Infectioloog Mihai Netea heeft een voorliefde voor sciencefiction

25 jul 2019

Na een lange werkdag schrijft de in Roemenië geboren arts Mihai Netea aan zijn tweede sciencefiction-roman. ‘We kunnen maar beter voorbereid zijn op buitenaards leven. Dat kan via sciencefiction.’

We bevinden ons in de verre toekomst. Alle beschavingen op alle planeten in onze hoek van de Melkweg lijken op elkaar. Toch hebben ze allemaal afzonderlijke geschiedenissen, een herinnering aan een gezamenlijk verleden is er niet.

Wanneer Xingeli, die op Terra leeft, wordt ontvoerd naar de binnenwaterplaneet Krisantos, ontdekt hij langzaam maar zeker hoe de mensen door genen en fysica over de sterren zijn verspreid.

Zeven jaar schreef infectioloog Mihai Netea (1968) aan zijn sciencefictiondebuut North-West Passage to the Moon. ‘In kleine stukjes, hoor’, vertelt hij wanneer in zijn huis op twintig minuten lopen van het Radboudumc de vaatwasmachine leegmaakt.

Netea, die tot de val van het communisme in het Roemeense Cluj woonde, gaf het boek in eigen beheer uit. Hij maakte er geen reclame voor, waardoor het een beetje verloren staat tussen de zes miljoen andere boeken op Amazon.

‘Ik ben geen tweede Isaac Asimov’

‘Ach, ik ben geen tweede Isaac Asimov (Amerikaans sciencefictionschrijver, red.),’ zegt Netea in een Nederlands met een licht accent – slechts af en toe moet hij even naar een woord zoeken. ‘Van mijn vrienden, collega’s en familie kreeg ik wel leuke reacties.’

In de late uurtjes, na een lange werkdag, werkt hij aan de opvolger. ‘De grote lijnen van het verhaal heb ik, maar ik kan niet beloven dat het over één, twee of drie jaar klaar is. Soms schrijf ik een paar maanden niet. Ik hoef het niet te doen om brood op de plank te krijgen.’

Universum

De fascinatie voor sciencefiction had Netea altijd al. Tussen zijn tiende en vijftiende las hij alle boeken van Jules Verne. ‘Tijdens het regime van Nicolae Ceaucescu was in Roemenië nog niet veel moderne sciencefiction vertaald. Pas na de revolutie veranderde dat.’

Naast enkele Oost-Europese iconen, surrealistische moderne Roemeense schilderijen en de piano – ‘ik ben de enige van het gezin die er niet op speelt’ – valt vooral de grote boekenkast op in de woonkamer van de Netea’s. ‘De linkerhelft staat vol met sciencefiction.’

De ogen van Netea schitteren wanneer hij over een van zijn favoriete boeken spreekt, The Neverending Story van de Duitse schrijver Michael Ende. ‘Wanneer je een boek leest, speelt het verhaal zich in je hoofd af. Zou het kunnen dat er in je hoofd een universum is waar alles op dat moment echt gebeurt? Er is geen enkele reden om aan te nemen dat dat niet zo is.’

Wat is er zo fascinerend aan sciencefiction?

‘Je verbeelding kan je naar een totaal andere wereld of maatschappij brengen. Dat kan een plek zijn waar mensen de enige intelligente wezens zijn in de Melkweg, of ergens waar ze wel interactie hebben met andere soorten. Ook belangrijk: met sciencefiction kunnen we ons voorbereiden op wetenschappelijke vooruitgang.’

Op welke manier?

‘Stel dat we over tien jaar een automatische sonde sturen naar Encelladus, de zesde grootste maan van Saturnus, en dat die robot in de oceaan daar totaal nieuwe diersoorten ontdekt. Dat zou toch ongelofelijk zijn?’

Foto: Rein Wieringa.

‘Dankzij sciencefiction kunnen we nadenken over dingen die er nog niet zijn maar er wel zitten aan te komen, in de technologie of op een ander vlak. Onder andere voor ethiek is dat heel belangrijk. De Drie Wetten van de Robotica van Asimov zijn zo goed bedacht dat ze vandaag gebruikt worden in alle discussies over ethiek, robotica en artificiële intelligentie.’

‘Wat als we op buitenaards leven stoten?’

‘Stel dat we in een ander zonnestelsel op buitenaards leven stoten, wat dan? In het verleden hebben Europese ontdekkingsreizigers ons geleerd wat we vooral niet moeten doen. We kunnen er maar beter op voorbereid zijn. Dat kan via sciencefiction.’

Isaac Asimov was biochemicus, David Brin is astrofysicus. Is het toeval dat sciencefiction-auteurs vaak wetenschappers zijn?

‘Zeker niet: mensen met interesse in de wetenschappelijke vooruitgang willen op een bepaald moment net een stapje verder denken. Dan kom je automatisch in sciencefiction terecht.’

‘Natuurlijk hoeft niet alles wat ik schrijf tot in de details te kloppen. We hebben op dit moment bijvoorbeeld geen enkele reden om te denken dat wij ooit sneller kunnen reizen dan de snelheid van het licht. Toch vind ik het interessant om na te denken wat er gebeurt als dat wel zou kunnen.’

Zou u uw Spinozapremie willen inleveren voor een bestseller?

‘Daar moet ik even over nadenken (lacht). De Spinozapremie heeft veel voor me betekend. Het is fijn dat mensen goed vinden wat je hebt gedaan. Nog belangrijker vind ik dat we met dat geld een nieuwe behandeling kunnen ontwikkelen die een toegevoegde waarde heeft voor de patiënt.’

Vaccinatie

In 2016 won Mihai Netea de belangrijkste Nederlandse wetenschappelijke onderscheiding, nadat zijn onderzoeksgroep had ontdekt dat het aangeboren afweersysteem een extra verdedigingslinie kan vormen tegen ongewenste indringers, naast de afweer die je in de loop van je leven opbouwt.

Nu is het tijd voor een nieuwe stap, zegt Netea. Samen met collega’s in Eindhoven en de Verenigde Staten onderzoekt hij hoe ze met nieuwe medicijnen het afweersysteem kunnen versterken. ‘We willen betere versies van medicijnen maken en vaccins – die laatste categorie vooral voor oudere mensen. Daarnaast onderzoeken we ook hoe we bepaalde delen van het immuunsysteem kunnen remmen bij mensen met auto-immuunziektes. Met een complementaire behandeling aan immunotherapie dragen we ons steentje bij aan de behandeling van kanker.’

Foto: Rein Wieringa.

De personages in North-West Passage to the Moon reizen tussen verschillende planeten. Zelf doet u onderzoek naar hoe populaties op genetisch vlak zijn veranderd toen ze van Afrika naar andere continenten migreerden. Toeval?

‘Dat onderzoek heb ik inderdaad een beetje in mijn boek ingebouwd. Er zijn verschillende menselijke populaties in deze hoek van de Melkweg. Mijn personages weten niet hoe dat komt en op welke manier ze verwant zijn met elkaar, omdat ze daar geen historische kennis over hebben. Populatiegenetica helpt hen om antwoorden op die vragen te krijgen.’

Wat is de link met uw onderzoek?

‘Na het ontstaan van de moderne mens in Afrika, zo’n 60.000 à 70.000 jaar geleden, is er een groep mensen geëmigreerd naar het Midden-Oosten en vandaaruit naar Azië en Europa, later ook naar Amerika. Die migraties hadden een grote invloed op infecties. In Afrika kregen veel mensen malaria, in Europa veel minder. In de koude gebieden van de aarde kwamen dan weer andere virusinfecties voor. Naarmate de infecties veranderen, verandert ook het afweersysteem van de mens.’

‘Door vergelijkingen te maken tussen de genen van populaties kunnen we veel leren. Welke onderdelen van het immuunsysteem zijn belangrijk voor welke infecties, bijvoorbeeld voor griep? Als we beter begrijpen hoe het afweersysteem werkt, weten we ook beter welke onderdelen belangrijk zijn voor de afweer tegen infecties.’

‘We bestuderen niet alleen het DNA van de moderne populaties in Afrika, Europa en Azië. We isoleren ook het DNA van botten van oudere populaties. Zo kijken we hoe het DNA is veranderd van de oudheid tot nu, op basis van alle infecties die de mens de afgelopen duizenden jaren is tegengekomen.’

Amsterdam

Eigenlijk kwam Netea per toeval bij de infectieziekten terecht. In de zomer van 1990 ontmoette hij zijn latere mentor Jos van der Meer (emeritus-hoogleraar interne geneeskunde, red.) op een zomerschool in Amsterdam. ‘Ik had altijd al interesse in infectieziekten, maar als ik hem niet was tegengekomen, was ik misschien oncoloog, reumatoloog of iets anders geworden.’

De zomerschool in Amsterdam was de eerste buitenlandse uitstap van Netea. Voor de val van het communisme mocht hij Roemenië niet verlaten – Westerse landen waren al helemaal taboe.

‘Al heel jong beseften we dat veel dingen nep waren in Roemenië. Bijna tien jaar lang heb ik niet naar televisie gekeken, omdat alleen Ceaucescu in beeld kwam. De situatie was op economisch vlak een beetje vergelijkbaar met landen als Venezuela en Noord-Korea vandaag. We moesten in de rij gaan staan om vlees te kopen of 24 uur aanschuiven bij het benzinestation.’

Toch had Netea naar eigen zeggen een gelukkige kindertijd. ‘Op school had ik veel vriendjes, we gingen op vakantie naar de Roemeense kust of naar de bergen.’

Op zijn twaalfde namen Netea’s ouders hem even apart. ‘Ze hebben me één keer duidelijk gezegd: “Vertel nooit aan iemand anders wat wij hier thuis over het politieke regime zeggen, anders belanden wij in de gevangenis. Overal kunnen mensen van de Securitate (de Roemeense Staatsveiligheidpolitie tijdens het communistische regime, red.) rondlopen.”

Toen het communisme viel, was Netea 21 jaar. ‘Voor mij kwam dat op een ideaal moment: ik had nog een heel leven voor me. Mijn ouders daarentegen hebben meer dan de helft van hun leven in een dictatuur geleefd.’

Tijdens de Roemeense Revolutie was u zelf student. Hoe beleefde u die dagen?

‘Twee dagen voor de val van Ceaucescu trokken we met studenten de straat op om te demonstreren. In de nachten voor 21 december 1989 werden mensen opgepakt in steden zoals Timisoara, heel wat mensen zijn gewoon verdwenen. Die nacht had ik schrik om naar huis te gaan. Omdat ik coschappen liep bij chirurgie, kon ik in het ziekenhuis blijven slapen. Er werden mensen binnengebracht met schotwonden, ik hielp de chirurgen bij de operaties.’

‘Na de val van Ceaucescu voelde iedereen zich verbonden met elkaar’

‘De dagen na de val van Ceaucescu zal ik me voor altijd blijven herinneren. Iedereen voelde zich verbonden met elkaar. Auto’s stopten spontaan op straat om te vragen of ze je een lift konden geven. Ik hield niet voor mogelijk dat er zo’n broederschap kon bestaan tussen mensen.’

Was het altijd al uw bedoeling om Roemenië te verlaten?

‘Mijn vrouw (een endriconoloog in het Radboudumc, red.) en ik kwamen in eerste instantie naar Nederland om te promoveren. We leerden de taal en later bleek dat we ook onze klinische opleiding hier konden doen. Het werd steeds lastiger om terug te gaan. Plots woonden we hier tien jaar, onze kinderen gingen hier naar school. Natuurlijk heeft het meegespeeld dat de mogelijkheden voor wetenschap hier groter zijn dan Roemenië. Inmiddels hebben we hier ook een hele vriendenkring opgebouwd.’

Foto: Rein Wieringa.

Toch voelt Netea zich nog verbonden met zijn vaderland. ‘Ik lees Roemeense kranten. We werken samen met twee universiteiten in Roemenië. Drie à vier keer per jaar ga ik naar daar, vaak samen met mijn goede collega en vriend Leo Joosten.’

Keren jullie ooit nog terug?

‘Een moeilijke vraag. Roemenië is veel dichterbij dan vroeger. Vanuit Eindhoven kan ik naar Cluj vliegen – in vijf uur sta ik bij mijn ouders aan de deur. Terug in Roemenië gaan wonen zit er voorlopig niet in. Mijn kinderen zijn hier geboren en opgegroeid, ze hebben Nederlandse vrienden. En natuurlijk wil ik later graag dicht bij mijn kleinkinderen zijn. Waar dat is, zien we dan weer wel.’

Verschijnt uw sciencefictionboek ook in het Roemeens?

‘De Roemeense versie is klaar. Hopelijk heb ik deze zomer tijd om aan de lay-out te werken, zodat het boek gepubliceerd kan worden.’

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!