‘Ik wil begrijpen wat sport betekent’

30-04-2014, 00:00

Nog nooit deden er zoveel Nederlanders met regelmaat aan sport. Koen Breedveld trad deze maand aan als bijzonder hoogleraar Sportsociologie. Hij doet onderzoek naar de beleving en waarde van sport. ‘Met de sporten gaat het goed, maar of het met ons beter gaat, dat is de vraag.’

dr. Koen BreedveldWaarom is sport een interessant onderwerp van wetenschappelijk onderzoek?
‘Sport maakt emotie los. Soms is dat negatief, dan zie je agressie. Maar sport verbindt ook, betekent iets voor mensen. Kijk naar het volksfeest dat in Zwolle losbarstte, na de bekerwinst tegen Ajax. Om dat te begrijpen, te ontdekken wat dat betekent, dat vind ik interessant.’

Welke vragen probeert een bijzonder hoogleraar sportsociologie te beantwoorden?
‘Waarom doet de een aan sport en de ander niet? Waarom vindt de een sport prachtig en heeft de ander er een hekel aan? Potentieel interessant: die informatie is wellicht te gebruiken om mensen te inspireren om te gaan sporten, om te bewegen. Wat betekent sport voor sociale cohesie? Heeft de plaats waar je woont invloed en waarom dan? Potentieel relevant: misschien moeten beleidsmakers deze kennis meewegen in hun beslissing om een voetbalveld naar de rand van de stad te verplaatsen.’

Er is de laatste jaren meer wetenschappelijke aandacht voor sport.
‘Dat is niet zo gek. Sport is uitgegroeid tot een enorme industrie. Op die professionalisering volgen ook politieke en maatschappelijke vraagstukken.
Door de jaren heen zijn er veel gegevens verzameld, over sport en de impact op het sociale leven. Bij het Mulier Instituut (het instituut waar Breedveld directeur van is, red.) hebben we veel data, maar de Radboud Universiteit heeft ook veel gegevens verzameld. Ik sta te popelen om met de data uit de NEderlandse LevensLoop Studie (NELLS) aan de slag te gaan. Mijn leerstoel heeft tot doel om bestaande data meer te ordenen en beter aan elkaar te verknopen, en daarmee de bestaande vragen te beantwoorden.’

Bent u niet net te laat? Het gaat goed met sport in Nederland. Zeventig procent van alle Nederlanders sport met regelmaat, een kwart is lid van een sportvereniging.
‘Met de sporten gaat het goed, maar of het met ons beter gaat, dat is maar de vraag. We zitten te veel binnen, nemen te vaak de auto. Mensen bewegen minder. Wanneer we kracht en uithoudingsvermogen meten scoren mensen nu minder goed dan bijvoorbeeld dertig jaar geleden.’

In uw oratie beschrijft u de professionalisering, maar ook de institutionalisering. Wat was eerder?
‘Op sommige fronten de professionalisering. Het wielrennen werd al in de negentiende eeuw een professie. Kasteleins organiseerden wedstrijden, voor de winnaar lag een mooi bedrag klaar. De overheid begon zich pas in de twintigste eeuw bezig te houden met sport. Er waren zorgen, eerst over de staat van krijgsmacht, later over de fysieke en morele gesteldheid van de jeugd.  In eerste instantie kijkt men bij het bevorderen van sport, vooral naar jonge mannen. Pas in de jaren zestig en zeventig, wanneer de welvaart groeit en mensen van hun vrije tijd kunnen genieten, neemt de interesse voor breedtesport toe. De overheid neemt dan de rol op zich die we ook nu nog zien: een kleine overheid die investeert in voorzieningen en zich bekommert om groepen die qua sportdeelname achterblijven, zoals senioren of  mensen met een handicap.’ / Mark Merks

0 reacties

  1. notPICNIC schreef op 30 april 2014 om 18:34

    als bijzonder hoogleraar wordt Koen’s salaris niet door de Universiteit betaald maar op wiens loonlijst de man wel staat is me, ook na lezing van http://www.ru.nl/@888053/pagina/ , nog steeds onduidelijk. Gaarne een explicatie, thanks.

    • Naam schreef op 2 mei 2014 om 12:55

      Mijn opmerking was een opmerking voor de auteur van het artikel. Geen antwoord op jouw vraag.

    • notPICNIC schreef op 2 mei 2014 om 13:59

      🙂 toch hartelijk dank, Uw niet voor mij bedoelde opmerking was voor mij namelijk de aanleiding om nog even op de website vh Mulier instituut rond te struinen dewelke me leidde tot een interessante kwestie die hopelijk hier nader toegelicht zal worden.

      https://twitter.com/koenbreedveld/status/462112651695624192

  2. Koen Breedveld schreef op 3 mei 2014 om 18:18

    Het Mulier Instituut heeft als statutaire doelstelling om het sociaal wetenschappelijk sportonderzoek te versterken. Het vestigen van leerstoelen (en lectoraten) is een strategie om dat doel te bereiken. Leerstoelen dragen eraan bij om de aandacht van de wetenschap te vestigen op het thema sport, en meer wetenschappers te interesseren voor dit thema. Eerder was het Mulier betrokken bij leerstoelen aan de UU, aan de RUG, aan de UVA en aan de UVT. En nu dus aan de RUN. In het geval van de leerstoel Sportsociologie en – beleid leent het Mulier Instituut Koen Breedveld uit aan de Radboud Universiteit. Voor het Mulier is dat een wijze om invulling te geven aan haar beleid en doelstellingen. Voor de Radboud Universiteit was dit interessant omdat het profiel van het Mulier Instituut als wetenschappelijk instituut met veel ervaring in beleidsonderzoek, aansloot bij doelstellingen die Sociologie Nijmegen voor zichzelf had gesteld. Eerder al hadden verscheidene Radboud-sociologie studenten bij t Mulier stage gelopen, afgestudeerd of banen gevonden.

Geef een reactie