijn. De Radboud Universiteit doet het op landelijk niveau relatief goed, maar ook hier werden afgelopen jaar 21 mannelijke, en 18 vrouwelijke hoogleraren benoemd. Trek daar de zeven Westerdijkers vanaf en het loopt weer helemaal scheef.

Ik leen nu even bij mijn collega Marieke van den Brink: er heerst in de academische wereld nog steeds een ons-kent-onscultuur, curricula vitae worden ongelijk beoordeeld: mannen worden hoger gewaardeerd dan vrouwen met exact hetzelfde CV. Vrouwen moeten gewoon harder werken.

Om een cultuurverandering in gang te zetten is een kritische massa nodig van 35 procent of meer. Tot die tijd worden vrouwen in de wetenschapstop gezien als ‘de vrouw in het gezelschap’, in plaats van een eigen persoonlijkheid.’

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!