Jacqueline’s laatste jaar: Lekker, macht!
Er zijn een boel redenen te bedenken waarom het niet leuk is om in een stad met kamernood te wonen. Zo is je kamer er ongeveer net zo groot als het bureau dat je had toen je nog bij je ouders woonde en word je elke dag gespamd door wanhopige studenten die op zoek zijn naar een kamer.
Maar inmiddels ben ik erachter dat je beter in een stad kunt wonen die wél kampt met kamernood. Het feit dat anderen alles zouden doen om in jouw kamer te wonen, ook als die vrijwel onbewoonbaar is door de zweetlucht die er hangt of als die helemaal is ondergepoept door je hamster, geeft een machtsgevoel dat nergens mee te vergelijken is.
Onder invloed van dit heerlijke gevoel zaten mijn huisgenoten en ik gisteren te wachten op de veertig gegadigden die in juni wellicht onze kamer zouden overnemen. Op tafel lag een lijst vragen die de nieuwe bewoners angst in moesten boezemen: wat is je leukste karaktereigenschap? wat voor boerderijdier was jij in je vorige leven? We zouden good cop, bad cop spelen, zoals we gezien hadden op televisie. We waren er helemaal klaar voor. En dus wachtten we tot het zes uur was en de eerste zenuwachtige bezoekers aan zouden bellen.
En we wachtten. En wachtten. In totaal hebben we drie uur gewacht. Eén meisje kwam opdagen. Het gevoel dat je krijgt wanneer er veertig mensen bijna in hun broek plassen bij de gedachte in jouw kamer te mogen wonen wordt niet geëvenaard door een orgasme, laat staan door het eten van een perenijsje. Maar dan moeten ze wel komen.